maandag 30 september 2013

Leven in Frankrijk : De vermoeste tuin

Nog niet eens zo gek lang geleden maakte ik van oude buurman Bernard nog een foto toen hij met zijn bosmaaier achterin zijn moestuin bezig was. Ik krijg al spierpijn als ik zo'n apparaat moet optillen, meneer maaierde er rustig een half uurtje op los. Vervolgens nog even een driekwartier scheppen of schoffelen. Wijdbeens gebogen  een aantal meters onkruid verwijderen. Ja dan ging ie wel even zitten. Heel even maar. Daarna gingen er kruiwagens vol koolbladeren naar zijn huis; voor de beesten. Over zijn schouder riep hij dan, eerst een pastisje en dan lekker bunkeren.
Als de nood aan de man was hielp ik wel eens, tot grote hilariteit, zo'n hollandse burgerman en dan ook nog ambtenaar geweest. Het meeste was in patois, dus ik verstond het niet, dus deerde het ook niet. Lol hadden we, en zeker als er nog anderen bij waren.

Toen kwam de prostaatkanker; toen kwam de hersenbloeding.
Gistermiddag was ik er weer even. Bernard zit aan de tafel en slaat een schriftje dicht. Hij lacht hard en vreemd, gebaart dat ik moet gaan zitten. Het doet zeer hem aan te zien. Zo mager, zo hol, zo blauwbleek. Hij was net met zijn huiswerk bezig zegt Jeanne. Morgen komt de logopodiste weer.
Ik kan je anders weer goed verstaan zeg ik tegen Bernard, als je maar geen dialect spreekt. Hij lacht weer hard en legt zijn hand op de mijne. Zelfs zijn handen zijn vermagerd, niks meer kolenschoppen.
Ik zag vanmorgen nog een konijntje in mijn tuin lopen, vertel ik, ik heb hem verjaagd, hij liep naar jouw carottenveld toe.
Geeft niks zegt Bernard. Kijkt me met grote ogen aan, haalt zijn schouders. Maakt niets meer uit Simon. Jeanne vult aan dat het herfst is, dus wat zou het.
Ik weet zeker dat hij anders zijn val had gepakt, het konijn had gevangen en het beest mee naar achter in de tuin had genomen.
Ik moet een pastis van hem drinken, voor hemzelf schudt hij van nee.
Morgen gaan de carotten de grond uit jongeman zeg ik tegen hem terwijl ik opsta.
C'est bon, klinkt er met een zucht.
De tuin ... ach vraag niet hoe.

vrijdag 20 september 2013

Leven in Frankrijk : Ik ben ordinair

Beetje een lam zootje vanmiddag in de kroeg van Jean Pierre. Doods en saai. Gérard de eierboer was er, Raymond de dorpsgek (zeggen ze), Hervé van de elektriciteitspalen, René die eigenlijk niet wist of ie er nou wel of niet wilde zijn. We plaagden en lachten wat met de zoon van Jean Pierre. Groot voor zijn 14 jaar, bloost zijn wangen nog roder bij een plagerijtje en een schuine mop. Zijn vader stond met zijn rug naar ons toe glazen te poleren. Het gehele glasservies leek het wel.
Kortom het was tien keer niks. Net zoals het weer. Sjacherijnig, grijs en somber.
Na twee borreltjes biertjes had ik het wel gezien. Ik ging weg, weinig hoon achter mij, iedereen vond het kennelijk niks.
Ik steek het dorpsplein over, loop langs het gemeentehuisje. Zonder nadenken ga ik rechtsaf. Nog nooit in al die jaren geweest. Een doodlopend steegje, drie huizen, uitkomend op onze dorpsrivier. Tis hier nog somberder. Voor het eerste huis staan half gesloopte brommers met grote uitlaten. Iedereen spreekt er schande over. Over het lawaai van die dingen. Het tweede huis heeft een partytent in de voortuin staan. Ooit wit, nu net zo grauw als de lucht en aan flarden. Er staan kratten bier onder, veel en leeg, naturellement.
Het derde huis grenst aan de rivier. Weet ik hoe lang onbewoond, meeste ramen ingegooid. Volgens vriend André ooit een mooi huis, balzalen van kamers. Van de tuin is niks meer te zien. Een woestenij van struiken groeit door autowrakken.
De bewoners van dit straatje schreeuwen, vloeken, boeren, ruften. Ordinair zouden wij zeggen. Nee, vulgair zeggen ze hier. Zij zijn vulgair, jij en wij zijn ordinair.
Ik ben dus ordinair. Tis maar dat u het weet.

dinsdag 17 september 2013

Leven in Frankrijk : Vincent van Gogh is boos

Wilde ik van de week, twas eergister geloof ik, net naar bed gaan. ging de telefoon.
Op de display van de telefoon zag ik dat het Vincent van Gogh was.
Tis al laat man, wat mot je, vraag ik hem.
Luister amigo, ik moet lachen en ik ben boos tegelijk.
Waar zit je.
Gewoon op mijn kamer in Auvers sur Oise, waar anders. Ik heb vanmiddag toch een doek gemaakt jongen. Je hebt hier van die mooie velden met ...
Ja dat weet ik nou wel. Waarom bel je eigenlijk.
Ik hoor dat hij een slok neemt, diep ademhaalt en dan:
Heb je vanavond naar de Wereld draait door gekeken. Naar die vent die denkt dat ie kampioen snelpraten is. Daar lieten ze een schilderij van mij zien. Een doekkie dat ik in Arles geschilderd heb. Hebben ze gevonden, konden ze nergens vinden. Mij een biet Ik had nog aan Theo geschreven dat ik er zelf geen reet aan vind.
Dus, vraag ik hem geeuwend.
Eh, nou ja, dat er twee van een of ander museum aan tafel zitten die dat mooi vinden, a la. Maar dat zit er een of andere snijboon die een stukje van dat schilderij, de lucht, vergelijkt met een schilderij van ene of andere Willem de Kooning. Wie zijn die gasten godverrredomme. Ene Joost Zwagemans of zoiets. Die lult als een courgette. En who the fuck is die Willem.
Ik hoor hem weer een slok nemen, en begin nu zelf ook dorst te krijgen. Ik klem de hoorn onder mijn kin en met vrije handen schenk ik een glas vol.
Ik denk dat die Joost bedoelt dat jij een inspiratiebron bent.
Bwah ... heb je gezien wat die Joost toen liet zien. Een schilderij van die gozer, die Willem. Een en al geklodder man, hij heeft z'n kwasten aan het doek afgesmeerd, en dat noemt die Joost een schilderij.
En dan zou ik .... inspiratie ... me reet.
Je moet niet zo schreeuwen Vincent, laat die gasten. En die Willem is zo dement als een deur, te veel gezopen. Nou dan weet je het wel.
Oh ja, gaan we op die tour ... tuut, tuut, tuut.

maandag 9 september 2013

Leven in Frankrijk: Gisteren, vandaag of morgen

Gisteren, maar het kan ook de dag er voor zijn, was het prachtig weer. Dat hadden we de dag daarvoor alweer goed gezien om de volgende dag naar het strand te gaan. Het strand van het dorpje Keien aan Zee, net even voor de krijtrotsen. Klein uurtje rijden, bijtijds weg, dan heb je wat aan je dag. Het was rustig toen we aankwamen, sterker nog, bijna niemand. Een enkele oude grijze dame. Die zie je wel vaker bij dit zomerweer.
We vleiden ons aan de waterrand neer, lazen een boekje met af en toe een spettertje zeewater. Er werd gezwommen, wat gedoken. Niet ver bij Chris vandaan keek een zeehond in het rond, kromde zijn rug en verdween.
Een zeilboot kwam nauwelijks vooruit.

Vanmorgen zag ik dat het circus op het plein in F. alweer werd afgebroken. Het zag er zo nostalgisch uit gisteren. Alles rood en geel, de tent, de omheining, de auto's. Bij de bakker werd gezegd dat er nauwelijks bezoekers waren geweest. Anderhalve man en een paardenkop. De circusact zal niet veel meer om het lijf hebben gehad dacht ik.

Morgen komt oude buurman Bernard gelukkig weer thuis. Bijna vijf weken in het ziekenhuis gelegen. Hersenbloeding. De verlammingsverschijnselen kunnen thuis ook behandeld worden zei Jeanne, die er zeer vermoeid uit ziet. Ze vond het slopende ziekenhuisbezoeken. Iedereen blij, ons straatje is weer compleet. Vanmiddag een presentje voor hem kopen.

Trouwens het wordt druk morgen. Gisteren, of de dag ervoor, lag er een brief in de bus dat morgen begonnen wordt met de sloop van het bruggetje. Het bruggetje midden in het dorp, over het riviertje de C. Het gaat wel een half jaar duren. Dat wordt omrijden. Dat wordt schelden als je vergeten bent om te rijden.

Vanmorgen belde de makelaar dat ons Nederlandse huis nog steeds niet verkocht is. Het staat onder water. Pfff zoals zoveel Nederlandse huizen. Volgens vriend André staan alle Nederlandse onder water. dat had hij op een landkaart gezien.
Je blijft soms dingen uitleggen .....

Op radio Nostalgie kweelt Charles Aznavour dat het triest in Venise is.
Nou ... hoeven we daar ook niet naar toe.