woensdag 22 mei 2013

Leven in Frankrijk : Vincent van Gogh en ik zien spoken

Vorige week een aantal dagen in Auvers sur Oise doorgebracht. Laatste woonplaats van Vincent van Gogh. Alle bezienswaardigheden bezocht. De locaties waar hij schilderde, huis van zijn vriend tevens arts dr. Gachet, de kerk, het café waar hij boven een kamer huurde en tot slot de begraafplaats. Het Auvers lijkt nog veel op het Auvers van toen.
Ja, er ligt asfalt op de weg en de huizen zijn opgeleukt, maar het is een blijft een schitterend authentiek plaatsje.
Ja, iedereen verdient zijn brood aan Vincent. Vincent hapjes, Vincent drankjes, Vincent sjaaltjes, te veel en te gek om op te noemen. Het zotste was een set wandtegels voor in de badkamer met daarop het portret van Vincent.
Ja,  bij Ravoux gegeten. Inrichting net zoals vroeger, zelfs de gordijntjes, prijzen iets meer van deze tijd, met een hoop ober-gedoe er omheen.
Ja, boven de zaak Vincent's kamertje bezocht, leeg op een stoel na, scheuren op plafond zijn geschilderd. Hij betaalde toen 3,5 FrFranc per dag, wij 6 euro per persoon om de oude (?) planken vloer te horen kraken. No pictures please, snerpte een of andere huppeltrut.
Ja, want ze verkopen foto's van die kamer voor 1 euro, dus ... ik was concurrentie.
Ja, op het kerkhof broers Vincent en Theo naast elkaar, franse schoolklas er voor, aandachtig wordt naar een juffrouw geluisterd. Mooi kerkhof, op een heuvel. wind blaast de vlag strak, uitzicht  op de daken van Auvers, rondom de velden die Vincent schilderde.
Ik kijk wat in het rond en zie een met plastic afgedekte tombe. Op de grafsteen er achter een tekst en foto. Hier ligt Corneille !!! Ik ben verbaasd dat hij hier ligt. Ik moet lachen om de tekst op het afdekzijl: wegens werkzaamheden afgedekt.
Terug in de het dorp maak ik een foto van een oude 2CV voor een oude boerenwoning.

Gisteren weer terug in eigen dorp. Even langs de kroeg, zeggen dat ik er weer ben. Ik ben moe, dus ik drink niet veel. Het is al flink aan het schemeren als ik weer naar huis ga. Doodstil in de hoofdstraat. Achter mij hoor ik een hoop gepruttel, een oude eend weet ik. Er wordt naast me gestopt. Twee zwervers stappen uit, één met strohoed en de ander een witte baard. Hé Simon, schreeuwen ze in koor. Woon jij hier? Haha. We waren al naar je onderweg met dit ouwe vehikel. Daarom waren we er gisteren niet, zegt Vinceen met zijn strohoed. Daarom dat dekzijl, zegt Corneille met zijn baard.
Ik ren terug naar de kroeg. Storm naar binnen. Heb je soms spoken gezien, vraagt Jean Pierre.
Ja, twee zeg ik, ze komen er zo aan.

maandag 13 mei 2013

Leven in Frankrijk: Dansen om de waterput

Heerlijk plannen maken. Vellen papier, centimeters, potloden, wijn en glazen (inderdaad geen asbakken en shag meer). Daar zaten we achter op het terras. Huisuitbreiding.  De sompige badkamer moet in de stijgers, het atelier vergroot, een bijkeuken en ... ahum een kamer voor mij. Nou ja voor mijn boeken dan.
Plop doet de kurk en kras kras doen de potloden. Een metertje hier, een raampje daar, vergeet de stopcontacten niet en nieuwe dakpannen op het atelier. Kras, kras ... gaat het ... op papier.
Maar nu in het echt. We lopen met meetlinten en piketpaaltjes door de tuin naar de aangewezen plek.
Wat dacht je van de waterput, opper ik, die komt zeker in mijn boekenkamer? Eh nou, die blijft gewoon, hoor ik. Onder mn buro zeker, als voetenbankje, je denkt toch niet dat ik ...
Ik blijk me aan te stellen. Ik teken hem op schaal in onze ontwerptekening. Mn hele kamer is bijna verdwenen !!! Uitgesloten, zeg ik triomfantelijk, de sloophamer gaat er tegenaan.
Dan krijg ik een romantisch verhaal over de waterput. Weet je nog hoe ie was toen we het huis kochten, dat er struiken ingroeiden, en dat ik hem zo mooi had afgedicht met beton, en dat we hem toen als tafel gebruikten, zo 's avonds laat in de avondzon, en dat er nu zo mooi mos opgroeit en de plantenpotjes er zoooo gezellig op staan.
Nou bouw  ik hem wel weer op in de badkamer, kun je hem als douchebak gebruiken. Ik vond hem zelf wel aardig, maar daar werd anders overgedacht.
Knerp, knerp doet het grindpad. Daar is vriend André, onze klusman. Hij bekijkt de tekening, schudt zijn hoofd, loopt met grote passen door de tuin, dat zijn zijn meetpassen. Pakt een beduimeld schrijfblokje uit zijn broek, likt aan een stompje potlood. Hij kijkt, trekt een rimpel, rekent en noemt een prijs.
En de waterput krijgt hij als zachte vraag. Huh ?? ... er wordt naar links en naar rechts gekeken ...
Ik ken die blik ... "les hollandais stupide".
Daar maak ik puin van en stort er dan een vloertje overheen, baste hij terug.
André wilde niks drinken, ik wel.

woensdag 8 mei 2013

Leven in Frankrijk : Opsomming nadelen

Vrienden op bezoek. Onderuit in de tuinstoelen. Hij neemt slok bier. Rekt zich uit. Kijkt in het rond naar ons huis, de beboste heuvels, de verre horizon.
Man, man, man, wat hebben jullie het hier toch goed, klinkt het in een diepe zucht. Hij kijkt naar zijn lege glas en verwacht kennelijk dat ik opvlieg om naar binnen te gaan voor een nieuwe. Hij bekijkt het maar. Hij heeft ook poten. Ik ben moe. Ik heb dagen achtereen geklust, geschilderd, expositie voorbereid. Ik zit godverdomme net. Tis hier geen hotel. Chris is met de vrouw boodschappen gaan doen. Wat oh oh dat is zo schattig, zo'n Franse winkel met al die aparte dingen.
Flikker toch op. Kaas is kaas en vlees is vlees. En wat ze hier hebben hebben ze in Nederland ook. Sterker nog, hier op de verpakking staat het ook vaak in het Nederlands.
Ze zullen wel willen barbecueën. Dat wil de Nederlandse visite altijd. Iemand vond dat laatst zo romantisch bij ons. Oh ja? Maak je dan ook de vieze vuile vette troep weer schoon ? Maar dan gaan ze ineens bijtijds naar bed, romantisch of misselijk van de merquezworstjes en te veel wijn.

Daar zijn de dames weer.
Enig, kraait de visite. Onweer op het gezicht van Chris.
Houtboer Serge had in een straat vijf kuub hout gestort en daardoor moest ze lang wachten eer ze er door kon. Op weg naar buurdorp al die tijd achter een tractor met koeien moeten sukkelen. Parkeerterrein bij supermarkt vol. Wachten bij de kassa op oude vrouwtjes die nog met cheques betalen, dat duurt ook uren. En dan lullen ze in de tussentijd met de cassiere over alle ziekten en kwalen die ze hebben, maar ook die van de buren, neven en nichten. Of ze zijn iets vergeten af te wegen. Geeft niks hoor. Doet de cassiere wel, blijft een kwartier, want rookt dan gelijk een sigaret.
Ik grom mee.
Jahaa, dat is het platteland, zegt de vriend, die nu zelf maar een pilsje heeft gepakt. Heerlijk, volgt erop, helemaal tot rust komen. En languit gaat hij weer in zijn tuinstoel.
Rust .... ? Blinde razernij zal je bedoelen !! Was ik gisterochtend aan het timmeren, kwam ik spijkers te kort. Maar ja ... alle winkels dicht hè tussen de middag. Dus ook de bouwmarkt. Van twaalf tot half drie. Lunchen noemen ze dat hier, met een kleine siësta er achter.
Noord Frankrijk, siësta .... Werken met je donder. Het was amper vijftien graden gisteren.
De vrouw doet haar man kirrend verslag van al die enige producten die ze gezien heeft. Kijk 's, ik heb een fles pastis voor je gekocht, leuk hè, die nemen we mee naar huis ...
Als ze over m'n stoppen met roken beginnen, dan, dan ....

maandag 6 mei 2013

Leven in Frankrijk : Hoofd in de rook

En dan elke keer als u zo'n behoefteaanval krijgt moet u iets gaan doen, of aan iets anders denken, zei het jonge ding tegenover mij. Heus binnen vijf minuten is het over, liet zij er nog op volgen. Ik glimlachte en dacht heel stiekem ook aan andere dingen. Succes er mee, heel veel succes. Ze liet mij haar spreekkamer uit.
Buiten draaide ik een zwaar shagje. Dat mag, je mag de eerste week gewoon doorroken terwijl je de medicijnen slikt. Ik voelde me lullig, bedremmeld, triest, een watje, en kreeg een heel zwaar  'waarom eigenlijk' gevoel. Die zware weduwe en ik waren toch maar eventjes bijna vijftig jaar dikke vrienden geweest. Welk echtpaar houdt het zo lang vol .... nou .... nou.

De pillen deden wat ze moesten doen. De gewoonteverslaving uit mijn systeem krijgen. Mwah, tja. Op moeilijke momenten, als het krampt in mijn kaken, water me in de mond loopt, een beetje begin te trillen, denk ik dan weer aan het jonge ding, vijf minuten maar.
Het zijn zo van die vaste momenten, koffie, alcoholletje, eten, schilderen. Dan, dan ... maar ik DOE het niet.

Las ik de bijsluiter. Een op de tien wordt depressief, of krijgt woeste dromen. Nou, het eerste niet, het andere wel. Ik droom dan van .... en over ....

Gisteren ezel in de tuin en geschilderd, bomen gekeken en naar overvarende wolken, vogels geluisterd.
De zon was verrukkelijk, dus bbq-weer. Maar eerst samen een wijntje op het terras, en nog een wijntje.
Begon het weer. Weer te krampen en te trillen.
Is er iets ? Wat ben je stil. Denk je aan iemand ?
Ik zei niks, ik legde een stapel vlees op de bbq. Het spetterde, EN ... het rookte.
Ik ging middenin de rookwolk zitten.
Zekerheidshalve langer dan vijf minuten.