donderdag 29 november 2012

Leven in Frankrijk : Mijn gevoel

Zo ergens boven aan mijn computerscherm is een balkje waarin ter grootte van een halve vierkante centimeter het weer van nu wordt aangegeven. Een indicatie voor de lucht: zon, wolk, regen, en een indicatie van de temperatuur. Als ik met mijn cursor op de temperatuur ga staan, die nu 7 graden aangeeft, verschijnt er een gevoelstemperatuur, en dan is het opeens 3 graden.
Huh? Moet ik het nu opeens koud gaan voelen? Extra hout in de kachel gooien?
Wiens gevoelstemperatuur wordt daar aangegeven? Doorsnee? En wie zijn dat dan allemaal?
Ik zelf heb het niet zo gauw koud. Alleen hartje winter. Bij ijs in de sloten en sneeuw op de daken.
Zelfs dan kan ik nog met mijn jas open lopen.

Gevoelstemperatuur. Tzal wel. Wacht effe.
Mijn gevoel heeft wel een temperatuur. Dat voel ik wel. Dat zijn emoties. Emoties die mij van de lat doen tikken, beetje de weg kwijt doen raken, lekker somberen, janken om goedkope b-films, vochtige ogen als kleinkinderen op me afrennen en een natte kus geven, als ik loop te godverren wanneer ik weer eens iets vergeten ben, als de jeneverfles leeg is en ik zeker weet dat er gisteren nog heel veel in zat, een grote gehaktbal met een likje mosterd, een flinke plak natte cake, op zolder m'n kop aan een balk stoot die er al 150 jaar zit, die pleuris mol die de tuin verziekt, een witte rookpluim uit de schoorsteen tegen een azuur blauw lucht, ruziende heggemusjes, het lege huis aan de overkant na de dood van de buurman.
Kortom, dat is een beetje mijn gevoelstemperatuur. Jaja, maar dan de cijfers. Eh, anderen kunnen veelal mijn stemming wel aan mijn gezicht aflezen en daar een cijfer aan geven. Maar ikzelf kan dat weer geheel anders beoordelen. Tis immers mijn gevoelstemperatuur!

Mijn buurman heeft een gevoelstemperatuur van lik-me-vestje. Die liep eind september al met een muts op zijn hoofd en die zal ie wel tot ijsheiligen blijven dragen. Maar tis wel een heel aardige en ook lieve man
Oude Bernard heeft ook nergens last van. Koud is niet altijd koud, en warm niet altijd warm. Verder geen gelul. Zo begroeten wij elkaar ook.
Ca va?
Oui, ca va!
Bon!

dinsdag 27 november 2012

Leven in Frankrijk: Simeon ten Holt schalt .....

De boxen van de stereo thuis hebben te weinig vermogen.
Wel genoeg voor mij, maar niet voor het hele dorp.
Ze moeten het horen.
"Canto ostinato"
Ik moet het delen, iedereen moet het horen.
Er zijn vast wel ergens hele grote boxen te huur.
Die kan ik aan de kerktoren hangen en dan de ceedee afspelen
Dan waaiert de muziek over het dorp uit
Of ze boven op de heuvel plaatsen
dan galmt het door het dal
Of iemand moet het instuderen, eigenlijk iemanden
want op meerdere piano's klinkt het nog mooier

De tuindeuren staan open, ik draai de ceedee al voor de zoveelste keer
Ik probeer te lopen door de tuin, maar het lukt niet
Ik ga er bijna vanzelf van dansen
net zoals de Derwish-danser op het YouTube filmpje
Ik lalalala mee.

maandag 26 november 2012

Leven in Frankrijk: Toch niet elke vrijdag ... ja hoor

Elke vrijdagavond stink ik er weer in. Niet dat ik niet weet dat elke week een vrijdagavond heeft.
Maar.
Maar, de hele avond The voice of Holland. Omdat het zo gezellig is offer ik me dan op. Maar langer dan een kwartier, nee, dan is de rek er volledig uit. Ergens anders een boek lezen, beetje computeren. Bij de tweede koffie toch maar weer even gezellig meekijken.
Dan.
Dan spijt het me toch zo dat we geen hond hebben. Dan kon ik die fijn uitlaten, en lang.
Dus.
Dus laat ik mezelf uit. Laat ik het gekweel, geschreeuw, achter me.
Gek.
Gek van zo'n programma. Het is fris buiten, de avond zwart, fonkelende sterren. En stil, heel stil.
Geen.
Geen kip op straat. Tja, half tien, dan ligt iedereen hier ten platte lande, allang op bed. Niks tv.kijken, morgen is er een nieuwe werkdag, de moestuin, de bakker aan de deur, belangrijke dingen.
Tingeling.
Tingeling, doet de deurbel bij de kroeg van Jean Pierre. Er brandt nog één lichtje boven de bar. Hij poetst de laatste glazen. Hij glimlacht. Nog een afzakkertje Simon? Goed voor je nachtrust en tegen het chagerijn. Man wat kijk je nors.
Ik vertel hem over The Voice. Het zangtalent van Nederland. Daar is soms nog wel door heen te komen. Jongelui die hun best doen.
Maar de jury. Daar word ik helemaal gek. Die hebben het over "in je comfort-zone blijven". En dan weer zeggen ze tegen een kandidaat "houdt het klein".  Ik begin een beetje door te slaan merk ik. Jean Pierre trekt een wenkbrauw omhoog. Hij kent die uitdrukkingen ook niet. Ik weet er nog een, zeg ik "stop jezelf in je liedje".
Jean Pierre zuchtte en duwde me met zacht hand naar buiten. A demain Simon. De deurbel tingelde nog even na, het licht werd uitgedaan.
Daar.
Daar stond ik alleen in het donker op het dorpsplein. De torenklok wees elf uur.
Het zal nu wel afgelopen zijn.

dinsdag 20 november 2012

Leven in Frankijk : Help ... managers

Een tijdje geleden waren we in Rotterdam. Sterker nog, op de Rotterdam. De ss. Rotterdam wel te verstaan. U weet wel die opgeknapte oceaanstomer. Kostte een slordige duit, maar tis een aardig scheepje. Kruising tussen jaren 50-60-design en vergane glorie. Vintage heet zoiets tegenwoordig.
Slenteren op het achterdek, uitzicht op de indrukwekkende sky-line, prachtige kamer, hut.
Gezellig druk, dagjesmensen en hotelgangers, een vol parkeerterrein.

Flanerend over de dekken zagen we 's middags in een van de lounges kleine groepjes mannen met laptops aan tafeltjes zitten, anderen sjouwden met flapovers, allen voorzien van naambordjes.
De rillingen gierden door mijn lijf, terwijl het niet eens zo koud buiten was. Nee, nee, ik zag het wel. Het waren managers. Managers op cursus. Managers die zojuist van de grote roerganger een opdracht hadden gekregen en die nu in kleine groepjes aan het uitwerken waren. En dan straks ... plenair. Plenair de bevindingen van het groepje weergeven. Op een flap-over, met gekleurde stickertjes.
Ik keek om mij heen of er wel voldoende reddingsvesten en boten waren. Dit schip is gedoemd te vergaan. Weet de kapitein wel wat voor waar hij aan boord heeft. Drukdoeners, matennaaiers, uitgenasten, netwerkers, hardlachers. opportunisten. Met hun Boss-costuums, te grote horloges, would be mannetjes in Audi's.
Het zag groen voor m'n ogen. Wat een deja vu.
Chris en de barman hebben me bijgebracht. Nog wat nabibberend en klappertandend zat ik in een clubfauteuil naar buiten te kijken. Alles was weer goed. Alles was weer rustig. Alles was weer sky-line. Alles weer drankje, bitterbal.
Maar dan.
De kudde is losgelaten ... en komen de bar binnen, verhitte hoofden, bier willen ze.
En ik hoor .....
Zeg, wie is de c.e.o. voor Zuid Amerika tegenwoordig? Gunst! Ik zou wat meer inzicht in jouw cah-flow willen hebben, begrijp je. Tja, het is wachten op de uitkomsten van de task-force. Het is goed om eerst piketpaaltjes uit te zetten. Sterke feedback van jou daarnet. Denk aan je policy.
En het bralt maar, en het bralt maar. Snoevers en overtroevers.

Nee aan boord van de Rotterdam hebben we die avond niet gegeten, dat deden we op Katendrecht. Lekker in een klein zaakje, waarvan we zeker wisten dat al die brallemansen niet in zouden passen.
Het klapstuk was de andere ochtend. We waren net klaar met ontbijten, of ja hoor, daar kwam het spul. Allemaal in hetzelfde oranje overhemd, met een groene stropdas. Er was ook een directeur bij, niet in het oranje, maar kwasi casual en o zo trendy. Met secretaresse, een huppeltrutje uit een glossy modeblad, een en al life-style. De directeur en zijn tikgeit kwijlden om de cursusbaas en de brallemansen ritueelden daar weer om heen.
Mijn ommeletje kwam bijna weer terug op mijn bord.
Weggerend zijn we, de loopplank af. Eigenhandig de trossen losgegooid. En nu maar hopen dat ie ergens een ijsberg tegenkomt.

maandag 12 november 2012

Leven in Frankrijk : Dubbel glas

Ja, doet u het raam van de voordeur ook maar, zei ik tegen de meneer van het dubbele glas. Met zijn duimstok mat hij alle ramen op, krabbelde wat op een papiertje en zei dat hij de offerte morgen via de mail zou opsturen.
Best wel nodig dat dubbele glas. Zeker in de winter druipt 's morgens het condenswater van de ramen, leuk hoor zo'n lemen huis. Het scheelt ook tegen de kou zei de buurman en het geluid van de straat. Daar moesten we hartelijk om lachen.
Offerte binnen, aanbetaald en definitief besteld. Acht, weliswaar niet al te grote ramen, voor twaalfhonderd eurotjes.

Mijn bril heeft ook dubbel glas. Enkele jaren eigenlijk al. De laatste tijd werden de lettertjes steeds kleiner, had ik ook vaak last van condens en keken links en rechts door elkaar.
Nou, zei de opticien, dat wordt een nieuw brilletje. Hij had een half uur allerlei lenzen op mijn neus geplaatst en voor mij bijna onzichtbare letters op een muur geprojecteerd. Tja, die afwijking in uw linkeroog .... dat wordt dan negenhonderd euro.
Met bril, zonder bril, scheel, loens,  ik heb de brave borst wel een kwartier aangekeken. Mijn ogen begonnen spontaan te tranen.

Wat kijk je chagerijnig, zei Jean Pierre gisteren toen ik de kroeg binnen stapte. Ik vertelde hem over beide aanschaffingen. Een aantal vierkante meters dubbel glas voor twaalfhonderd en negenhonderd voor die kleine k..glaasjes.
Pascal had ook mee staan luisteren. Maar het past wel bij jou Simon, zei hij, jij drinkt toch ook altijd uit twee glaasjes met je borreltje biertje. Hij vond zijn grap zelf wel heel erg leuk. Jean Pierre grinnikte ook mee.
En met vierdubbel glas kun je wel heel goed naar buiten kijken, vervolgde Pascal en hij sloeg van pret op de tap.
Zonder te betalen ben ik weggelopen; ze bekijken het maar.

dinsdag 6 november 2012

Leven in Frankrijk : De lucht klaart op

Het is al weer enkele maanden geleden, het was nog zomer, dat ik keihard mijn grote teen stootte. En ik was ook nog op blote voeten. Nu heb ik aardig wat klassieke muziek, maar toen heb ik, voor mijzelf, voor Chris  maar ook voor alle buren, de allernieuwste aria's ten gehore gebracht. Oei. oei, oei wat heb ik geleden. Veel ijs op mijn kwetsuur alsook in mijn glas ... dagen heb ik met mijn been horizontaal doorgebracht. Meewarige gezichten, schouderklopjes en veel 'bon courages' vielen mij ten deel, en dat is ook weer wat waard.
Tijden en aandacht verstrijken, het leven is hard, heel hard.
En mijn teen? Van licht roze, naar geel, bruin, blauw, licht gevoelig. En ook dat ging weer over. Het leven werd bijna weer normaal.
Tot dat.
De nagel van de bewuste jongen begon te verkleuren, van een klein stukje tot helemaal zwart. Scheurbuik, werd geopperd, zwarte pest, peut etre. Oude buurman Bernard zwaaide al met een verroeste ijzerzaag.
Bezorgd bekeek ik dagelijks de teen. Zwart bleef ie, geen pijn, dus ... niks aan de hand (eh voet), gewoon snel je sokken aan, dan zie je en weet je er niks meer van.
Tot dat.
Eer gisteren, ik droog na het douchen,  mijn voeten af, en merk dat de bewuste nagel een beetje los zit. Ik voel tintelingen vanaf beneden omhoog kruipen. Mijn maag en hoofd worden duizelig en draaien, zo ook de muren van de badkamer. Mijn mond wordt droog en ik kan geen woord uitbrengen.
Ik wankel naar de gang, met mijn linkerbeen steunend op mijn hiel. Ik kijk nog steeds niet naar dat ... ding daar beneden, ik voel de nagel lichtjes bewegen.
Dan, tik, hij is er g.v.d afgevallen en ligt naast mijn voet op de plavuizen. Mijn teen zelf is licht roze, nagelloos, met nog een stukje echte nagel wat nog vast zit. Ik ga op de rand van het bed zitten.
Strak kijk ik recht vooruit en voel dat het einde der tijden bij mij aangeland is, mijn ademhaling stokt en giert. Op de tast vind ik een oude sok van gisteren voor mijn bed en trekt hem aan. Ik kijk niet, doe alles op gevoel. Ik laat me achterover vallen en val in een tomeloze slaap, droom over middeleeuwse veldslagen, guillotines en scootmobielen.
's Middags werd ik wakker van een hagelbui terwijl de zon scheen. Vanuit het slaapkamerraam zag ik een grote regenboog. Ik werd ter plekke diepgelovig. Ik draaide mij dwars door het bed zodat mijn half geamputeerde teen precies aan het uiteinde van de regenboog kwam te liggen.
Toen riep ik Chris, ik had een enorme dorst.

maandag 5 november 2012

Leven in Frankrijk : Zwijgende graven

Natuurlijk heeft ons dorp een eigen kerkhof. Half in het bos, tegen de heuvel op. Netjes, geharkt, recht.
Het liefst kom ik in V., een kilometer of wat verderop. Klein dorp, kleine begraafplaats. Het kapelletje is ergens uit 1500. Het toegangshek hangt scheef in de scharnieren en piept vervaarlijk. Er zijn niet veel graven, een stuk of vijftig, zestig. Rond het kappeletje de oudste graven; recht naast de ingang is het laatst gedolven graf, uit 2002.

Vrijdag was ik er weer.
Grauw grijs, een druipende treurwilg, een enkele kraai en ik als enige bezoeker.
Groene bemoste zerken staan scheef alsof ze met de wind meeleunen. Ijzeren crucifixen, geroest en gebroken Verslaten namen, vervaagde foto's, leeftijden van weleer. Bij het jongste graf staan zwartgeblakerde jampotjes met opgebrandende kaarstompjes, er liggen verkleurde plastic bloemen.

Herfstbladeren vallen, waaien en hopen zich op.
Tegen het kapeletje schuil ik even voor de regen.
Twee schoolkinderen lopen stoeiend voorbij.


- dit verhaal verscheen eerder in mijn verhalenbundel "A la maison " (2010)
ISBN 978-90-484-1540-3