maandag 17 juni 2013

Leven in Frankrijk: Nieuwe overkant

Het huis aan de overkant heeft maar kort te koop gestaan. De overgebleven dochter en zus wilde er zo snel mogelijk vanaf. Te veel, te nare herinneringen. In razende vaart had zij het huis leeggehaald, de deur op slot gedaan. Ze keek me toen diep aan, natte ogen, diepe zucht. We weten genoeg Simon, au revoir. Een half uur later hing de makelaar een bord aan het hek.
Zeer gereserveerde mensen waren ze. Moeder Odile van 93 en zoon Pierre van achter in de zestig. Nooit kwam er iemand, een grom bij een toevallige ontmoeting, een gordijntje dat snel bewoog.
Altijd zo geweest zeiden de andere buren. Introvert, zei Philip, en hij keek er heel geleerd bij.
Eerst overleed moeder. Zus zei dat broer nog stiller was geworden, nu helemaal niets meer deed. Toen had zij hem gevonden. Boven aan een balk in zijn slaapkamer.
Toen ging 's avonds het licht in zijn kamer nooit meer aan; wij konden bijna onze klok er op gelijk zetten. Naar vonden we dat, naar en leeg.

De makelaar stopte vorige week het bord in de kofferbak van zijn auto en reed de straat uit. Aan de andere kant van de straat kwamen de slooptroepen. Een week lang kwamen er grote stofwolken uit de geopende ramen. Grote klappen van dito hamers. Puin werd naar buiten gegooid.
Guillaume stelde hij zich voor, toen hij vegend naar buiten kwam. Kom maar even kijken.
Alleen de vier muren stonden er en het dak zat er nog op. De nieuwe bewoner grijnsde, zijn vrouw had grote zwarte vegen op haar wangen.
Op de vloer waren de afdrukken van de muren nog te zien. Daar links moet het bed van moeder Odile hebben gestaan vermoedde ik. Onwillekeurig keek ik naar boven. Dat was de kamer van Pierre.
Eer ik verder kon mijmeren troonde Guillaume me mee naar de achtertuin. Die schuren gaan ook plat en hij wreef zich in zijn handen.

vrijdag 14 juni 2013

Leven in Frankrijk : Doorstart (vanuit onzekere bron vernomen)

Het stormde als een idioot gisteren. Harde vlagen zoals voorjaarsstormen kunnen doen.
Kreunende dakspanten, klapperende luiken.
Op de cour wilde ik net het hek sluiten, waait er zo maar een petje voor mijn voeten.
Merde, merde, putain, hoorde ik met de wind mijn richting opwaaien.
Hé regenfilosoof, zeg ik oprecht enthousiast, jij weer in onze buurt?
Hij grist zijn pet uit mijn handen en loop verder.
Geen tijd, roept hij over zijn schouder, ik waai met alle winden mee.

zaterdag 1 juni 2013

Ik stop er mee .... en wat zou jij doen?

Tis op. De energie. Lege duim. Kga niet weg, maar ik stop er gewoon mee. Geen zin meer.
Altijd weer die verhaaltjes. De tuin, het uitzicht,  de kroeg, oude buurman Bernard. En wat te denken van die eindeloze krijtrotsen, de kolkende golven, het cafeetje waar de bazin altijd Erik Satie draait. De wandelingetjes door het bos, langs ons dorpsriviertje, vis bakken in de schuur met een jenevertje er naast. De avondjes met de buren ... het zal me allemaal wat.
Het platteland heeft me opgegeten, de rust, het ruisen van de abelen, snachts het geoehoe, en smiddags het gekwetter van de zwaluwen.
Volle teugen heb ik, volle teugen.

Basta.
Als ik de laatste tijd rondkijk op de Onafhankelijke Bloggers Associatie bekruipt mij vaak het idee dat ik op een bijeenkomst van een glossy-damesblad aan beland ben. Blogs over hoe je toch maar beter smorgens kunt ontbijten in een 5 sterrenhotel, dan snel naar een of andere party waar een nieuwe handtas ten doop wordt gehouden, vervolgens een champagne-lunch met blokjes stroccoli-kaas. Vergeet de nieuwe geurtjes en olien niet. Geperst van de bokkiewokkie-noot, vers geplukt door een indiaan op een Peruaanse hoogvlakte.  Een heus design-blikje om je maandverband in op te bergen. De nieuwste zonnebril van de ontwerper Sorbo, die zo speels in je haar staat. Nog even naar de presentatie van het laatste I-pad-hoesje wat zo geraffineerd bij je schoudertas past, u weet die van Stanzi voor maar 795 euro. Niet vergeten ... je moet natuurlijk wel een lang weekend in Las York geshopt hebben en een vorkje geprikt hebben op de 148ste verdieping van de Highest Tower.
En alles is super !!
Die blogs eindigen altijd met een wegstreeplijst, de zogenaamde bucketlist, en de eeuwige vraag: En wat ga jij doen?
Een extreem hoog IK-niveau !! Kijk mij nou eens IK niveau. Waar ik overal niet kom, ben, IK niveau.

Daar kan ik hier in mijn dorp niet mee aan komen. Twintig kilometer is al ver genoeg. En wat ga jij doen ? Nou het zelfde als gisteren, dikke kans. Ze zullen denken dat ik gek geworden ben.
Ik kan er bij me zelf ook niet bij aan komen. Met die oppervlakkigheid, die leegheid.

Gisteren passeerde ik in de stad S. de hospice; eindstation voor hen die niet thuis kunnen of willen sterven. De zon scheen in het kleine knus ingerichte tuintje. Een zoon boog zich voor over naar kennelijk zijn moeder, hij streelde haar trillende handen. Een uitgeteerde man werd liefdevol door een verzorgster gevoerd, ze smakten samen. Een dito magere man keek mij aan. Zijn grijze haar glom in de zon, zijn huid was blauw en bleek. Ik zei hem goejedag. Hij stak zijn duim omhoog, spreidde zijn beide armen en zei: Heerlijk man.

Toen wist ik het zeker.