maandag 25 maart 2013

Leven in Frankrijk: Nouvelle cuisine ... HOTSPOT ... slow food

Loop ik afgelopen zaterdag over het parkeerterrein bij de bouwmarkt, paar dorpen verderop. Plankje halen, schroefje, daar soort dingen. In gedachten loop ik door de schuifdeuren.
"Hé Simon", hoor ik verderop. Jean Pierre, onze kroegbaas loopt via een andere deur naar buiten. "Ik ga dit weekend verbouwen", roept hij en triomfantelijk houdt hij iets in de lucht. "Salut", roept hij er achteraan en beent naar zijn auto en ik naar binnen. 't Was een verfafbrander bedenk ik mij, zo een op een gasflesje.

's Middags toch maar even langs gelopen. Hoop geschuif met tafels en stoelen en ik hoor servies gerinkel. Ik steek mijn hoofd om de hoek van de deur van het restaurantgedeelte. Jean Pierre, zijn vrouw en zijn zoon, sjouwen van hot naar her.
Nieuwe tafels erbij zegt zijn zoon en wijst op een paar formicatafels met alumuminium poten. Staat wel gek bij die donker bruine houten tafels denk ik. Achterin staan nog wat witte plastic stoelen, voor als het heel druk wordt glimlacht zijn vrouw. Het al jaren halflege wijnrek wordt mijns inziens doelloos een meter verplaatst.
"Mooi he?" zegt Jean Pierre en hij hangt een zwijnenkop aan de muur, recht tegenover een stel stoffige opgezette roofvogels, waarvan, ook al jaren, bij de buizerd een vleugel er een beetje lam bij hangt.
"Ik heb ook nieuwe borden gaat hij verder. Van die hele grote ! Die zijn voor de buitenlanders, die schijnen zo te eten, blaadje sla, streepje maggi, kassa ... 15 euro." Zijn dikke buik schudt van het lachen. "Ik ga met m'n tijd mee Simon. Slow food noemen ze dat, heb ik gelezen. Langzaam eten dus ... als ze maar opschieten. Nouvelle cuisine, mon ami." En weer giert hij het uit.
"Ga je ook nog schilderen?" vraag ik, "ik zag je toch met een brander lopen."
Hij slaat me op beide schouders.
"Nee man, das voor de crème brûlée."

woensdag 20 maart 2013

Leven in Frankrijk: van Gogh, Zola ... en ...ik

Op maandag 25 mei 1885 ontvangt Vincent van Gogh een brief van zijn schildersvriend Anthon van Rappard. van Rappard reageert op een door Vincent toegestuurde studielitho van de aardappeleters.
Vriendje Anthon laat van het schilderij geen spaan over: man zonder knie, vrouw rare neus, enz.
Diezelfde dag schrijft Vincent hem terug, en ... Normaal schrijft Vincent lange, soms hele lange brieven. Maar nu:
"Amice Rappard. Uw schrijven ontving ik zooeven - tot mijn grote verwondering.- Ge ontvangt het hierbij terug . - Na groete. Vincent. "
Jaja, duidelijk op zijn penseel getrapt, en terecht natuurlijk, klojo die Rappard. Kom niet aan mijn Vincent. Ben geen groupie, maar een zeer groot bewonderaar.

Eerder had Vincent aan broer Theo om het boek "Le germinal" van Emile Zola gevraagd. Op 28 mei 1885 heeft hij het ontvangen en is er onmiddellijk in begonnen. Hij is er zeer enthousiast over. "Ik heb er ook eens geloopen" schrijft hij aan Theo.
Het boek speelt zich af in Noord-Frankrijk in het gebied van de kolenmijnen. Vincent was daar vanuit de Bourinage lopend naar toe gegaan om de schilder Courot op te zoeken.
Jaja, ik woon er ongeveer een driekwartier vandaan, die streek dus. En (jaja) Le Germinal is een van de beste boeken van Emile Zola. Ben geen groepie, maar een zeer groot bewonderaar van Zola.

Vandaag is het woensdag 20 maart 2013. Ik schrijf een blog over Vincent en Emile van wier beiden dus een bewonderaar ben. En ze inspireren mij. Mijn eerste boek kwam anderhalf jaar geleden uit en deze zomer exposeer ik met mijn schilderijen hier in de buurt.
Dikke kans dat ze allebei langs komen, veel drukker zal het niet worden.


maandag 18 maart 2013

Leven in Frankrijk : In het gras ....

Oude buurman Bernard en ik stonden in ons kleine straatje nog wat te praten over de enorme sneeuwval van afgelopen week. Hij is begin tachtig en had nog nooit zoiets meegemaakt. Een meter lag er hier en daar, geen doorkomen aan, wegen afgesloten. - Ik dacht dat men zoiets in Nederland minstens een sneeuwinfarct zou noemen en de spoortreinen uit voorzorg binnen zou houden -
Maar nu verdween alles letterlijk als sneeuw voor de zon. Blubber en grote plassen. Maar die verdwijnen ook wel weer snel zei Bernard.

Kortom een praatje van niks en we staren nog wat na over de moestuin van Bernard. Achter ons verstoren driftige voetstappen ons denkproces. Ik weet precies wie het is ... de juf van het dorpsschooltje loopt naar huis om te eten. En wat wil het geval? Zij is veruit de mooiste vrouw van het dorp, bijna van het hele departement, denk ik wel eens.
Bonjour, ca va, bon apetit, en zij loopt verder het straatje uit. Ahum, doet Bernard, ja ja. Ik voel me betrapt bij het nakijken. Ja ja Simon, een knipoog, wat eet jij zometeen?
Blote billetjes in het gras, zeg ik. Ogen op steeltjes zie ik bij Bernard. Ja, zeg ik, dat is nog een recept van m'n ouders uit het oude Scheveningen. Zoute snijbonen met witte bonen, en die gooi je door elkaar, vandaar de naam, snap je? Lekker aardappeltje erbij, klaar.
Blote billen in het gras, herhaalt Bernard langzaam. Ik hoor hem denken, achterlijke Nederlander. Nou eet smakelijk dan maar zegt hij, met dikke rimpels op zijn voorhoofd. Bij het weglopen draait hij zich om. Hé Simon, als straks die juffrouw weer langs komt vraag of zij dat ook 's een keer wil eten. Met zijn wijsvinger tikt hij aan zijn rechteroog. Bulderend van het lachen stapt hij zijn huis binnen.

zaterdag 16 maart 2013

Leven in Frankrijk : Mijn god .... lifestyle

In ons koningsgevoel is sleet gekomen. Tis hier nog steeds wel geweldig, maar toch. Eerst dachten we dat het door het weer kwam. Grijze luchten, sompige aarde, niemand op straat in dit gehucht, klef stokbrood, zurige openhaarden lucht.
Ook nauwelijks bezoek uit Nederland. De laatsten dateren van medio oktober. Familie. Schoondochter liet een stapel tijdschriften achter, van die interieurbladen en damesbladen.
Nou, daar zijn we vorige week is aan begonnen ... en sinds die tijd is HET... de sleet. Sleet in ons welbevinden.
Die bladen hebben een heel hoog, je-moet-gehalte. Gelikte foto's van bankstellen waar je na vijf minuten zitten geheid een stevige hernia aan overhoud. Die kosten wel zeker tien rooie ruggen. Maar tis wel design natuurlijk van een of andere Italiaan met stoppelbaard en een gescheurde spijkerbroek.
Van een ander blad moet je 'de tuin naar binnen halen' , of een bankstel kopen om in je tuin te zetten. Lekker dubbel dus. Oh ja de buitenkeuken niet te vergeten.
Chris werd wat verdrietig toen ze las, dat de moderne vrouw niet zonder een 'huidcoach' kan. Dat is iemand die zalfjes aansmeert tegen astronomische prijzen, een voedende nachtcreme bijvoorbeeld waar je ook mee kunt douchen, maar wel wetenschappelijk getest, er zitten x-plus-chlotaten in !!!
En ook dat wij nooit meer een 'hide-away' doen ???? Mijn lip begon ook te trillen. Zoiets betekent gewoon een weekendje weg. Maar dan wel in een welnes-resort met een spa en een slow food keuken. En dat natuurlijk niet op de Veluwe maar ergens op een tropisch eiland.
We keken naar de foto's en naar de prijzen ... voor slechts ...
Het volgende blad ging over designhotels. Een prachtige foto waarop het publiek echt zat te genieten. Kon je zo zien. Iedereen aan het laptoppen achter een glaasje bubbels. Daarna lekker eten. Een bord van formaat televisieschotel met daarop een soepballetje van de wakkiwakki-koe met daarnaast een minuscuul streepje saus van de stripratzel-vrucht.
Naast het bord ligt dan de allernieuwste i-pod-pat-pad met de laatse apps met snufjes waar je eigenlijk geen behoefte aan hebt maar toch moet kunnen laten zien dat je het hebt.
Ook zo fijn dat naast de foto's uitleg wordt gegeven wat de mensen aan hebben, hun kleding dus en het prijskaartje. Bij elke prijs keken we eerst of de komma wel goed stond.

Morgen komt de vuilniswagen weer langs.
Toedeledokie daar verdwijnen de bladen in de kliko.
In nestel me lekker in m'n Philip Starck-bank en leg m'n voeten op de salontafel van B&B-Italia. Die hadden we nog...

donderdag 14 maart 2013

Leven in Frankrijk : 120 min één

Zie ik daar van de week op de tv iets over Rome. Een man in overall rommelt aan een grote kachel, een andere man stelt op het dak het schoorsteentje nog even bij. Verstandig denk ik, ook in Rome is het winter en kou is niet lekker. Zeker niet in zo'n groot gebouw.
Ik wil bijna wegzappen of daar komen, onder trompetgeschal, 120 figuren aangesjokt, mannen blijken het te zijn, en, lachen, ze hebben allemaal een rode jurk aan. Ze wiegelen een beetje en ze murmeren een liedje. Als dat maar goed gaat denk ik. Met een grote zwaai doet een oude romeinse soldaat de deur dicht.
Tis wel een rare mannenclub denk ik, allemaal dezelfde jurk aan ... Kweet niet wat ik er van moet denken.

De volgende dag hoor ik dat ze nog steeds in die grote zaal zitten ... ahum ... tja.
Extra journaal. Uit het schoorsteentje, wat die ene bouwvakker eergister recht zette, komt een grote zwarte rookwolk. Zo ... denk ik, daar zit slechte trek in. De nieuwsmeneer ter plekke zegt dat die 120 er nog niet uit zijn. Tadaaaa, tis dus een congres van verwarmingsmonteurs.

Gisteravond komt er in ene witte rook uit het pijpje. Ze zijn eruit, kirt een mevrouw.
Ja, dat zie ik ook wel. De schoorsteen trekt nu als een tierelier. Maar dat mag ook wel vind ik, 120 monteurs na drie dagen. Godsammeliefhebben, wat een poespas voor zo'n kacheltje. Pedant zooitje. Komt er één op een balkon vertellen dat hij de baas is en om dat te onderstrepen heeft ie een andere jurk aangetrokken, een witte. Een witte voorman. Wel allemachtig oud hoor ik, 76. Die is nog met een petroleumstel opgegroeid. Ze moeten het zelluf maar weten.
Er zijn er dus nog 119 over tel ik snel.
Buonne sera.
En het bleef nog lang onrustig in Napoli ... eh Rome.
Enneh ... zo blij dat ik een openhaard heb.

dinsdag 12 maart 2013

Mijn God ..... DESIGN

Loop ik me daar toch een partij te genieten in het kleine museum. De energie spat van de doeken af, grote doeken. De kunstenaar houdt van sombere kleuren, net als ik. De lucht lijkt hij wel met teer te hebben aangezet. Brede touches. Een licht tintje verrraadt dat ergens de zon moet schijnen achter daverende wolkenpartijen.
Ik zuig het op en wil naar het volgende doek lopen.
Ik loop langs een raam en kijk onwillekeurig naar buiten. Ik zie een strak wit gebouw met ruime raampartijen. Een groot bord in de tuin met daarop: Design en dan een naam, alles in speelse kleuren, zo uit de computer.
Achter een raam zitten twee mannen aan hun buro, tegenover elkaar, elk achter een beeldscherm. Het zijn keurige vijftigers, in dito licht blauwe overhemden en dito stropdassen. Niks hips aan. Zij turen naar hun beeldscherm. Een van hen is linkshandig en reikt de ander een pen aan, vervreemdend beeld.
Ik zie niks van design. Alhoewel op een kast staan veelkleurige dingen, dat zal het dan wel zijn. Gadgets ... van die dingen, meestal van plasctic, waar je een godsvermogen voor betaald en die nergens toe dienen. Maar je kunt niet zonder in bepaalde kringen.
Die twee mannen bedenken natuurlijk dat spul, bedenk ik mij ... ik vind ze eigenlijk een beetje zielig, zoals ze er bij zitten. Boven zit natuurlijk de directeur. Vast heel trendy gekleed. Vast een heel trendy zwarte auto met vier uitlaten. Hij lacht vast en zeker zijn lul uit zijn broek met al die kopers.
Hé, de deur gaat open. Er komt en jongedame naar buiten. Bontlaarzen en bontmuts. Haar open jas laat een half blote buik zien; in haar navel glimt iets. In haar handen heeft zij twee kleine apparaatjes. Op de ene tikt ze driftig met haar vingers, aan de andere zit een draad die naar haar hoofd gaat.
Haar jas bolt achter haar op.
Er waait een meer dan ijzige wind, min twaalf
en dat is geen design

maandag 11 maart 2013

Leven in Frankrijk: Door de mand en dan ook nog op vrouwendag

Olivier en Ann zijn onze achterburen. Boeren zijn het, maar hereboeren, de rijkste in de verre omgeving. Niet alleen rijk, maar ook aardig, en ... voor hier in de buurt behoorlijk modern.
Nu is de situatie gewijzigd, sinds een paar maanden. Olivier had geen zin meer om te boeren en heeft zijn riek aan de wilgen gehangen. En wilgen heeft hij genoeg, wij kijken er vanuit onze tuin op uit.
Hij heeft de hele boel aan zijn kinderen overgedaan.
Ik ben bijna zestig Simon, en ik heb er genoeg van, elke dag die tractors, die aardappelen, 's zomers zie ik amper mijn bed. Lekker samen reizen met Ann.

- Ik dacht dat ze wel een 'bucketlist' zouden kunnen opstellen; dat hoort zo tegenwoordig lees ik regelmatig -

Eerst waren ze naar de grote stad gegaan. Nieuwe kleren gekocht en een nieuwe auto. dat kwamen ze laten zien. Zonder prijskaartje straalde de duurte er vanaf. Merkkleding en een auto met vier uitlaten.
Niks overall, kleischoenen, ronkende tractoren en ander maai- en ploegmateriaal.
We dronken koffie in de keuken. Ann met Chris aan de praat aan de ene kant van de tafel, Olivier en ik aan de andere. Tot vermoeiens toe over topsnelheden, toerentallen, cylinders.
Nee Olivier doet nooit wat in huis, hoorde ik aan de andere kant. Daar ben ik voor zei Ann. Zelfs als de melk aanbrandt roept hij mij nog.
Olivier haalde niet eens zijn schouders op.
Praatje kleinkinderen brak aan. Zij hebben er één.
Jaja, opa Olivier, nu heb je alle tijd. plaagde ik hem.
Niks opa. Ik ben voor die kleine, grootvader. Dat geeft een waardige afstand, dat hoort zo.

Zo blij dat ik een klein moestuintje heb, en geen vier uitlaten.
Een boer moet keuteren vind ik, met zijn vrouw en zijn kleinkinderen.

maandag 4 maart 2013

Leven in Frankrijk: Spijtvogel

Eerder schreef ik al over Cyril. Kunstvriend en medeschilder. Een barbaar van bijna twee meter, mist een tand of wat, tatoos, bierbuik. Zuipt, vecht, kraakt zijn eigen werk af, maar schildert lieflijke schilderijen, landschappen en peilloze vergezichten.
Cyril is heruitvinder van het impressionisme.
De laatste keer dat we elkaar zagen .... redde ik hem uit een gevecht in zijn kroeg in het dorpje A. Hij woonde toen met een meisje in zijn vervallen huisje. Een meisje, een heroinehoertje. Ze scholden, ze zopen, ze ... Via via hoorde ik dat zij vertrokken was, of dood, in ieder geval niet meer bij Cyril. En toen werd het stil. Alsof ook hij van de wereld verdwenen was. Tot gisteren.
Ik vond een verfrommeld briefje in de brievenbus. Wanneer zie we elkaar weer? was de boodschap, getekend Cyril.

Ik verwachtte eigenlijk weer die enorme puinzooi aan te treffen. Zijn door van alles en nog wat overwoekerde huis, keiharde muziek, zijn gevloek als welkom.
Niets van dat alles. Het toegangsweggetje leek bijna aangeharkt. Planten in de tuin netjes opgebonden. Ik zag een regenton, verdwenen waren de kapot gegooide lege flessen. Voor het huis een tuinbank, een tafel en een paar stoelen. In de vensterbank plastic bakken met aarde en ontkiemende zaadjes. Uit het open raam klonk vioolmuziek.
Ik voelde mijn kin op mijn voeten zakken, een droge mond krijgen en ik moest meer dan glimlachen.
"Goede vriend kom verder", Cyril stond met zijn armen wijd in de deuropening. Nog steeds twee meter, maar zeker geen hooligan meer, hij had zo waar een overhemd aan. "Fijn je weer te zien" liet hij er op volgen en nam mij in zijn armen. Ik kustte hem op beide wangen.
"Noem je mij geen kutgladiool meer" vroeg ik hem en schoot in een verbaasde lach, te hard.
Hij glimlachte wat zuur en schonk koffie in. Cyril en koffie !!
Hij vertelde van zijn eindeloze moeheid, zoals hij dat noemde, altijd zuipen, vechten, hoeren, teringzooi.
Nee, de Heer had hij niet gezien, maar wel de spiegel. Daarin vond hij zijn contrast, zijn ruwe leven en zijn gevoelige schilderijen.
Ik werd er zelf gevoelig van Simon. Ik dacht even dat ik een wijf geworden was. Hij bulderde het uit van het lachen. Toen ben ik godverdomme gaan opruimen jongen, de hele donderse bliksem er uit gesmeten, te beginnen met die hoer. Alleen in het weekend zuip ik nu nog. En weer lag hij dubbel.
Heb je spijt van je leven? vroeg ik lullig, ik hoorde het zelf.
Spijt? Spijt? Dat woord ken ik niet, moet je nooit hebben trouwens. Spijt is voor vogels, die de verkeerde richting op vliegen. Van pret sloeg Cyril zich op zijn knien. Goed he? zei hij.
Hij stond op, liep naar binnen en kwam terug met een fles whisky, een literfles.
Goed dat je er bent, hij sloeg op mijn schouders.
't Is weekend.