zondag 9 november 2014

Rummiekuppen ... jaja

Dikke Marie kennen we al heel wat jaren. Eigenlijk vanaf onze introductie in de dorpskroeg. Die avond gleed zij met haar omvangrijke derriere van de barkruk om naar het toilet te gaan. Ze schatte de bocht die zij moest nemen iets te ruim in een knalde tegen de deurpost. Tja, dan heb je een snee in je neus.
Of anders die wintermiddag, vorst, veel sneeuw. Wij rijden heel langzaam de kroeg voorbij komt zij naar buiten, ziet ons en zwaait. Dat had ze beter niet kunnen doen, BAF daar zat ze op haar kont.
Kortom, ze lust een aardige slok. Elke middag rond een uur of drie schommelt ze door ons straatje. Tas in de ene hand en wandelstok in de andere. Met haar bijna tandeloze mond mompelt ze altijd iets van bonjour of ca va. Op weg naar de kroeg denken, dachten wij... want.
Want, zijn wij laatst in het gemeentezaaltje; zit daar een clubje oudere dames gezellig te rummikuppen. Kopje koffie erbij, of kopje thee. Bonjour monsieur Simon zwaaide Marie.
Krijg nou wat. Verdenken wij dat ze zich elke middag vol laat lopen, zit ze keurig een gezelschapsspelletje te spelen. Oei, oei, oei vader, dacht ik, pas op met je vooroordelen.
Via via hoorde ik later dat Marie halverwege de middag de spelregels niet zo goed meer kent, legt verkeerde stenen aan, stoot haar speelbordje om. Jammer, vinden de andere dames, tzal de leeftijd wel zijn, want ze moet ook altijd zo vaak plassen, en dan neemt ze haar tas altijd mee naar het toilet.
Louise is de bijdehandste van de dames en had een keer in haar tas gekeken ... ja hoor een fles pastis.
Het was de dames duidelijk. Er uit met die alcoholiste. Maar wie zegt het haar?
Aan het eind van de middag had Marie gezegd dat ze nog even naar de glasbak moest, ze had lege flessen van huis meegenomen, op de terugweg van de club kwam ze toch langs die glasbak.
Niemand zei wat, niemand wist wat.

maandag 3 november 2014

Alles klopt, soms, weer ...

Wij zijn verzekerd !! Eindelijk. Vijf maanden gewacht op ons ziekenfondspasje. De beroemde 'carte vital' .Veel gedoe bij de dokter en de farmacie. Maar nu doet alles het; het klopt dus.
Kunnen we met een gerust hart ziek worden. Nou dat klopt dus ook bijna. Er zit wat beklemt in mijn rechter arm, alles in die arm tintelt en klopt (!), irritant, moeilijk typen en nog erger: heel moeilijk schilderen. Dat laatste klopt dus niet.
Eergister, zaterdag, de laatste mooie herfstdag. Weer naar strand, weer aan een haventje gelopen en vis gekocht. Veel vis, te veel vis. Aan de ene kant klopt dat dan weer wel, maar ook weer een beetje van niet. Ik zag op de toonbank grote tongscharren. Bingo, voor mij. Ja doet u die maar, ja die daar. Een kilo, zozo. Ja zonder kop graag, weegt die toch altijd wat minder.
Voor Chris een barbue, een griet dus. Pondje ? Is goed.
Alles klopt, mijn ouwe Scheveningse vissershart, de vissen, ietsje meer, klopt ook.
Gistermiddag achter de pannen. Patterdepat. Glaasje er bij glaasje er naast, vis moet zwemmen.
En hopla. Daar gingen die jongens. Twas heel stil in de keuken. O wat was dat lekker, o wat klopte alles.
Vannacht toch een beetje geborrel. Ik denk dat die vis toch ietwat te groot was.
Buiten klopt het eigenlijk ook al niet meer. Het spookt van de herfststormen, felle regenvlagen. Volgens de kalender klopt het wel en de barometer beaamt het, de wijzers kunnen bijna niet lager.
Zo nu ga ik weer eventjes liggen, beetje naar het vuur in de openhaard kijken.
Kijken of alles nog klopt, denkt het haast van wel.



zondag 2 november 2014

Over de doden niets dan goeds

Rare, verbazende dagen. Alle zielen, alle heiligen. Wat ik er zo van begrijp is het een katholieke herdenking, gedenking van overleden dierbaren.
Dat die katholieken daar een of twee dagen voor aan hebben gewezen .... tja, daar heb ik niks mee. Je kunt, je doet toch niks anders dan altijd, heel vaak, aan je overleden dierbare denken. Aan alle mooie dingen, herinneringen. Want over de doden niets dan goeds luidt de uitdrukking.


Tis zelfs hier in Frankrijk nog erger dat ze er een vrije dag voor hebben uitgevonden. Dus op die dag, die ene dag, dan mag je, moet je ...... gedenken.
Dus hoepla de hele bups naar het kerkhof, met een chrysantenbol onder je arm ... en gedenken maar.
Het moet toch niet gekker worden.
Wij hebben twee van die chrysantenbollen voor de deur staan. Gewoon omdat het mooie herfstkleuren zijn. Om aan mijn overleden dierbaren te denken heb ik die bollen niet nodig.


Maar wat nog veel gekker, zo niet erger is .... de dag of avond er voor.
Halloween .... welke idioot heeft dat verzonnen.
In dagen van herdenking, gedenking aan overleden dierbaren ontstaat er een 'feestelijk' gebeuren van tot leven gekomen lijken in de meest walgelijke uitdossingen.
En .... het is de bedoeling dat vooral kinderen zich als zodanig uitdossen en bijvoorbeeld buren laten schrikken.
Zelf zijn ze zo klein dat ze geen idee hebben wat er gaande is. Zichzelf de pleuris schrikken wat andere kinderen voor uitdossing aan hebben. En volwassenen die in een geraamtekostuum doordrengt met bloed heel hard BOE roepen. Gillen, lachen, leuk he?
Volwassenen die dit aanrichten hebben de grootste lol, sloven zich dagen lang uit, kopen  winkels leeg met en van rotzooi, het is niet aan te slepen.
En als de kindertjes 's avonds met holle ogen van angst en spanning naar bed gaan ... dan zeggen de ouders ... : leuk was het he? en al die snoepjes, veel he ....en oh ja doe je ook nog even een gebedje voor opa en oma die in de hemel zijn, of dat jongetje uit de derde klas die een beetje ziek was en toen zo maar ineens dood ging..... daaaag, Jaja, was wel een beetje zielig, maar ga nu maar lekker slapen ...... tot morgen !!!!