maandag 28 januari 2013

Leven in Frankrijk: Heeft u al een bucketlist?

Steeds vaker kom ik de term 'bucketlist' tegen. In tijdschriften en ook bij OBA, de onafhanelijke bloggersassociatie.

Ik dacht, bucketlist, dat is Engels voor emmerlijst. Zo van, wat stop ik allemaal in mijn emmertje. Raar hoor. Doet me denken aan een kinderspel: Ik ga op vakantie en ik neem mee.
Vroeger deed je zand in je emmertje, of water, of allebei.
Maar in een bucket gaan heel andere dingen! Je moet er je 'to do' dingen in doen, wat je van plan bent, wat je zou willen doen. Jaja, dat las ik allemaal.
En niet zomaar onthoud dingetjes. Nee, nee, dingen die er toe doen !! Dingen des levens !!! Genoemd worden dan reizen naar verre oorden, hotels met minstens 5 sterren, luxe hebbedingen van een bepaald merk, hebbedingen waar je niks aan hebt en dat kunnen er heel veel zijn heb ik begrepen.

Een goed boek, een zinvolle ontmoeting ... ik ben ze in de opsommingen niet tegen gekomen. Kortom ... allemaal buitenkant. Daar zitten die emmers, pardon buckets, vol mee.

Grappig is ook om te lezen dat al die blogs of artikelen over de bucketlist eindigen met de vraag: wat stop jij in je bucketlist ?
Ik ben net naar de schuur gelopen. Wij hebben twee emmers zag ik. Een heel oude zinken,  maar die is lek geloof ik. En een plastieke emmer. Daar doen we warm water en spiritus in als we de ramen zemen.
Op de keukentafel ligt een list, pardon lijstje, voor straks, als we boodschappen gaan doen.

Een emmer en een boodschappenlijstje. Zo hoort het. Niks hedonisme.

maandag 14 januari 2013

Leven in Frankrijk : Op stand, bijna of liever niet.

Twee dagen voor de kerst werd er bij ons dubbel glas geplaatst. Minder kou en nooit meer beslagen ramen. dat zijn zo wel de voordelen. Oh ja, en tegen de geluiden van de straat. Daar moesten de buurman en ik wel erg om lachen.
Die ochtend kwam er een prachtige grote bestelbus voor rijden, met mooie reclamebelettering. De bus werd netjes op de cour geparkeerd.
Het hele dorp wist 's middags dat wij ..........
Keurige mannen, die glasplaatsers. De oudere heette Claude en de andere, een hele jonge man, ik geloof Leo.
Chris en ik vonden het te nat en te koud voor de mannen, om buiten te werken. We schoven de keukentafel opzij en werk maar binnen mannen. Dat vonden ze geweldig. Koffie erbij, een croissantje, en ja hoor Claude mocht van mij binnen roken. Hij bood mij zijn shag aan en ik andersom.
Eind van de ochtend was alles klaar. Tafel op zijn plaats, dikke handdruk en een fooitje voor een biertje.
Chris en ik keken onze ogen uit ... door die dubbele ramen. In een ochtendje gepiept.

Een week later aan de kust. Le Touquet Paris Plage. Chique is daar nog niet chique genoeg. Het nederlandse Gooi is er niets bij. Een en al villa's in duinlandschap, en bijna alles rietgekapt. Het asfalt van de wegen en straten heeft een oud-roze kleur. En op die wegen en straten wordt gezoefd door luxe bakken. Audi is wel het minste. En je auto moet toch wel zeker vier uitlaten hebben. Bontjassen, gebleekt haar, zonnenbrillen, ook al het regent. Dat is zo'n beetje de populatie.
Onwennig rijden we een beetje rond. Knabbelen op een kruimelend stokbrood. We zijn op weg naar het strand, daar waar onze rivier (die bij ons door het dorp stroomt) hier de oceaan in verdwijnt.

Bijna bij het strand, zie ik op een oprit van zo'n kapitale villa de bus van Claude en Leo staan. Ook zij eten een boterhammetje. gewoon in de auto. Ik stop en loop op ze af. Een en al herkenning, alsof we de dikste vrienden zijn. Mogen jullie niet binnen eten, vraag ik, het is stervenskoud man. Claude gromt en maakt een wegwerpgebaar naar de villa.
Er komt een ronkend geluid vanaf de villa. Het is een zwarte Porsche Cayenne met hele dikke banden. Langzaam rolt het 'ding' het pad af. Er zit een hoogblonde spinnekop achter het stuur. De zonnenbril gaat omhoog en er wordt bestraffend naar ons gekeken. Wenkbrauwen gaan omhoog en drukken iets uit van: doen we nog wat en wegwezen.
Die klanten hebben we er ook bij, zo af en toe, zucht Claude.



vrijdag 11 januari 2013

Leven in Frankrijk : Kunst tussen de kolen

Iedereen die Frankrijk over de A 1 binnen rijdt kent ze wel. Na Lille richting Parijs verrijzen aan je rechterhand de kolenbergen. Kolenbergen begroeit met struiken en bomen. Afval van de verloren gegane kolenmijnen. Daarachter de troosteloze dorpen en stadjes, hoge werkloosheid, armoede.
Het is de voortuin van mijn departement.
Maar.
Sinds enkele weken is er in het stadje Lens een museum geopend. Niet zo maar een. Nee, een heel echt Louvre.
Naast het voetbalstadion is er een depandance van het Louvre uit Parijs geopend. Door de president! wij doen niet voor minder. Hypermodern. Staal en aluminium. Boven op een heuvel.
Vanuit ons dorpje een driekwartier met de auto.
Iedereen is er. Druk, druk, druk.
Voor de schitterende tentoonstelling over de renaissance een kleine vergoeding. We vergapen ons aan de oude meesters. ze zijn er allemaal. Botticelli, van Eijk, Memling, Rafael, Titiaan en al hun tijdgenoten
Toegang gratis voor de overige tentoonstellingen. In drommen vergapen de mensen zich.
Dat is een diepe badkuip zegt een in trainingspak gehesen man tegen zijn vrouw, terwijl hij naar een diepe sarcofaag wijst. Rijen dik voor het schilderij van De La Croix. Het revolutieschilderij met de vrouw met de ontblote borsten.
We schuifelen, we kijken, we genieten.
Ik wist het wel, ik wist het allang. Hiervoor wonen wij hier.
Pas de Calais.
The place to be.
In de supermarkt verkopen ze nog steeds kolen.

woensdag 9 januari 2013

Leven in Frankrijk: Bijna niks valt mee.

Hoogte punten, diepe dalen. Dat waren zo'n beetje de afgelopen weken.
Hoogte punt was natuurlijk de geboorte van kleinzoon Yessin. De stamboom onder mij wordt alleen maar groter en ook mooier.
Joehoe, zegt buurvrouw Christine bij onze thuiskomst. Of we kerstavond komen eten. Beetje familie, buren, de burgemeester en eega. Weer een hoogtepunt. Bijna goed. Bijna, want van de negen gangen lusste ik er sowieso vier niet. Maar het aperitief, de wijn en de digestief maakten veel goed. En passant vroeg de burgemeester of ik in het voorjaar aan een groepsexpositie in het kasteel wil deelnemen. Nog steeds gaat ie goed dus, weer een hoog puntje.

Maar de volgende dag regent het nog steeds en de lucht geeft niet aan dat daar snel verandering in komt. Naast regen is het donker, buiten en binnen.
Eerste kerstdag. Vrienden komen langs en we borrelen. Maar na één glaasje hoef ik al niet meer. Het borrelt en gromt vervaarlijk beneden. Ons kerstdiner blijft door mij onaangeroerd.
Klappertandend op de electrische deken, emmer binnen handbereik. En dat zo een dag of drie.
Dan wordt er zoals afgesproken dubbel glas geplaatst. Ik vind alles best, ik zie toch al alles dubbel.
Net als ik opknap, herhaalt Chris mijn fratsen.
Op de tv wordt gezegd dat ons departement onder het noro-virus gebukt gaat.

Oud en nieuw nadert. Vrienden komen met oliebollen, ik heb nog nooit zo flauw geglimlacht.
En buiten? Nat, grauw, zwart, triest, sompig. Niemand op straat.
Er knalt een champagne-kurk. De volledige inhoud gooi ik de andere morgen in de gootsteen, de oliebollen blijven onder het aluminiumfolie.

Dan slaat het herstel toe. Onze mondhoeken gaan iets omhoog. Zelfs buiten lijkt het op te klaren.
Hup, zeggen en doen we. Weg wezen. Hup naar het nieuwe Louvre-museum in het stadje Lens.
Eh ... ja mooi. Maar dat vonden driehonderdduizend andere mensen ook. Loeidruk. Maar de expositie over de Renaissance is vertreffelijk indrukwekkend. Ik zweef weer, maar nu door schoonheid. Word ik toch bijna getroffen door het Stendahl-syndroom.
's Middags in de kroeg Jean Pierre een gelukkig nieuwjaar gewenst. Chris en ik namen een kopje thee.
Dat wist het hele dorp de andere dag.