dinsdag 25 september 2012

Leven in Frankrijk : Weg van de kaart

In het echt is de weg net zoals de wegenkaart het aangeeft. Recht toe recht aan doorsnijdt de weg eindeloze mais- of korenvelden, links en rechts. Links geeft de kaart de zee aan, met hier en daar een dorpje. Alles eindigt met 'sur mer'. Als je op de weg rijdt zie je de zee niet, het dorpje ook niet, alles is groen en plat. Ook dit is Normandie, we kennen de streek.
We slaan links af, een weggetje, een bord gaf een 'sur mer' aan. We rijden door de hoge maishalmen, dan opeens een bijna haakse bocht. Het mais houdt op, in de bocht begint de bomengroei, dicht, heel dicht. Het blijft bochten, en we dalen, haakse bochten, haarspelbochten. Het is stil, de weg is van ons.
Af en toe een open stuk, daar beneden wat koeien rond een boerderij, een begraafplaatsje, een kerkje.
We komen dichterbij, het dorpje is wat het is, een dorpje. Een leeg dorpje. Hoe kan het ook anders. Het is maandag, het is herfst en het stormt. Op het dorpsplein twee bemodderde bestelautootjes met de neuzen naar elkaar.
Door het dorp daalt de weg nog even verder. Links en rechts staan hier de landhuizen. Normandische architectuur uit de 'belle epoque', nu vakantiehuizen van de welgestelden. Ook hier stil en verlaten. We rijden stapvoets en kijken naar de gesloten luiken in een prachtig vaal blauwe kleur geschilderd. De huizen zijn tegen hoge heuvels geplakt met een wirwar van bomen.
De laatste huizen. De weg eindigt op een zanderig parkeerterrein met plaats voor wel vijf auto's. Maar die zijn er niet, er is er maar één en dat zijn wij.
Voor ons de zee, de oceaan. De golven spatten op rotsblokken uiteen, schuim verwaait. Links en rechts van ons hoge, heel hoge krijtrotsen.
Buiten de auto hangen we in de wind. De wolken hebben alle denkbare grijs- en wittinten, af en toe tovert de zon steeds veranderende kleuren op de zee en op de krijtrotsen, bruin, groen, geel.
Bovenaan de krijtrotsen scheren meeuwen. Helemaal bovenaan, daar is het platte land met zijn rechte wegen, de gewassen die wachten op de maaimachines.
Maar wij zijn even hier, weg, en niemand die het weet.

vrijdag 21 september 2012

Leven in Frankrijk : Nu ook als E-book

Zie ik tot mijn grote verbazing dat mijn verhalenbundel "A la maison" ook op E-book verkrijgbaar is.
Zo maar. Bij de Hema. Achter de worsten, links van de kaarsen.
Tkan dus nu ook digitaal gelezen worden.
Ik bedoel maar.
Eén in de kast
en één in de i-pad.pod.reader.lap
TOP

woensdag 19 september 2012

Leven in Frankrijk : Allemaal zuipers

Elke donderdagmorgen is er markt in H. 't Is een grote markt, van heinde en verre komt men er op af. Voor de koopjes maar zeker om elkaar te ontmoeten. Het zijn de boeren, de burgers en de buitenlui.
En bij die laatste reken ik ook de Engelsen. Er wonen er nog al wat in de dorpen en gehuchten, zo rondom H. Veelal uit Londen en omgeving. Met de tunnel onder het kanaal flits je zo heen en weer.
De boeren, de burgers en de Engelse buitenlui mixen zich goed. No problem, pas de probleme, en ik vind het ook goed.
Het was vorige week prachtig weer. dus was het druk op de markt. De Fransen blokkeerden de looppaden en begroetten elkaar of ze al maanden elkaar niet gezien of gesproken hadden, terwijl vorige week .... De Engelsen ruiken aan kaasjes, of gerookte knoflook, proberen 'o la la' te zeggen en rekenen af.
Chris en ik maken ook ons rondje, schudden handen en kussen onze Franse vrienden, kopen een visje en glimlachen om het 'Bonjour Simon Hollande', de visboer zelf heeft dan de grootste lol.
Tijd voor koffie en een crocque. Rond het marktplein zijn veel terrassen, uitzicht op de kramen, en de oude gevels. Eén terras heeft de meeste zon. En dat is fijn en dat is jammer.
Lekker soezen in de najaarszon, maar altijd druk. Ook toen weer, en veel Engelsen.
Je moet je hier in de buurt niet verbazen als de cafebezoekers om negen uur 's morgens aan de drank beginnen.  Onze franse klusvrienden kunnen er ook wat van. Acht uur is koffie en calvados, anders doen ze niks. Als ik zo om me heen kijk zijn die Engelsen niet veel anders. Elke donderdag zitten ze op 'ons' terras al vroeg aan het bier, rose en proosten met de Fransen.
Ik houd me dan meestal afzijdig. Ik ken heel wat Fransen hier, een handje vol Engelsen, maar integratie heeft ook zijn grenzen. Bovendien, de dag is nog lang.
Chris en ik kijken naar de marktbezoekers die langs schuifelen. Ik sla een krantje op. Maar mijn blik trekt toch naar de Engelsen, gezellig gekakel, veel 'hello love' , twee flessen wijn op tafel en volle bierglazen.
't Is warm.
Bonjour Simon et Christine, ca va, kus kus, cafees et croques? vraagt Monique de serveerster.
Doe maar bier zeg ik.
't Is al bij elven zie ik op mijn horloge.

dinsdag 18 september 2012

Leven in Frankrijk : Op visite bij Marcel Proust

Ik wist eigenlijk nooit waar Proust uit zou kunnen hangen. Parijs, Cabourg, of Combray.
Ik koos voor de eerste stad en belde aan bij zijn residentie, het was al ver in de middag.
Dat boek over die 'zwaan', ik had geprobeerd het te lezen, maar wat vermoeiend. En omdat ik de neef van zijn achterbuurjongen kende, dacht ik, kom ! Ik bedoel er lag daardoor toch iets van een relatie. Bovendien had ik hem wel eens aan de hand zien lopen van een gouvernante, dat was toen hij bij of die neef was, of bij die buurjongen. Hij had zo'n leuk lokje haar op zijn voorhoofd, en ik ook, dus nog meer band. We knikten toen en knipoogden, als ware het een verstandhouding.
Zijn huishoudster Celeste deed argwanend open en keep met haar ogen tegen het felle zonlicht achter mij. Ik introduceerde mij als die schrijver uit Holland, nu zijn woonstede in Frankrijk hebbende.
Even later mocht ik plaatsnemen op een zwart ebbenhouten bank ik de vestibule. Doodstil en koud was het er. De dienstmeid schreed geruisloos voort en verdween achter een deur.
Ik meende het geluid van een bel te horen. Iel, als een glazen bel uit een kerstboom. De deur ging weer open en Celeste kwam naar buiten met een zilveren dienblad, daarop een zilveren koffiekan, een zilveren schotel met één croissantje er op.
Komt u maar mee, maar zachtjes doen, zei ze fluisterend. Dit is meneer's ontbijt. We liepen een aantal donkere gangen door en stopten bij bij een zware eikenhouten deur.
Zij hield haar wijsvinger voor haar getuitte lippen en ging naar binnen. Even later stak zij haar hoofd om de deur en gebaarde van: komt U maar.
Een zwaar gordijn werd opzij geschoven en ik stond in een donkere kamer die vol met rook hing. Ik had wel eens gehoord dat Marcel in verband met zijn astma rookpoeder aanstak. Maar dit leek meer op een ontspoorde vulkaan.
In zijn zwakke schijnsel van een klein lampje zag ik een eenpersoonsledikant, dikke dekens en kussens en daarin een vorm die op een hoofd leek. De rest was ingestopt in de wollen vesten en een sjaal.
Celeste zette het dienblad neer. De ogen van Marcel gingen van mij naar het croissantje. Hij koos voor het laatste. Hij nam er een hap van; een kruimeletje schoot in zijn verkeerde keelgat en er ontstond een gierende proestbui.
Zijn hand die net naar mij een beweging probeerde te maken van kom maar dichterbij, deed nu een van; weg, weg.
Dat deed ik dan maar.
Buiten in de zon, haalde ik diep adem. Op mijn horloge zag ik dat ik toch zeker een uur binnen was geweest.
Wat een verloren tijd; op zoek naar nieuwe.

maandag 17 september 2012

Leven in Frankrijk: Vuile was

Omdat het zo verscholen ligt tussen en achter landerijen, bosjes en heuvels, is het dorpje V. moeilijk te vinden. Bij toeval kwamen we er gisteren langs, doorheen is beter gezegd.
Het ligt schuin tegen een heuvel, wat boerderijen, een paar huisjes, een kerk, en een grote herenhuis met vijver.
Het is een leeg dorp, het lijkt nauwelijks bewoond, maar schijnt bedriegd. We zijn er wel eens uitgestapt. Een woeste erfhond rukte aan zijn ketting. Het was een schurftige hond, zijn vacht plakte aan elkaar van de modder. Wij schrokken, binnen werd geschreeuwd, waarop de hond nog harder blafte.
Vanuit een andere schuur sijpelde gierwater over de weg. Binnen loeiden koeien erbarmelijk. Het stonk er verschrikkelijk. Op het stoepje voor de keukendeur zat een klein meisje in een stokbrood te bijten, af en toe liet zij het brood zakken zodat er een eend aan kon knagen.
Ganzen bliezen met gestrekte nekken en probeerden bijna door een hek heen te bijten. Een boer op een aftandse tractor reed grijzend voorbij, de wielen spatten onze kleding onder.
Een spiedend gordijntje ging tergend langzaam dicht, ik had het wel gezien.
Een half vervallen woning doet dienst als 'mairie'. De luiken waren gesloten en op het aanplakbord hingen restanten van vergane mededelingen.
Voor het grote herenhuis stond een grote terreinwagen dwars voor de oprijlaan, dreigend bijna.
Gisteren dus.
Door het grauwe weer leek het dorp nu helemaal spookachtig. We reden er langzaam doorheen. Bij een halfingestorte boerenwoning, om- en overwoekerd, hing wasgoed aan de lijn. Schoon of vuil, dat was niet te zien.
Plotseling renden er een paar schapen de weg op,  hun vachten zwaar bemodderd. Zij schrokken van de auto en renden door de berm de bosjes in. Een oude man, schreeuwde tandenloos naar ons en hief dreigend zijn stok op.
Ik had graag foto's willen maken, maar dat leek me niet zo verstandig.
Het dorpje V.
Vies, vuil en vunzig.
Ze hebben er geen folders over bij de VVV.

woensdag 12 september 2012

Leven in Frankrijk : Vincent van Gogh en mijn moeders Scheveningse klederdracht

Al geruime tijd staat Vincent van Gogh op mijn bureau. In zes stevige delen al zijn correspondentie. Geweldig interessante leesvoer over zijn werk, zijn zieleroerselen. Niet alle dagen lezen, maar toch.
Op het ogenblik schuiert hij rond in Den Haag en Scheveningen. Dat treft want van origine ben ik Scheveninger, uit een dito eeuwenoud geslacht.
Dus poets ik mijn brilleglazen maar eens extra op.
In zijn brief van donderdag 7 juni 1883 schrijft hij aan Theo:  'k schreef U dat ik hoop had een scheveningse schoermantel te krijgen, nu, ik heb dien ook en een ouden hoed op den koop toe maar die is niet bijzonder mooi, maar de mantel is superbe en ben ik dadelijk mee begonnen te werken. ben daar even blij mee als in der tijd met den zuidwester
Een week later op vrijdag de 15e schrijft Vincent: Mijn scheveningse mantel is een prachtige bezitting, ik heb drie uitvoerende studies er mee, een vrouw met een aschbak en twee met kruiwagens. als ge weer stuurt hoop ik een visschersbuis met standen kraag en korte mouwen te nemen en een vrouwenhoed. De vrouwenhoeden zijn duur en moeilijk te krijgen schijnt het. Enfin ik heb er een voor desnoods.

Na dit te lezen, kan ik zo lekker wegdwalen. Ik zie Vincent door Scheveningen lopen, de duinen, het strand waar de bomschuiten voor veel levendigheid zorgen. Wellicht heeft mijn overgrootvader Arie hem wel gekend, of mijn opa Leen in zijn jonge jaren misschien wel.
Ik ken de kledingstukken die hij noemt. Zeker de 'schoermantel', dat is schevenings voor schoudermantel. In mijn jeugd liepen er nog veel, oudere, Scheveningse vrouwen mee. Mijn moeder is de klederdracht tot aan haar dood trouw gebleven.
Haar prachtige kleding ligt nog altijd strak opgevouwen in heel oude blauw-wit gestreepte kussenslopen met benen knoopjes. Zo hoorde dat vroeger, en ik vind dat nu ook nog zo. Ik zal mijn dochter er eens mee aankleden en haar dan schilderen. Ik schrijf daar dan een brief over aan mijn broer die nog steeds in Scheveningen woont.
Er is niks verandert.

dinsdag 11 september 2012

Leven in Frankrijk : Jacques de heggezeiker

Jacques is een wandelaar. Dagelijks loopt hij zeker wel drie keer heen en weer tussen ons dorp en F. een klein stadje verderop. Dan stapt ie toch zo'n dertig kilometer weg.
Hij is iets in de vijftig. Kort, gedrongen. Altijd een zwarte werkbroek aan en daar boven een fel oranje jack met zilveren veiligheidsstrepen. Redelijk opvallend is ook zijn enorme zwarte bril met glazen waar een jampot jaloers op kan worden.
Jacques loopt altijd keurig langs de kant van de weg. Een been in het gras en een been op het asfalt.
Zodra hij een auto hoort, staat hij stil, buigt ietwat voor over en volgt de auto tot ie verdwenen is. Hij is geen lifter, lopen, lopen, lopen is zijn kennelijke doel.
Kom je hem te voet tegen, dan ben je de sigaar. Hij gaat voor je staan en begint een verhaal over van alles en nog wat. Hij bepaalt wanneer het gesprek begint en eindigt. Zijn stem heeft een volume dat drie dorpen verder hoorbaar is.
Hier zeggen ze dat Jacques een beetje ... is en men draait met de wijsvinger in het voorhoofd. Ze zeggen dat ie zo geboren is en halen de schouders op. Ze zeggen dat ie een goeie gozer is, goed je tuin om kan spitten, maar ja, wie vraagt hem?
Afgelopen week reed ik hem weer een paar keer achterop. Met zijn rug naar de weg stond hij wijdbeens te plassen, wild, zo maar, door het prikkeldraad van een weiland, een maisveld. Hij keek niet op of om.
Gisteren kon hij zijn nieuwsgierigheid kennelijk niet bedwingen toen ik langs reed. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik dat hij zich omdraaide, naar zijn schoenen keek en toen naar mijn auto tuurde.

zaterdag 1 september 2012

Leven in Frankrijk : Val ik van m'n stoel (met Mick Jagger en Bob Dylan er bij)

Muziekfreak als ik ben, had ik het reuze naar mijn zin bij LimeWire. Ouwe gloriemuziek opzoeken, van die nergens meer te krijgen muziek. Maar ook, en eigenlijk met name, het nieuwste van het nieuwste. Zeg maar Lowlands groepen, muziek uit en van de betere podia. Uren bezig, kei genieten.
Ze, hullie, zeiden dat het een beetje clandestien was. Een beetje stelen. Niet goed voor de artiesten. Dat was natuurlijk ook wel zo, maar als ik de muziek heel hard draaide, hoorde je dat niet.
En daarnaast, zo troostte ik mezelf, al dat andere wat de computer aan informatie biedt is ook gratis, musea bezoeken en meer van die info.
Goed. Niet goed. LimeWite werd gestopt. Daar ging mijn muziekwinkel.
Kijk eens op iTunes riepen ze, hullie, in koor.
Nou dat doe ik dan maar, deed ik dan maar.
Grappig, aardig. Betalen voor een nummertje, negenennegentig eurocentjes. Heb je wel wat nieuws. Soit
Kijk ik vanmiddag bij wat rollatorrock. Rolling Stones en zo, Bob Dylan.
Pleurt ik bijna, bekant helemaal van mijn stoel af.
Een euro negenentwintig (1,29 u leest het goed) voor nummers uit 1963.
Blowing in the wind. Nou daar moest ik er ook spontaan een van laten.
I can get no satisfaction. Klopt, kan ik er ook helemaal niet van krijgen
Wat een oplichters. Zeker dat in het kader van de bezuinigingen op de zorg ik ga bijdragen aan de scootmobielen van de heren.
Daar krijg ik geen Vissions of Johanna van.
iTunes ..... the last time.