maandag 25 februari 2013

Leven in Frankrijk: De Belgen en ik

Talloos zijn de keren dat we Belgie doorgereden zijn. Altijd de E17. Antwerpen - Kortrijk.
Bij Antwerpen altijd de 'ring'. Niks niet Liefkenshoektunnel. Ben me daar belazerd om ruim 6 euro voor een tunneltje te betalen. Ik hoorde laatst dat je ook daar in de file kunt staan. Kassa !!
Nee hoor gewoon de 'ring'. Daar waar de matrixborden altijd de verkeerde snelheid aangeven. Van 100 ineens naar 50 kilometer of andersom, geen peil op te trekken.
Van Nederland naar Franrijk staat er bij Antwerpen altijd een file, aan de andere kant! Van Frankrijk naar Nederland, staat die file er nooit. Goed he?

Na Antwerpen, hopla de 3 banen op. Jaja. Geef een Belg een driebaansweg, en waar rijdt hij? Juste, altijd in het midden. Om gek van te worden. Seinen met je koplampen, toeteren, boos kijken, vieze vinger. Niks geen reactie stoicijns in het midden.
Geen politie te zien. In al die jaren niet. Tot die ene keer, dat ik te lang in het midden bleef rijden. een roestige voorheen witte Volvo met een rood hoofd, blauwe zwaailichten, wijst mij naar de binnenste baan. Zottenklap!
Dan is er bij Gent ineens een brug. Niet harder dan 90! Zo hoog is die brug nou ook weer niet, dat het er flink kan stormen. A la. Het duurt gelukkig niet lang. Wel goed flinke rempartijen en bijna botsingen.
Voort gaat de weg.

Haalde ik laatst een tankwagen in. Grote letters erop: vloeibaar transport !!! Kort nadenken, flink lachen Vloeibaar transport is toch een rivier meenden wij.  We houden de uitdrukking erin. Als ik een wijntje ga kopen, dan doe ik aan vloeibaar transport, voila.

Honderden keren de Belgisch - Franse grens gepasseerd. Dubbele namen voor een dorp of stad.
Duizenden keren gezien dat Lille er in het Nederlands Rijssel heet.
Nee !!!
Het is Rijsel met één S. Tot voor een paar weken heb ik dat nooit geweten. Op zo'n domme school zat ik vroeger nou ook weer niet. Eerst dacht ik, dat zullen de Belgen wel verkeerd geschreven hebben ... a maai het is geheel en al mijn fout !! Ik kon er ruiterlijk voor uit.

En ook ... eigenlijk bovenal. De shag is in Belgie 3 gulden goedkoper dan in Nederland en nog meer dan in Frankrijk.
Tof volk dus die Belgen, zeker en vast.


maandag 18 februari 2013

Leven in Frankrijk : Het begint met vleugels

Het leek wel afgesproken werk. Gelijktijdig deden we de voordeur open. Oude buurman Bernard en ik. Ook keken we op hetzelfde moment omhoog ... Strak blauwe lucht, de daken van de schuren wit van de nachtvorst.
Samen liepen we naar het hek van de moestuin van Bernard en gaven elkaar een hand. We zeiden niets.
We keken naar het zwarte veld, een modderpoel. De laatste sneeuw was van de week gesmolten, grote plassen achterlatend op de nog bevroren ondergrond. Ik dacht dat ik Bernard hoorde zuchten. Dat doet hij vaak 's winters. Alle dagen binnen zitten, niks in de tuin te doen.
We stonden en we keken.
Dan hoog in de lucht, zacht gegak van een zwerm ganzen. Noordwaarts.
" 't Wordt lente Simon, de eerste voortekenen" mompelde Bernard. We keken de ganzen na.
Toen ... begon opeens een vogel te fluiten, onzeker nog, maar hij was er, wij hoorden hem allebei.
Prachtig klonk het.
"Wat is dat voor een vogel " vroeg ik.
Bernard haalde zijn schouders op.  "Gewoon één met vleugels" zei hij, haalde zijn neus op en ging naar binnen.
Ik grinnikte om hem, bleef nog even staan en zag mijn adem.

donderdag 7 februari 2013

Leven in Frankrijk : Hij heeft gelijk ... het is zo

Ik kom niet meer zo vaak in onze dorpskroeg, zelden nog maar. Altijd hetzelfde breekt me op, irriteert me. De mensen, de lucht, het interieur, de gesprekken of wat daar voor door moet gaan.
Toen ik vanmiddag langs liep keek ik toch schuins naar binnen, Jean Pierre stond achter de deur, wij staken beiden ons hand op, en ik ging naar binnen.
Ik schudde nee toen hij naar de bierpomp wees en vroeg om koffie, we zwegen.
Even later klingelde de deurbel en Johan kwam binnen. Johan, hij komt hier bijna nooit. Hij is Vlaming, hij is of was schrijver, of journalist. Ik ken hem als een stille. Hij vraagt om koffie, neemt het kopje mee en gaat achter in de kroeg aan een tafeltje zitten. Heel even ving ik een holle, vragende blik. Ik wacht even en ga dan bij hem aan het tafeltje zitten.
Hij houdt zijn kopje voor zijn mond en blaast er zachtjes in. Ik zie dat zijn vingertoppen en zijn nagels gekleurd zijn. Ben je aan het schilderen Johan, vraag ik. Over zijn kopje kijkt hij mij, een verplichte glimlach, en hij knikt. Beetje expirimenteren met pastel en acryl zegt hij zachtjes.
We zwijgen en kijken naar buiten, Jean Pierre spoelde wat glazen en verdween in de keuken.
Johan zet zijn kopje neer en zegt plotseling: Ik stop er mee! Ik ga geen kranten meer lezen, geen t.v. meer kijken! Wat een leugens! Zijn stem bibbert. De miljarden, de oorlogen, de honger, de zelfzucht, ik kan er niet meer tegen. De wereld is volslagen gek geworden! Hij bijt op zijn onderlip, kijkt mij vluchtig aan en dan weer naar buiten.
Mijn hoofd kan die dingen niet meer aan, vervolgt hij, het stormt in mijn hoofd, er zit koorts in mijn hoofd. Niet te stoppen, hele dagen, nachten, zelfs in mijn dromen. Het zijn godvergeten bergen! Zijn stem schoot een beetje uit, zijn trillende vingers versnipperen een bierviltje.
Ik wil voorover buigen, zijn handen vastpakken, het lukt niet, het lukt me niet.
En het gaat over mij, zegt Johan, het is onvermogen. Het zijn niet alleen die grote dingen die ik lees of zie.
Ik kijk hem vragend aan, geen reactie. Wat bedoel je met dat het over jou gaat, vraag ik.
Een verraste blik, een vreemde glimlach. Ik dus, zegt Johan, ik word steeds kleiner. Steeds kleiner. Steeds kleiner in deze wereld. Ik hoor de dingen die anderen zeggen nog maar half, vergeet dingen.
Ik snap ze niet. Maar ik voel alles, alles, alles. Reageer dan, zeggen de anderen.
Dat kan ik godverdomme niet meer !! Hij schreeuwt het bijna uit en slaat met zijn beide vuisten op tafel.
En weer wil ik voorover buigen, weer zijn handen pakken, ik ben verstijfd.
Ze praten maar, ze praten maar tegen me aan. wat ik moet doen, en vooral wat ik moet laten, hoe ik me moet gedragen. Overal! En als ik me verweer, dan wordt de stortvloed, hun stortvloed alleen maar groter.
Tranen stromen over zijn wangen.
En dan, vraag ik na een lange stilte.
Ik ben m'n eigen Don Quichotte, ik ben m'n eigen windmolen. Weer is het stil, dan kijkt hij mij aan en zegt: En die heb ik vanmiddag getekend.
Dan pakt hij mijn handen, drukt ze stevig, kijkt me even diep aan en zegt: Bedankt.
Johan staat en loopt zonder omkijken de kroeg uit.
Even later ging ik. Naar huis, hopend dat er niemand zou zijn. Het was al donker buiten. Heb omgelopen door het bos, het stormde in mijn hoofd,
Ik heb godverdomme geroepen, heel hard, keihard, uit mijn tenen.
En het luchtte niet op.