dinsdag 23 april 2013

Leven in Frankrijk : Lekker vrolijk

Net als in Nederland zit de brievenbus soms vol met folders. Supermarkten, bouwmarkten, prullenwinkels. Ja/nee stickers kennen ze hier niet. Maar er wordt niet bezorgd als het hek dicht en de auto afwezig is.
Ik kijk ze altijd wel even door. Koopjes, hebbedingetjes, maar bovenal gereedschap voor in huis en voor de tuin, moestuin.
Niet dat ik handig ben. Ik vind het gewoon mooi, maar koop het niet. Stel je voor twee linkerhanden met een zaagmachine. Een grondfrees voor de tuin ... laat maar zitten. Daar is de tuin veel te klein voor.
De folders staan nu vol met tuingereedschap, schuttingen, op afstand bedienbare hekken en poorten, de mooiste plavuizen, partytenten, parasols met lampjes erin, vuurkorven en meer van die ongein.
Het mooiste zijn de aanbiedingen van bankstellen. Pardon ... loungesets.
Voor duizend euro mag je dat gewoon buiten laten staan. Niet zo verwonderlijk, 't is van plastic wat op gevlochten rotan moet lijken.
En wat er nog mooier aan is, is dat het bankstel gezellig grijs van kleur is. Nee, daar wordt je lente-vrolijk van. Zeker nu het weer ook al elke dag grijs is.
Daar heeft die mevrouw op het bankstel van de folder geen last van. Kortgerokt ligt zij languit op een van de banken, de zonnenbril in haar haar, dat hoort namelijk zo. Ze is alleen. Haar man zal wel werken en de kindertjes op school.
Even een moment voor jezelf, op je grijze bankstel, lekker loungen, of chillen.
Op de salontafel, ook grijs, staat een fles in een koeling. Zal wel prosecco zijn, anders kun je niet chillen, las ik laatst in een trendy damesblad. Op een bord liggen wat roze dingen. Als ik goed kijk lijkt het wel op sushi. Ja hoor het plaatsje is compleet. Eh ... die mevrouw voldoet aan het beeld, de tuin, haar man en de kindertjes ook wel denk ik.
Maar bovenal het grijze bankstel. Oh la mevrouw komt overeind en pakt een boek.
Ik kan de titel niet goed lezen, ik zie alleen het woord: grijs.

maandag 22 april 2013

Leven in Frankrijk : Zwijgend museum

Overdag kun je je lege glasfles  natuurlijk omruilen bij de supermarché. Dat is makkelijk als je er toch boodschappen doet en het is er niet duur. Maar gasflessen gaan meestal leeg als je staat te koken en steeds weer vergeet een tweede reservefles te kopen.
's Avonds leeg dus, als alle winkels gesloten zijn. Dan ben je aangewezen op de 'particulieren'. Gewoon iemand die wat wil bijverdienen aan het omruilen en verkopen van gasflesse. Zo kwam ik een keer bij Didier terecht. Hij woont aan de rand van een buurdorp, lange oprijlaan. Een lamp floepte aan, een dikke oude man kwam aangeschommeld en verkocht mij een gasfles. Het was koud en aardedonker, geen tijdstip voor een boeiende conversatie. Bovendien moest de afgekoelde prak weer opgewarmd worden.

Op een keer ging overdag de fles plotseling leeg. Op pad naar Didier; liever dat hij wat verdient dan zo'n supermarktketen. Toen zag ik pas hoe hij echt woonde. Een oud huis, glazen veranda met half vergane planten. Naast een lange rij gasflessen in allerlei soorten en maten was er een soort buitenmuseum ingericht met tal van mijnwerkersattributen. Tegen een witgekalkte muur lagen lampen, pikhouwelen, een kruiwagen met grote stukken steenkool erin, een oude drilboor, een houten kruis met een mijnwerkershelm er bovenop.
"Voor heen die stierven voor het zwarte goud" stond er in een kinderlijk handschrift op een zelf getimmerd houten bord.
Didier slofte naar mij toe. Ondanks het zuurstofslangetje in zijn neus hijgde hij als een oud bospaard. Hij wees naar een plekje om de lege gasfles neer te zetten, ik pakte een volle uit het rek.

"Bent u vroeger mijnwerker geweest?" was mijn zeer overbodige vraag. Hij wilde reageren, maar dat verdween in een rochelende hoestbui.
Hij gaf een papiertje waar de prijs van de fles op stond en hield zijn hand ophoog.
Ik betaalde en verdween in stilte.

vrijdag 19 april 2013

Vincent van Gogh is niet thuis

Even over uit Pas de Calais lopen we op de Lange Beestenmarkt in Den Haag. Brede straat, oude huizen, afgewisseld met foeilijke nieuwbouw. Het oude is mooi, je ruikt, voelt de nostalgie. Alleen al de naam van de straat! In de directe omgeving heb je nog meer prachtige namen, het Zieken, Fluwelen Burgwal, Dunne Bierkade en de Doubletstraat. De laatste was vroeger een rosse-buurt-straatje. Nu weet ik het niet. De zon scheen zo fel ...
Vincent van Gogh woonde op de Lange Beestenmarkt. Net zestien jaar oud, weg van het ouderlijk huis. Werkzaam bij kunsthandel Goupil in het centrum.
Ik voelde me geroepen even bij hem langs te gaan. Het is toch wat, zo'n jonge jongen helemaal alleen in zo'n grote wereldstad met 'rosse' verlokkingen zo vlakbij. Hij woont op een kamer bij de familie Roos, maar toch.
We lopen de huisnummers af, zoekend naar nummer 32. Weg is nummer 32. Wel een poort met een groot hek ervoor waar moderne brievenbussen aan hangen. We bestuderen de naambordjes, niks van Gogh. Door het hek zien we achter in de poort wat fietsen staan, een kapotte stoel, een zinken teil met planten erin. Wie weet ... maar de boel blijft dicht.
Een beetje teleurgesteld dralen we wat ...
Maar aan de overkant is distelleerderij Van Kleef. Mooie antieke gevel, anna 1842 staat er in sierlijke krulletters geschreven.
Nou vooruit dan maar. Mijn tong plakt toch wel een beetje van al dat gewandel en gezoek. De deurbel klingelt vrolijk en zo ook de jonge dame achter de tap. Wij vergapen ons aan de inrichting alles is nog zoals het eens was, honderdzeventig jaar geleden.
De jonge dame zet twee glaasjes neer, vult ze tot aan de rand. Proeft u maar, krijgt u zo een andere, we hebben vele soorten jenevers en likeuren. Ze is jong, mooi en lief en ze schenkt lekker door, dat is ook heel lief.
We nippen, slokken en gaan op in de antieke wereld van de oude jenever.
We horen de bel niet als de deur wordt opgeduwd.
Ik krijg een klap op mijn schouder. Hé ome Simon en tante Chris, wat een verrassing, klinkt het achter ons.
Hé Vincent, zegt het meisje en krijgt een rode kleur.

donderdag 18 april 2013

Leven in Frankrijk : Droge regen

De winter heeft oude buurman Bernard veel te lang geduurd. Dolgelukkig toen eindelijk het voorjaar begon. Er werd gewied, geschoffeld, geplant en gepoot, dagenlang kont omhoog.
Praatjes voor tien en zijn gulle lach daverde weer door het dal.

De eerste puntjes groen kwamen al snel uit de grond. Met wijdse gebaren werd verteld wat er zo allemaal zou moeten gaan groeien. Om de drie soorten kwam de vraag of wij dat in dat verre Holland ook hebben.
In de winkel wel, zei ik, maar op het land zou ik het zo gauw niet weten. Dat vindt Bernard nou humor, dus wordt er flink gelachen.

Vorige week verscheen er opeens een vogelverschrikker in de tuin, meer een houten kruis met een blauwe kiel er om heen. Een paar dagen later nog een. De helft van de moestuin gaat nu ook schuil onder groen netten.
Zijn dat je twee broers Bernard? Een beetje meesmuilend slofte hij verder, ... de vogels vreten alles op monpelde hij.
Eergister is het bij schoffelen gebleven, de wind deed de droge aarde tot stof opwaaien.
Beetje droog he? Bernard trok zijn wenkbrauwen omhoog en kwam al schoffelend mijn kant op. Ik vertelde hem dat ik gelezen had, dat het de droogste aprilmaand was van de afgelopen driehonderd jaar.
Driehonderd jaar ... dat lijkt wel een eeuwigheid. De grote boeren sproeien al. Ik niet, ik vertrouw op de natuur. Bernard veegde zwarte strepen op zijn voorhoofd en keek hoopvol omhoog naar de steeds donker wordende lucht. De eerste druppels vielen en maakten kleine plofjes op de stoffige voren en rolden naar beneden.
Hier heb je niks an ... dat is droge regen, zei hij met een zucht. We knikte en gingen elk naar ons huis.

Toen ik later langs liep stond Bernard voor het raam. Hij keek omhoog en schudde zijn hoofd.

dinsdag 16 april 2013

Leven in Frankrijk : Vincent van Gogh is niet thuis

Weekend over uit Pas de Calais lopen we afgelopen zaterdag op de Lange Beestenmarkt in Den Haag. Brede straat, oude huizen afgewisseld met foeilijke nieuwbouw er tussen.
Het oude is mooi. Je ruikt, voelt de nostalgie. Alleen de naam van de straat al. In de omgeving heb je het Zieken, Dunne Bierkade en de Doubletstraat. De laatste was vroeger een rosse-buurt-straatje. Nu weet ik het niet, de zon scheen zo fel afgelopen zaterdag.
Vincent van Gogh woonde op de Lange Beestenmarkt. Net zestien jaar oud, weg van het ouderlijk huis, werkzaam bij kunsthandel Goupil in Den Haag.
Ik voelde me geroepen even bij hem langs te gaan. Het is toch wat, zo'n jonge jongen helemaal alleen in zo'n grote wereldstad met 'rose' verlokkingen zo vlakbij. Hij woont dan wel op kamers bij de familie Roos, maar toch.
We lopen de huisnummers af, zoekend naar nummer 32. Weg is nummer 32. Wel een poort met een hek ervoor waar moderne brievenbussen aan hangen. We bestuderen de naambordjes, geen van Gogh. Door het hek zien achter in de poort wat fietsen staan, een kapotte stoel, een zinken teil met planten erin. Wie weet ... maar de boel blijft dicht.
Een beetje teleurgesteld dralen we wat. Maar, aan de overkant is distelleerderij van Kleef. Mooie antieke gevel, anno 1842 staat in sierlijke krulletters geschreven.
Nou vooruit dan maar. Mijn tong plakt toch wel een beetje van dat gewandel en gezoek.
De deurbel klingelt vrolijk en zo ook de jonge dame achter de tap. Achter haar talloze kruiken.
De jonge deerne zet twee glaasjes neer, vult ze tot aan de rand. Proeft u maar, krijgt u zo een andere, we hebben alle soorten. Ze is jong, mooi en lief en ze schenkt lekker door, dat is ook heel lief.
We nippen, slokken en gaan op in de antieke wereld van de oude jenever.
We horen de deurbel niet, toen die weer open geduwd werd.
Ik krijg een klap op mijn schouder. Hé ome Simon en tante Chris, wat een verrassing, klinkt het achter ons.
Hé Vincent, zegt het meisje en krijgt een rode kleur.

donderdag 11 april 2013

Leven in Frankrijk : Plaatselijke handel

Zo' n plattelands dorp, daar verandert zeker niet zo veel ... Nou, mooi mis.
Zo zijn er vorig jaar op de grote heuvel vijf windmolens geplaatst. De vooruitgang gaat ons dorp niet voorbij.
Maar er is ook wel wat verdwenen.
Zo waren er tien jaar geleden nog drie kroegen. En dat is op een bevolking van zeshonderd niet verkeerd. Je kwam nooit om van de dorst. Nu is er alleen nog Jean Pierre over, kroeg en brasserie.
Ooit was er een klein supermarktje. Formaat huiskamer. Geen houden aan. De drie grote supermarkten in de omliggende dorpen slokten de klandizie op.
De oude slager is met pensioen, maar hij is opgevolgd. Welliswaar niet alle dagen open, maar met prima vlees. Zo van de boer, zelf geslacht. Volgens de handgeschreven poster in de vitrine vliegen de omega's je om de oren.
En dan hebben we nog Yves de bijenhouder. Als je aanbelt voor een potje homing of een flesje honingwijn doet hij de duer open en draagt hij een medaille, hij is in 1982 in de prijzen gevallen met zijn honing.
En de rest van de handel is ambulant. Ze komen met de auto aan de deur. Joël met brood en een ouwehoer-praatje. De visboer uit Le Crotoy. Het autootje met boter, kaas en eieren. De Figro met alles wat je maar kunt invriezen.
Niet te vergeten de dorpscamping die ook gasflessen verkoopt. En dan vergeet ik bijna Helene, de dameskapsalon. Er komen wel eens damens naar buiten met een kleurspoeling die nooit de bedoeling geweest kan zijn.
Eigenlijk geen handel, maar wel eens makkelijk: het postkantoor. Met sluiting bedreigd maar Roger, de burgemeester, heeft zich sterk gemaakt. Het kantoortje is nu twee middagen en ook zaterdagmorgen open. Je hoeft er nooit te wachten als je een postzegel wilt hebben.
En er hangt altijd een spinnenweb bij de voordeur.

dinsdag 9 april 2013

Leven in Frankrijk : Gladde benen

Het was vorig jaar zomer. Zo'n piepklein gehuchtje in de Provence, heel ver weg van de snelweg.
Bij ons in het dorp is het rustig, maar in dit gehucht is het gewoon stil, heel erg stil. En dat is lekker, heel erg lekker.
Die dag hadden we een paar eeuwenoude dorpen bezocht, een museumpje.
Loom zaten we op de warande van de gehuurde gite met een eenvoudig hapje van enorme omvang. Alleen de vorken waren hoorbaar.
De avondzon kleurde het dal rood. We klonken met de glazen en staarden.
Stil was het. Ook bij de buren, een Frans echtpaar.
Het werd langzaam donker. Wij deden de waxinelichtjes aan, de buren een kaars.
De kerkklok beierde dat het tien uur was. We zuchtten en luisterden naar de krekels, zagen een vleermuis en hoorden een uil in de verre verte.
Niets, niets dan stille rust.

Gebrom, ineens een zacht gebrom.
Geen beest, geen krekels, geen verdwaalde auto.
Het hield maar aan, was irritant geworden.

Ik moest toch naar binnen voor een nieuwe fles. Vanaf het trapje kon ik een stukje tuin van de buren zien. In hun kaarslicht zag ik een grote kabelhaspel uitgerold en de buurvrouw in een half opengeslagen badjas.
In lome halen haalde zij een tondeuze over haar benen.
Gracieus, heel gracieus.
Haar man keek vanuit de deuropening toe.
Even later was de kaars uit.