vrijdag 24 oktober 2014

3 ganzen, 3 tranen

De naast ons huis gelegen moestuin van maar liefst 1200 m2 was van oude buurman Bernard. Van alles werd er in verbouwd aardappelen, talloze groentes, fruit.
Elk voorjaar liep hij er ook met een paar jonge ganzen. Die pluizenbollen volgden hem overal. Als het 's zomers te warm was lag Bernard in de schaduw van onze schuur.
Ouwe Bernard, altijd een kalot op, grote snor, een wandelstok.
En altijd humor. Een knetterende scheet als hij bukte, om zich heen keek of ik in de tuin was en: Ja Simon er was onweer voorspeld vandaag. En dan bulderde zijn lach door de vallei. Hij was mijn kameraad.


Na zijn overlijden hebben wij afgelopen zomer de tuin overgenomen. Zijn vrouw vindt het prachtig en moedigt ons aan met de werkzaamheden en lacht als we weer eens moe zijn en klagen over spierpijn.
In NL hebben we laatst een paar oude betonnen ganzen gevonden, vies en groen bemost, prachtig.
Ik heb ze bij elkaar bij het hek neergezet en kijken zo naar het huis van Bernard en Jeanne.
De voordeur vliegt open en met haar handen voor haar mond komt Jeanne versneld aansloffen.
Wat mooi, wat leuk, Oh, dat vindt Bernard ook leuk.
Zij omhelst ons en huilt, ook wij pinken een traantje weg.
Jardin des oies.

maandag 20 oktober 2014

Afscheid

De mevrouw van het weerbericht heeft het er al dagen over. Er komt een 'tempète' aan, hier bij ons, morgen. Een storm van heb ik jou daar. Windstoten, slagregens.  Het zijn restanten van de orkaan Gorganzola, die huishield op de Bermuda's.
In Nederland heet zoiets, een herfstinfarct, dan ligt heel NL plat, bladeren op de rails, dus geen treinen, heel NL in de file, langdurig in het journaal.
Hier bij ons, in Pas de Calais. Tja, hoe zal ik het noemen. 't Is nog steeds lekker, graadje of 18 nu, overdag iets van 21 geloof ik. Voor het eten nog een wijntje buiten.
Maar het zit me toch niet lekker, zo'n weerbericht, zo'n ouwe orkaan.
Dus neem ik alvast afscheid.
Want.
Als het op 300 kilometer afstand gaat waaien of nog erger onweren, valt hier de televisie al uit. En als die bui dichterbij komt ook de computer, de vaste telefoon (de mobiele doet het hier sowieso nooit).
Dus, donc, ergo, wij zijn van alles en iedereen verstoken, de buitenwereld, jullie, en al die andere mensen.
Oh ja de stroom kan ook nog uitvallen.
Er zijn nog 4 waxinelichtjes, zei Chris zojuist, en nog een halve zak frites. Die warmen we wel op, bij de open haard, zei ze er geruststellend achteraan.
't Is een beetje stil buiten, heel erg stil, Iona loopt onrustig door de tuin, ernstig donkere wolken boven de heuvels in het zuid westen.
Het is zover.
Wie weet, tot ziens, of zoiets

zondag 19 oktober 2014

Gij ziet maar !!!

Gisteren 27 graden. Even buiten Le Crotoy  neergestreken op het strand van de Baai van de Somme. Extreem laag water waardoor er een waddengebied ontstaat van kilometers. Zand, zand en zand, met hier en daar een kleine mui er tussen. Aan de overkant het gehuchtje Le Hourdel en links de contouren van St. Valery sur Somme.
Warm, zacht windje, blauwe lucht met witte vegen, weinig mensen.
Chris en Iona maken een ommetje op het immense wad.
Achter mij komt een echtpaar een zandpad afgelopen, richting strand. Zij praten druk, niet met elkaar maar tegen elkaar blijkt al duidelijk, en ze praten Vlaams.
De vrouw heeft letterlijk en figuurlijk de broek aan. Zij geeft in fors tempo de route aan die zij wil lopen, De man sputtert wat tegen, wijst de andere richting van het wad uit en gebaart met zijn  camera dat hij wat fotoos wil maken. Een paar maar, hoor ik hem bijna onderdanig zeggen.
Die kant op wijst de dame en loopt van de man weg, kijkt niet om.
De man blijft eerst roerloos staan, dan heft hij beide armen in de lucht: Marieke, toe nou ... roept hij in haar richting.
Zijn jammerklacht bereikt haar ondanks de afstand, al doorlopend schreeuwt zij terug: Gij ziet maar !! En door gaat haar tempo.
De man kijkt wat radeloos om zich heen, dan richt zijn blik zich op de eindeloos lijkende verte. Daar ligt de oceaan, daar komt straks het hoge water vandaan .... in razend tempo ...
Ik zie hem denken, ik hoor hem bijna denken.

zaterdag 11 oktober 2014

Rothko ... op

Eindelijk een parkeerplek gevonden sta ik voor het Gemeentemuseum in Den Haag even uit te puffen. Een van de mooiste musea van Nederland en dan nu ook nog met een grote tentoonstelling: Mark Rothko.
Ik houd helemaal niet van dit soort kunst en daarom ga ik even kijken. Kijken naar die gekleurde vlakken met een grote roller in een dronken bui opgebracht. En dan die kleuren, hoe verzin je zoiets behalve als je niet blind bent.. Afschuwelijk ... en daar komen hele volksstammen op af. Cultuuranalfabeten zijn het. Een recensent schreef van de week over het 'ultime Rothko moment' ; nou moet je oppassen of ik laat je opsluiten dacht ik.


Goed, daar sta ik dan wat te mijmeren, hoor ik stemmen achter mij. Ja hoor, wie anders? Mijn vriend Vincent van Gogh. Beetje tipsie slaat hij me op de schouders. Je gaat daar toch naar binnen he? Je gaat toch niet naar zo'n huisschilder kijken?
Ahum , mijne heeren, eenen goeden gemeende middag. Krijg nou de pest zeg ik tegen Vincent, daar heb je waarempel Rembrandt en Vermeer. Hé, oude rukkers begint Vincent, jullie motten met me mee gaan naar het strand, is vlak bij man. Scheveningen, die zee, die luchten, die wolken.
Inderdaad heer van Gogh, dat lijkt ons het beste, onze ogen kunnen hetgeen binnen tentoongesteld wordt ten ene male niet verdraeghen. Bovendien een glas oude genever en enen zouten haering, mmm.


Net als iedereen zich richting Scheveningen wil omdraaien.
Bonjour kunstbroeders! Het zijn Marcel Duchamps en Piet Mondriaan.
Nu wordt het rood en groen voor onze ogen. In ieder geval die van Vincent en die van mij.
Met jou is de ellende begonnen Duchamps schreeuw ik uit. Met je fietswiel op een krukkie en een pispot an de muur.
Je kop mot daarin en dan heel hard doortrekken, gilt Vincent er bovenuit
En jij ... gekke Mondriaan, met je streepies. Goed dat je hier in de Haag bent, ken je lekker alle zebra- oversteekplaatsen een kleurtje geven. Jajaja, kijk maar niet zo zuinig. Ik weet heus wel dat jouw kleuterwerk hier ook binnen hangt.


Rot op mensen, ROT op. Iemand schreeuwt nog harder dan wij. Anton Heijboer, van boven tot onder de verf, in elke hand een stapel penselen. Rot op Rothkop.
Opzouten jullie kunstbroeders, ik ga die Rothkop binnen eens een lesje leren met zijn gepruts.
Eer de suppoosten het door hebben zwaait hij door de menigte naar binnen.
En daarna wil ik neuken, horen we hem nog in de verte roepen.

donderdag 9 oktober 2014

Als je van hout houdt

Enorme loods, hout overal, in stapels, in bundels, latten, balken, groot, dik, dun.
Waar komt u voor ?
Hout voor de tuin !
Ah, u bent Nederlander, kom zo bij u.
Huh, denk ik, ik zie er Frans uit: sjofel, Franse auto voor de loods geparkeerd. Hij zal het wel horen.
Dan volgt een bijna omhelzing met de houtbaas. Waar we in NL vandaan komen. Spijkenisse, nee, nooit van gehoord. Vlakbij Rotterdam, aha.
Hij, de houtbaas, komt elke maand een weekend in Hwosnkesdiek ?
Comment ?
Hwosndezediek !
Huh ... ah Honselersdijk.
Voila, zeg ik vlakbij Den Haag en Delft, toch !
De houtbaas valt bekant in aanbidding aan onze voeten.
Oh en ah .... maar waar kwam u voor?
We doen onze bestelling: hout. Hout voor de tuin, onbehandeld hout, planken, balken en een fors schapenhek.
Naturellement .... mon ami, en gratis bezorgd mon ami, zei hij triomfantelijk.
Maar dat stond ook al op de internetsite, zei ik niet, maar dacht het wel, bijna hard op.



dinsdag 7 oktober 2014

Peinzen, pijn en de regenfilosoof

De lucht is zwaar van het grijs, bomen kreunen door de wind. Zomer voorbij, het is herfst. Ik slenter door het laatste bospad de heuvel op. Ik schrik op van een kuch achter mij. Het is de regenfilosoof. Het seizoen als landarbeider zit er op Simon, ik ga weer verder, naar daar waar ze mij nodig hebben. Ik zeg je dus gedag. Je ziet er gekromd uit trouwens, veel gedachten in je kop?
Ik heb hem even zijdelings aangekeken en loop verder, hij schopt in de bladeren.
Ik zucht en zeg dat ik veel te peinzen heb en dat er peinsdingen zijn die pijn doen. Daarom loop ik in het bos, ik tel dan mijn voetstappen en soms peins ik dan heel even niet. Ik wacht en zeg dan dat ik soms helemaal niet weet dat ik loop.
Het begint ineens keihard te regenen, grote druppels kletteren. De regenfilosoof neemt zijn pet af en laat de druppels op zijn kale hoofd kletsen. Doe maar gebaart hij mij, ook mijn pet gaat af.
Samen staan we in de regen. Hij begint te glimlachen, aarzelend doe ik mee, dan stopt opeens de regen.
Kijk zo gaat dat mijn vriend. Haha, lacht hij ietwat schamper. En dan vervolgt hij: Het leven moet achterwaarts worden begrepen, voorwaarts worden beleefd. Ajuus Simon en stapt verder mij verbouwereerd achterlatend.
Die is van Soren Kierkegaard, die Deense filosoof, roep ik hem na.
Hij kijkt niet om en zwaait met één arm.
Hé, ik schreeuw hem na, ik heb het nooit begrepen. Hoe kun je nou eerst leven en dan begrijpen, dan doe je toch maar wat. Moet je niet altijd, ik bedoel heel vaak stil blijven staan, begrijpen en dan weer doorgaan, ik bedoel met die kennis. Hé .... Hé ... hoor je me nog ?? Denk ik het goed ?? Laat me nu niet alleen klootzak !!!
Een zwerm spreeuwen scheert met groot geraas door lucht, maakt cirkels, verdwijnen, komen weer terug. De zon breekt door, ongemerkt ben ik de heuvel opgeklommen en kijk in het dal en naar de andere heuvels rondom mij.
Het is stil.