dinsdag 30 oktober 2012

Leven in Frankrijk : Meer dan rot

Oude buurman Bernard is met zijn 82 niet meer een van de jongste, vandaar dat ik hem altijd met jongeman aanspreek. Sinds er kanker bij hem geconstateerd is doet hij alles in een lagere versnelling. Dat komt door de 'médicaments' zegt zijn vrouw. Zelf houdt hij flink de moed erin en is alle dagen in zijn grote moestuin te vinden. Schoffelen, spitten, maaien, van die dingen. Ik word al moe als ik er naar kijk.
Midden in de moestuin staat een hutje. Het is een 'ding' van plastic, zelf in elkaar geflanst. Voor de tomaten, zei Bernard. Maar er staat ook een stoel in, waar hij regelmatig op zit. Vanuit ons keukenraam kan je dan net zijn silhouette zien.
Afgelopen nacht kwam de regen met bakken uit de hemel, en vanochtend was het niet veel droger.
Ik zag aan de houding dat Bernard in zijn hutje zat, voorover gebogen.
Niet dat ik het nou zo naar m'n zin had, maar ik kon die ouwe toch niet zo laten zitten. Wat een klote weer. De klei kleeft aan m'n klompen. Ik hoef niet eens omhoog, vooruit of achter mij te kijken, alles is grauw. Ik houd te thermoskan met koffie stevig onder mijn arm vast.
Bernard zit nog steeds voorover, hoofd in zijn handen, pet op zijn achterhoofd.
He jongeman, roep ik hem toe. He Simon, mon corporal, antwoordt hij en trekt een oude keukenstoel met afgebroken rugleuning bij.
D'r zit toch wel wat in he? vraagt hij spottend als ik de koffie inschenk. Suiker bedoel je? Nee, calva, wat dacht jij dan? We grimassen allebei.
We blazen en drinken voorzichtig. De regen tikt hard op het plastic. De moestuin heeft bruine verlepte slierten van mij onduidelijke gewassen, de voren zijn vol regenwater gelopen en vormen hier en daar plassen waar regendruppels grote kringen in maken.
Ik wilde vandaag die bieten gaan rooien, maar alles is 'pourri' , verrot dus, Bernard zucht.
Net als de aardappels, vul ik aan, hij bromt instemmend.
We zwijgen weer en kijken naar ... tja naar wat eigenlijk. Ik voel dat de grauwsluier die buiten hangt, niet alleen het hutje binnenkomt, maar zich ook meester van mijn hoofd begint te maken.
Ik ben daar een ster in. Kan me daar heerlijk in verliezen en bovenal griepen op alles en nog wat. Niks deugd dan en alles is 'pourri'. Vooral de 'hedonisten' daar kan ik volledig over los gaan.
Net als ik een beginnetje wil maken richting Bernard, publiek is helemaal fijn, gaat hij rechtop zitten: He, je gaat me toch niet vertellen dat die thermosfles al leeg is. Ik schrik op uit mijn onweerswolk en schroef de dop van de thermosfles. Moet je opletten zegt Bernard, vanonder een omgekeerde emmer haalt een klein flesje cognac, neemt er een slok uit en verdeelt de rest over onze koppen koffie.
Net als hij een slok wil nemen, laat hij een harde scheet en buldert het uit van het lachen.
Ik verslik me bijna. Als hij lacht, dan, dan ....
Is het zo 'pourri' nog niet.

zondag 28 oktober 2012

Leven in Frankrijk : Gek van de stilte

Nationale of internationale stiltedag. Wie verzint er zoiets? Wat moet je er mee? Ik bedoel, ikzelf niet, maar de anderen, hullie, de menschen.
Stilte, en dan ook nog op zondag.
Wel eens op zondag aanr de Koopgoot in Rotterdam geweest? Ik wel, eens. Om knettergek van te worden. De metro's en parkeergarages spugen duizenden mensen naar buiten. De straten op, de winkels in. Ze slenteren, kijken nauwelijks, kopen bijna niets. Ze vervelen zich, maar dat was ook de reden waarom ze naar 'de stad' gingen. Het was, het is en het wordt niks. Nou ja, herrie dan.
Herrie van al die duizenden, die wijzen op zogenaamde aanbiedingen, weer doorlopen, of kopen wat ze niet nodig hadden. Nee, het was heel gezellig, lekker geshopt, maar wel doodmoe, druk dat het was, je kon nergens bij, pfffff.

Hier in het dorp is het altijd stil, zeker aan ons weggetje. Alle dagen, op een enkele tractor na dan. Maar zondags.
Zou het vandaag extra stil worden vroeg ik mij vanmorgen af. Ik deed er schamper over, maar het drukte wel op me, merkte ik.
Zachtjes, heel zachtjes gedouched, idem koffie gezet en eieren gekookt. Krakend stokbrood, daar valt niet aan te ontkomen. Want het is Frankrijk, dus dat telt niet mee.
Omdat het, godbetere, nog een extra belangrijke dag vandaag is, de echte tijd is weer terug, zijn we eerder gaan wandelen. Of niet eerder, in verband met het lange slapen, waarvan je toch ook weer eerder wakker wordt. Kortom....
Anyway.
Wij het bos in. Pad af, langs de witte stieren. Stilstaan op het bruggetje over ons riviertje. Het water stroomt onder je door maar je hoort het niet, we kijken er naar.
Panta rhei.
Even later bij de bron van een zijtak van het riviertje. Ondiep water, met wit kalkzand, dat af en toe 'blub' doet en kringen in de zandbodem achterlaat. De kringen en de blubs hebben vandaag kennelijk een vrije dag, zij laten niet horen.
De dorre bladeren op de grond knisperen als het stokbrood van vanmorgen, ook niets aan te doen, telt dus kwa verstoring van de stilte niet mee.
We zeulen de heuvel op, kijken in het rond en ook nog eens het dal in. Het enige wat beweegt is de rook uit schoorstenen, onhoorbare rook.
Nagenoeg op kousenvoeten dalen we af het dorp in, langs het dorpsplein richting huis, etenstijd.
Spruitjes, aardappelen, stukje vlees. Daar hoef je ook niet veel woorden aan te verspillen.
Eerst een neut, een zondagse neut. 'Plop' doet de kurk, we schrikken er bijna van.
Stilte, om gek van te worden. Maar dat was ik al van die zondagse-koopgootdagen

zaterdag 27 oktober 2012

Leven in Frankrijk : Fine de fleur

Jean Pierre heeft fors geinvesteerd in zijn etablisement. Hij is 'modern' gegaan. In het drinkgedeelte, de kroeg, is alles hetzelfde gebleven. Bruin dus. Bruine schroten, dito balken en plafond, evenzo de tapkast, de barkrukken en de enkele tafeltjes. Er is een plank waar glimmende prijsbekers op staan, van de plaatselijke voetbalclub, de jagers, de vissers, de wandelaars. Alles duimdik onder het stof.
Nee, de verandering zit in het bistro-deel. Er staan kleine vaasjes op de tafeltjes, gevuld met kleine bloemetjes. Plastic, daarvoor hoef je er niet eens aan te voelen.
Voila, zei Jean Pierre, en hij zwierde de deur naar de bistro open. C'est jolie he?
Chris deed haar best, sloeg haar hand voor de mond, liep naar een tafeltje en bekeek het tuiltje van dichtbij. Wat klein, eh ... fine de fleur Jean Pierre.
Jean Pierre keek verbaasd, maar vermoedde een compliment en schonk ons een glas in.
We zaten wat en kletsten wat. Tingeling deed de deurbel van de kroeg. Daar kwam het voltallige gemeentebestuur binnen. Dat wil zeggen de burgemeester, zeven raadsleden en de enige ambtenaar. Ze hadden net vergaderd. Met hen glipte ook Jeremy naar binnen. Jeremy onze Engelse dorpsbewoner, tachtig jaar, heel vitaal, heel mooi huis, heel aardig, heel rijk. Hij is een geweldig contrast met de bevolking, dus ook met de politieke notabelen. Ons gemeentebestuur bestaat uit een rijke hereboer, maar dat kun je niet aan hem zien, twee van zijn knechten, de al jaren gepensioneerde slager, een bijklussers in openhaarden hout, van dat soort dingen. Roger de burgemeester, tja, draagt een voorheen wit overhemd, maar te strak gespannen om zijn immense buik.
Jeremy kust, met een 'hello love' de hand van Chris en geeft mij een schouderklopje.
Nice flowers en wijst naar de tafeltjes. Eh oui eh yes, fine de fleur.
Roger kijkt ons verbaasd aan. Buitenlanders, mompelt hij nurks, en geeft een rondje.
De vergadering van het gemeentebestuur ging over de nieuwe aanplant van het gazon rond het dorpsplein. Dus zo in het zicht van de kroeg. De gordijntjes gaan opzij en we kijken met z'n allen naar buiten. Het wordt prachtig zegt Antoine, de oude slager. Heel veel bloemen, vervolgt hij triomfantelijk.
Beaucoup de fine de fleur! Het is er uit eer ik er erg in heb.
Er wordt gefronst, gelachen en geprobeerd uit te leggen wat de uitdrukking nou precies inhoudt.
Net op dat moment komt er een grote hond aan lopen. Het is het bakbeest van de burgmeester. De hond loopt naar het bloemengazon en neemt een hurkhouding aan.
Hé Roger, wat doet ie nou. Maar de hond is al klaar.
Beaucoup de fine d'odeur, zegt Jeremy. We liggen dubbel, die gekke Engelsman.
Klap, doet de deur, driftig klingelt de bel. Roger is boos weggelopen.

vrijdag 26 oktober 2012

Leven in Frankrijk: Modern shoppen

Bij het bruggetje midden in het dorp staat oude Raymond druk te oreren. Hij heeft inmiddels een groepje om zich hen verzameld. Ik voeg mij er bij. Oude Raymond is compleet veranderd, qua uiterlijk dan. Nieuwe pet, jas, broek. Trots laat hij ook nog zijn nieuwe trui zien. Zijn bemodderde klompen heeft nog wel aan.
Zijn nicht vond dat hij maar eens nieuwe kleren moest hebben en had hem naar de grote stad A. meegenomen. Voor het eerst in jaren had hij het dorp verlaten.

Hij haalt nog eens diep adem en start zijn verhaal wel voor de derde keer.
Eén hele lange winkelstraat, met alleen kledingwinkels. Overal keiharde muziek. Winkels met alleen jassen, of broeken, ondergoed op damespoppen, en hij geeft een vette knipoog.
De wereld is gek geworden, zegt hij, en hij prikt met zijn wijsvinger op zijn voorhoofd.
Iedereen loopt met oordoppen in. Iedereen heeft een bril in zijn haar in plaats van op z'n neus. Iedereen loopt met zo'n mobiele telefoon in zijn handen en botst tegen iedereen op. Hij snuift extra hard, haalt weer adem. En het was prachtig weer, lopen meiden met half blote buiken, maar wel met bontlaarzen. Jonge grieten, handen vol met tasjes. En m'n nicht zei dat ze dat elke week doen ... waar doen ze het van? Hij kijkt het groep toehoorders rond, alsof wij de reden daarvan wisten.
En dan de spijkerbroeken.... vol gaten en scheuren en vlekken. Broeken die ik zelfs al had weggegooid, hangen daar gewoon in de etalage. Daar vragen ze 150 euro voor. Hij schreeuwt het bijna uit en valt bijna om. Grote ogen, alsof hij duizenden spoken had gezien.
Gek geworden, allemaal. Vol ongeloof kijkt hij even in de verte.
Ik zeg tegen mijn nicht, omdraaien en naar huis, hij laat zijn schouders hangen, opgelucht.
Waar heb je dit dan gekocht, vraagt dikke Marie.
Gewoon hier in het volgende dorp bij de Carrefour, verzucht Raymond.
Zonde van de rit en van de benzine. Mij zien ze er nooit meer ... daar en hij wijst met zijn grove handen in de verte.
Kom, zegt hij. Nou aju, ik ga weer. Hij draait zich om en loopt naar de kroeg.

maandag 22 oktober 2012

Leven in Frankrijk : Zigeuners en andere belangrijke dingen

Vrijdag was een sompige dag.  Zeker de middag. Het grijs en het grauw rolde de heuvels af zo het dal in. De lamp moest al vroeg aan. En eigenlijk ook de kachel. Optrekkende kou is niet behaaglijk en dat terwijl het weekend een aanvang probeerde te nemen. Laaghangende bewolking is een weekend zonder vooruitzichten. Ik vond het ter plekke verzonnen gezegde zelf wel aardig, maar op de bank werd zuur naar mij gekeken en naar de houtkachel, die verdomd veel wolken vertoonde.
Ik haalde wat aanmaakhoutjes uit de schuur en keek onderwijl in de brievenbus. Een fel gekleurde folder, mannen en een enkele vrouw in uitbundige kleding. Een optreden in een dorp verderop, nog kleiner dan het onze.
Zigeuners uit Dagmanistan of zoiets. Zang, wervelende dansen en een fakir. Meer dan 1000 voorstellingen, in 70 landen, over 5 continenten. Jaja, en die komen nu in gehucht S. spelen. 12 euro 50 voor een toegangskaartje, zijn ze helemaal van god los. Dieven zijn het, en ik discrimineer niet.
Met een hele berg aanmaakhout en ander droog spul wil de kachel eindelijk doen wat ie hoort te doen. Maar ik ben wel anderhalf uur verder, van het gekniel en gepor pijn in mijn knien en rug.
't Is zo donker en mistig dat onze enige lantaarnpaal aan het laantje een vaag roze plek te zien geeft. Raar eigenlijk, zwevend licht. De koe van Philippe loeit ook al niet meer. Mist werkt drukkend.
Binnen is het niet mistig, maar wel heel rustig.
Ik lees de laatste van Murakami en Chris een boek waar kennelijk veel zuchten in voor komen.
We drinken een sapje uit een fles die horizontaal in de koelkast had gelegen en waarvan de dop niet goed gesloten was. Dus mopperden we wat, maakten de koelkast schoon en gingen daarna naar bed.
Ik vroeg me nog heel even af wie van die zigeunergroep op het spijkerbed zou zijn gaan liggen.

woensdag 17 oktober 2012

Leven in Frankrijk : Dooddronken

De dood van de overbuurman dreunde nog lang na in ons laantje. Het komt ter sprake bij de buurpraatjes. 's Avonds wij kijken uit op het verlaten, donkere huis. Overdag wordt het huis door zijn zus langzaam leeg gehaald.
Loop ik gisteren in H. met mijn vriend André. De avond ervoor belde hij dat Xavier was overleden. Zomaar 's middags terwijl hij een dutje deed. Boem! zei André, en weg was ie, vijfenvijftig jaar.
Ik kende hem wel. Xavier en kamaraad Carlos. Onafscheidelijke vrienden, drinkeboers, klussers, altijd werkeloos. Hikkend hebben ze bij ons ook wel eens een klusje gedaan. Het dagloon werd a la minute in de kroeg soldaat gemaakt. Maar wel goeie gasten, zeker als ze nuchter waren.
Xavier woonde soms alleen, dan weer een paar weken met een vriendin, die het ook niet droog kon houden. Gas en licht afgesloten, de maandelijkse werkloosheidsuitkering binnen veertien dagen op.
Kapot gezopen, zegt André, kaboem zei zijn lever. Maar het was een gouwe gozer, niet te helpen.
Daar zijn we het beiden over eens, we lopen zwijgend verder.
Verder op maken we een praatje met een kennis van André.
Kijk, wie er aan komt zegt André. In de verte schuifelt Carlos langs de gevel, hij heeft bijna het hele trottoir nodig. Omzichtig houdt hij een plastic tasje tegen zijn borst.
Als hij voor ons staat tolt hij op zijn benen en probeert iets tegen André te zeggen. Dan ziet hij mij en roept mijn naam, lang niet gezien, zegt hij er achter. Hij frummelt aan zijn plastic tasje, probeert het te verbergen, er zit een fles is, dat is duidelijk te zien. Hij komt naar voren en walmt in mijn gezicht dat Xavier dood is. Ik knik en zeg dat ik het triest vind. Carlos haalt zijn schouders op, probeert stoer te kijken en wankelt verder. Links houdt hij zij tasje vast en rechts zoekt hij steun aan de huizen.
Daar gaat nummer twee, zegt André.
We draaien ons om en gaan naar huis.
Het miesregent

maandag 15 oktober 2012

Leven in Frankrijk: Gewapend tegen de herfst

Aan het eind van het pad wonen Rene en Arlette. Op leeftijd zijn ze, zeker Rene. Hij komt niet vaak meer in de kroeg, zijn benen willen niet meer. Het stel rommelt de hele dag in en om het huis, en dat altijd samen. waar hij is, is zij en andersom.
Rene schommelt op zijn kromme benen, Hij is van de tuin. Hij schoffelt en harkt en maait. Veel te veel en veel te vaak. Zijn tuin is strak, super strak. Zijn gras is kort, super kort. Niets staat, groeit of hangt verkeerd.
Een bezoekje aan hen bestaat altijd uit eerst een rondrit door de moestuin en dan zeker drie whisky's aan de keukentefel. ten slotte ga je met allerhande groenten en kruiden naar huis. Alles gepakt in twee tassen, tegen het schommelen.
Nu de bladeren vallen hebben de oudjes het moeilijk. Rommel vinden ze het. Ze bezemmen zich een ongeluk.
Maar daar is vandaag verandering in gekomen. Rene heeft een bladblazer gekocht. Thuis laten bezorgen, want hij weigert het dorp uit te gaan.
Grijnzend van oor tot oor loopt hij door de tuin, op het pad, langs de garage.
"Kijk Simon" zegt hij,"hij kan blazen, zuigen en snipperen"  Zwetend drukt hij op allerlei knoppen. Het 'ding' blijft alleen blazen. Rene haalt zijn schouders op.
En broemmmmm daar gaat hij weer, het verlengsnoer tussen zijn benen.
Waar de rest van ons weggetje prachtig versierd is met herfstbladeren, is het bij Rene en Arlette spic en span. Geen blaadje te zien.
Ik plaag hem een beetje door naar de bomen te wijzen. "Jij bent voorlopig nog wel even bezig Rene ".
Rene schuift zijn pet met oorwarmers naar achteren, knijpt met zijn ogen en zegt: "Twee keer per dag lijkt me wel voldoende, één keer 's morgens en één keer voor het avondeten ".
Hij wacht het antwoord niet af, in de verte dwarrelen weer nieuwe bladeren.
Broemmmmmm

vrijdag 12 oktober 2012

Leven in Frankrijk: C'est comme ça

Het is een stil huis aan de overkant. Oudere zoon en nog oudere moeder, teruggetrokken. Moeder door ziekten en hoge leeftijd aan bed gekluisterd. Zoon vertrekt 's morgens met de auto om brood te halen en keert een half uur later terug. De voordeur gaat en blijft dicht. Negen uur 's avonds, luiken dicht, alleen boven brandt nog even een lichtje.
In al die jaren heb ik met zoon niet meer dan een enkel woord gewisseld. Een enkel gebromd woord. Zo kent iedereen hen, tres réservé.
Moeder overleed ergens eind mei, vierennegentig jaar, wij waren op vakantie. Toen ik zoon condoleerde keek hij mij niet aan. Hij transpireerde hevig en zijn mollige hand was koud klam. Ik stamelde wat, c'est triste. Hij haalde zijn schouders op, forceerde een vage glimlach, c'est comme ça, he? draaide zich om en ging naar binnen.
Soms, heel soms, kwam er een mevrouw in een klein autootje langs, zijn zus, met een boodschappentasje.
Twee weken geleden is zoon overleden. Hij is uit zijn leven gestapt. Er schijnt een briefje op tafel te hebben gelegen. Koffie en brood waren onaangeroerd.
Op de rouwkaart slechts zijn naam en zijn leeftijd. Geen bezoek, geen bloemen, geen rouwdienst, belangstelling wordt niet op prijs gesteld. Ondertekend: zijn zus, ook zonder naam.
Het is een stil huis aan de overkant.
Het licht boven blijft uit.
C'est comme ça.