donderdag 30 augustus 2012

Leven in Frankrijk : Allemaal afgunst

Er is gemor en besmuikt gelach in het dorp. Je hoort het op straat, bij de slager en bij Jean Pierre in de kroeg natuurlijk. Meer ontmoetingsplekken zijn er eenvoudig weg niet.
Waar gaat het over? Om een lang verhaal kort te houden, het gaat over twee hanen.
Twee hanen van edelmetaal wel te verstaan.
Zoals elke kerktoren heeft ook de onze een haan op de top. Een weerhaan. Zo'n ding wat met de wind meedraait. Geen idee of ie het doet, geen hond die er naar kijkt. Hij staat er wel parmantig te wezen, zoals een goede haan het betaamt.
Tot zover niks aan de hand.
Als je voor de kerk langs, het plein over, rechtsaf richting het watervalletje gaat, kom je langs een drietal boerenwoninkjes. Verlopen zien ze er uit, net als hun bewoners. In het middelste huis woont Jean Jacques, iedereen noemt het J.J. , hij heeft net als zijn erfhond een blafkop met enge trekken.
Ik ken hem alleen van gezicht, hij noodt ook niet uit tot een praatje.
Zijn huis is wel het grootste van de drie, wat breder, groter hek, grotere cour en het dak is hoger.
En wat is er nou gebeurd. J.J. heeft aan de nok van het dak een ijzeren mast geschroefd en daar bovenop een weerhaan. En dan ook nog één die glimt, blinkt in de zonneschijn.
Zomaar, ineens stond de haan er. En hij draait mee met elk zuchtje wind, en piept dan een beetje.
Ze zeggen dat J.J. de eerste dag op een stoel op de cour heeft gezeten en de hele dag omhoog naar zijn haan heeft gekeken.
De pastoor vond het belachelijk, zei hij in de kroeg achter een glas rouge, ijdelheid der ijdelheden, en men weet wel wat daar van komt.
Oude René vond het te zot voor woorden, maar wist alleen niet waarom hij dat eigenlijk vond.
Bernard leek het wel wat om met zijn geweer, zomaar voor de gein ..., verder zei Bernard niets, maar had duidelijk binnenpret.
Catharine van de vrouwenclub vond de haan wel schattig en gaat haar dames voorstellen er een tekening van te laten maken en die dan op een dakpan te schilderen.
De naaste buren van J.J. zijn in alle staten en hebben voor maandagochtend belet bij de burgemeester gevraagd. Zij zijn boos en op J.J. en op de burgemeester omdat zei dat hij het te druk heeft.
In de kroeg gaat het vooral over de vraag waarom twee hanen. twee hanen in één dorp, dat kan nooit goed gaan, dat weet toch iedereen. Bernard had ook eens twee hanen gehad .....
Pascal had gemijmerd dat hij een weerhaan eigenlijk best wel mooi vindt, maar dan vooral op zijn eigen huis. Nou wat let je, werd hij geplaagd.
Kan net zo goed het hele dorp wel een weerhaan nemen, had Luc geopperd, en er werd gelachen.
En jij Simon, un cocq hollandaise?
Voor z'n rood kopere, dacht ik, maar kon dat even zo snel niet in het frans vertalen.

maandag 27 augustus 2012

Leven in Frankrijk: Koninklijke boodschappen.

Met een grote knal gooide Pascal de deur van zijn auto dicht.
Hé, denk je aan de bodem, riep ik hem toe. Een venijnige blik kon ik terug krijgen op mijn grapje.
Samen liepen we de Carrefoursupermarkt binnen. Hij haalde zwaar adem door zijn neus, en hij gromde bijna. Iets niet helemaal in de haak Pascal? vroeg ik.
Bruusk hield hij in. Weet jij godverdomme wat avocado's zijn? Heh? Ik niet.
Ik wilde niet lachen, maar voelde mijn mondhoeken krullen. Hoe zo, vroeg ik lijzig.
Nou. d'r staat in de folder dat die dingen in de aanbieding zijn. En thuis heeft hare majesteit alles aangekruisd wat in de reclame is. Dus dat mag ik dan gaan halen. Blij dat ik er even uit ben. Pascal zuchtte bijna opgelucht.
Kom zei ik, ik help je wel even. We liepen naar de groenteafdeling. Tja zei Pascal, wat niet in mijn moestuin groeit, dat ken ik niet en dat eet ik dus niet. Een peen is een peen en een kroot is een kroot. Niks wortelen en bieten, flikker toch op met die rotzooi. Maar ja de majesteit he? De stoom kwam al weer bijna uit zijn oren, toen ik hem twee avocado's in zijn handen stopte.
Succes er mee en de groeten aan je vrouw.
Hij haalde zijn schouders op en ik hoorde iets wat op 'merci' klonk.
Ik ken zijn vrouw, die verkoop je inderdaad geen knollen voor citroenen.


zondag 26 augustus 2012

Leven in Frankrijk : Nieuw logo

Lees ik enkele dagen geleden in de krant dat het Rijksmuseum in Amsterdam bijna klaar is. Bijna klaar van een jarenlange renovatie. Het kostte een paar centen, paar misgerekend, p.m.post diverse keren aangepast waarschijnlijk. Maar dat wordt straks bij de opening snel vergeten. Ik zag foto's van opgeknapte zalen, wow, niet zeuren over centen.
Het zelfde artikel kraaide ook over het nieuwe logo. Want zeg nou zelf ... het gaat om een complete renovatie, geen half werk dus.
Wel blij dat ze het oude logo er naast hadden gezet. En dat nieuwe ... tja, het zijn gewoon een beetje stevige letters. Niks meer en niks minder. Er waren heuse ontwerpers voor aangetrokken en die hadden er ook een verhaal bij. Hoe ze er toe gekomen waren ....
Bij zulke dingen gaan mijn handen altijd een beetje trillen. Zeker als ik lees dat er over nagedacht is om een geringe spatie aan te brenegn tussen: rijks en museum.
Briljant.

Een dorpje of 5 a 6 hier vandaan ligt V-H. Een piep klein gehuchtje, maar met een rijke historie. Alleen die historie is bijna niet te zien. Afgebroken, verloren, vergaan. Maar een groepje van vier trouwe inwoners houdt alles in ere. Subsidie ? Nooit van gehoord. Er is een museumpje ter grootte van een huiskamer. Men vergadert over plannen. En men heeft een folder. Een vouwfolder, beetje bibberig gecopieerd, beetje vlekkerige druk.
Maar trots dat ze zijn.
Antoine is de president directeur van de club. Hij riep me gisteren binnen. Met een grijns van oor tot oor wijzend op een nieuwe derde hands uitstalkast waar een handje vol munten in lag. En verder een nieuwe folder.
Mooie nieuwe letters he? Die haal je zo uit de computer, bij 'word'. Hij keek me aan alsof hij zojuist een wereldontdekking had gedaan.
Allez Simon, we gaan een biertje drinken.

zondag 19 augustus 2012

Leven in Frankrijk : Door een ringetje

Op de tv zei de mevrouw van de météo dat het wel 35 graden of meer zou kunnen worden. Nou. dat wordt strand, zeiden wij in tweestemmigkoor. Maar dan wel heel vroeg, want dat denken al die Fransen en touristen natuurlijk ook. Vamos a la playa. Maar welk strand? Bij de krijtrotsen, zand- of het keienstrand? Al een tijdje niet meer naar het naaktstrand geweest, dus die zou het worden.

We groeten met een hoofdknik of een bonjour een paar bekenden. Plof zegt de strandtas en idem dito de koelbox. En hopla daar gaat de parasol de diepte in.
Gezinnen, hele families, spelende kinderen.  Ik zie koffiepotten rond gaan, waterflessen, knapperig stokbrood. Mijn biertje bewaar ik voor vanmiddag.
Staalblauwe lucht met vervagende vliegtuigstrepen, een dobberend windloos zeilscheepje. De zee beweegt nauwelijks, het is doodtij.
Het strand vult zich.

Vroeger zag je ze hier vaker. Duinkonijnen noemt een vriend van mij ze. Ze, dat zijn de eenzaam dolende mannen, op zoek naar iemand die nog eenzamer is.
Er loopt er een naar de zee, hij laat zich zien, hij glimt van het frituurvet. Ergens op zijn kruispunt zie ik iets glinsteren, een zilveren ring. Tot aan die ring loopt hij de zee in, blijft daar staan en doet net of hij staat te zonnen. Volgens mij probeert ie of de zee op te tillen of iets aan de 'haak' te slaan.
Vanonder mijn parasol kijk ik af en toe op van mijn boek. Loom, doe ik dat, heel loom. Mijn eerste biertje zweet in mijn handen.
Komt er een man aan lopen, meer zweven, bijna dansend. Dat komt omdat het zand zo heet is, denk ik. Hij laveert als een paling tussen de aanwezigen door, zo glimt hij ook. Ik kijk nog een keer op en zie dat hij op het zelfde kruispunt als die andere meneer, wel drie ringen heeft, kleiner, maar wel van goud.
Ik voel de achterburen ook kijken. Er wordt gegrinnikt. Die is klaar voor de kerst, zegt de buurman.
Huh?
De kerstballen kunnen er zo aan!
Duinkonijnen, kerst, het is 35 graden.

vrijdag 17 augustus 2012

Leven in Frankrijk : Liever de lucht in

Het is te heet voor eigenlijk alles. In het dorp zijn alle luiken dicht. Erfhonden aan de ketting kijken met een oog en blaffen niet meer. Heggenmusjes al een paar dagen niet meer gezien. Jean Luc heeft zijn combine in de schuur gezet en zwaait naar mij met een wegwerp gebaar, vanavond wel weer, dat denk ik dat ie dat daarmee bedoelt.
Na een boodschapje in F. parkeer ik eind van de ochtend op het dorpsplein, voor de kroeg van Jean Pierre. Parasols uitgevouwen. De kerkklok luidt de middag in.
Raymond was er al, kin op zijn borst, leeg glas. Pascal draagt alleen bretels op zijn borst en stinkt, pastoor Xavier heeft een stijf gestreken overhemd met korte mouwen aan en wil wel wat van mij drinken. Jean Pierre zucht en sloft met een vol dienblad.
Niemand zegt wat, je hoort de stilte. een beetje een chagrijnige stilte.

Dan .... Het is toch godsgeklaagd, begint Raymond. We schrikken allemaal op, pastoor Xavier in het bijzonder en hij neemt een extra grote slok.
Weet je wat dat kost, vervolgt Raymond, zo'n tochtje naar Mars?
Mars?
Ik heb het zelf op de tv gezien. Ze zijn geloof ik een jaar onderweg geweest. En dan zie je dat er een soort scootmobiel op Mars wordt neergezet. Raymond loopt nog roder aan. En wat doet die scootmobiel? Foto's maken van stof en stenen! Hij steekt zijn beide armen wanhopig in de lucht. En weet je wat dat allemaal kost? Hij kijkt ons aan met een blik, dat hij alleen het antwoord weet. Wij laten dat ook zo.
Twee en een half miljard. Omdat bedrag kracht bij te zetten, klapt hij met zijn bierglas op tafel, waarop Jean Pierre met volle glazen naar buiten komt.
We mompelen wat. Pascal probeert het gehoorde bedrag achter op een bierviltje te schrijven, maar raakt verstrikt in het aantal nullen. Pastoor Xavier wil iets vertellen over de schoonheid van de hemel, waar plaatsen te verdienen zijn.
Ik denk ineens aan J.C.J. van Speijk en laat het daarbij.
 Ik kijk omhoog. De lucht is nog steeds zinderend en blauw.

woensdag 15 augustus 2012

Leven in Fankrijk : Beunhazen

Voor het huis van de oude Bernard en Jeanne is een vrachtwagentje gestopt, eentje met een open bak waarin allerlei plastic vaten en ladders door elkaar heen liggen.  In de deuropening praat Jeanne met een jongeman. Hij praat en maakt drukke gebaren naar hun dak. Jeanne kijkt argwanend en schudt gedecideerd met haar hoofd.
Even later komt een andere jongeman, breed geschouderd en dikke spierballen vanouder zijn witte t-shirt ons erf oplopen. Een hand kan ik krijgen en een opmerking dat de zon helaas niet schijnt, maar dat het wel lekker weer is. Eer ik iets terug kan zeggen wijst hij op mijn dak en zegt dat het onder korstmos zit en dat dat heel slecht voor het dak is, de dakpannen rotten weg. Hij heeft vandaag een speciale aanbieding omdat te verwijderen. Hij ratelt verder. uit mijn ooghoek zie ik dat zijn maat bij buurman Jean Pierre voor de deur staat.
Ik voel dat ik er wat bedremmeld bij sta. Enerzijds bedolven onder zijn verhaal, anderzijds, het dak heeft inderdaad veel korstmos.
Aan de achterkant is het zeker ook zo, stelt de jongeman. Eer ik het doorheb loop ik als een lulletje achter hem aan naar de achtertuin.
Oei, oei, oei, dat is het wel ernstig. Ik zal een stukje bespuiten, dan kunt u het verschil zien, en dan maak ik een mooi prijsje. Inmiddels is de collega de achtertuin ingelopen voorzien van een ladder en een plasticvat met een spuitslang er aan. Jongeman één spuit een vierkante meter vol en nummer twee soms alle nadelen van het korstmos op en de voordelen van hun  behandeling.
Ik word die overval nu wel een beetje zat en zeg dat ik hun kaartje wel wil hebben en er eens rustig over na wil denken. Dovemansoren. Voor driehonderd euro doen ze het hele dak, halfuurtje werk. Inmiddels is er een vierkante meter gedaan. gifige dampen komen van de dakpannen af en ik zie daadwerkelijk het vuil verdwijnen. Mooie dakpannen komen te voorschijn.
Nee, zeg ik. Vandaag niet, kom maar een andere keer terug.
Onmogelijk. alleen vandaag zijn ze in ons dorp. En als klap op de vuurpijl fluistert de spierballenman me toe: bij collega's kost zo'n operatie wel achthonderd euro.
Ik dirigeer ze de tuin uit, naar de straat. Au revoir, zeg ik duidelijk.
Tweehonderdvijftig dan? probeert hij het nog, maar erg overtuigend klinkt het niet, en hij keek niet eens meer om.

maandag 6 augustus 2012

Leven in Frankrijk: Op bezoek bij de katharen: de Montségur.

Ik vind die hoge bergen helemaal niks. Prachtig om te zien, jazeker. Meer dan indrukwekkend. Maar die weggetjes.
Op de Michelinkaart staat zo'n weggetje. Wit getekend op de kaart, met een groen randje, ''corniche'' staat er bij. Dat is dus landschappelijk mooi. Het belooft alle kleine dorpen en gehuchten te laten zien. Wedden dat je daar nog echte katharen tegen komt.
We dalen voorzichtig de weg van de camping af naar beneden. Halverwege naar links, het bedoelde weggetje op. Na zo'n vijhonderd meter wordt het smaller en smaller. De auto past er nog maar net op. Links de bergwand, recht een peilloze diepte. Chris roept hoe mooi het is.
Bij mij krampt het. Het begint langzaam te verlammen in mijn benen, buik, borst, hoofd. Ik krijg visioenen van grote vrachtwagens als tegenliggers. Ik kan geen kant op, ja alleen voorwaarts.
Ik heb het ijzig koud, terwijl het buiten 35 graden is, zijn handen wit van het knijpen in het stuur. Nog zeven andere kleuren overvallen mij. Weer een bocht, geen vangrails te zien.
Op naar de Montségur.
Eindelijk komt er een betere weg, zo een waar je normaal op kunt rijden.
Het weer verandert, donkere wolken pakken zich samen. In een uur tijd daalt de temperatuur wel 15 graden. De bergtoppen verdwijnen in de wolken. Heerljk vind ik dat .....
We volgen de borden en stijgen weer langzaam. Ik krijg het weer warm, of koud, dat weet ik niet meer.
Eindelijk zijn we er, parkeren de auto en zien ongeveer 25 meter van de voet van de berg, de rest laat zich door de mist raden. We staan stil bij het gedenkteken. Gedenkteken voor die ruim 200 katharen die na maanden van verzet, uithongering, de berg af kwamen ... de branstapel stond al klaar. Het was 16 maart 1244. Het grote grasveld waar dat plaats vond ligt er nog. Symbolisch heeft men er een stapel hout opgesteld. Het grauwe weer maakt het nog luguberder.
We willen omhoog, naar daar waar de monniken hoog op de berg hun lot afwachtten. We klimmen en klauteren, het pad glibbert. We zijn niet de enigen, stijgers en dalers passeren ons.
We zien door de mist eigenlijk alleen maar het pad waarop we lopen. Links de bergwand en rechts één wit grijze massa. Hoger gaat het. Ik begin ietwat te bibberen, want ... stel je voor dat straks de mist optrekt. Dat kan zomaar gebeuren in die gekke bergen. Stel dat ik straks helemaal bovenop die berg sta en die peilloze diepte in moet kijken. Mijn benen verlammen en ik voel meer rare krampen.
Katharen of niet, ik ga terug. Ik herdenk ze beneden nog wel een keer bij dat gedenkteken. Bovendien het kasteel wat er nu staat is niet het echte kasteel van katharen maar is later gebouwd. En dat gedoe over een graal of andere schatten die er zouden zijn, ramen in het kasteel voor de zonnewende is allemaal flauwekul. Verzonnen door esoterische hemelfietsers.
God, wat ben ik blij als ik weer beneden ben, loop nog een keer naar de gedenksteen en sta stil bij de geschiedenis.
Dan op naar Mirepoix met zijn prachtig middeleeuwse marktplein. Net als we gaan zitten en een biertje bestellen breekt de zon door. We proosten op het zieleheil van de katharen en ook een beetje op het mijne, qua hoogtevrees....

donderdag 2 augustus 2012

Leven in Frankrijk: Op bezoek bij de katharen

Het stond al jaren op het programma. Bezoeken van het land van de katharen. Aardig wat over gelezen, collegetje over gevolgd, van die dingen.
Hups, tentje in de auto, en wij op pad, nou ja snelweg, naar het zuiden, het zonnige zuiden. Na een dag tuffen rijden we het dal van de Ariege binnen. Ademloos kijken we om ons heen, wat een prachtige bergen. De auto gromt een berg omhoog, want daar is de boerencamping die we moeten hebben als uitvalsbasis voor onze bezoektocht.
De camping ligt bovenop een lage berg, rondom van die hele hoge jongens van 2300 meter. We kijken uit op de ruine van kasteel van Lordat. Toen een onneembare katharenvesting.
Volgende dag naar Montaillou, u weet wel van dat beroemde boek. Eerst langs Prades, een buurdorp. Het kerkje staat er nog, daar waar de pastoor de liefde bedreef met de kasteelvrouwe van Montaillou.
Montaillou is een gehucht van "niet zo veel aan". Paar huisjes, een modern info-centrum, zelfs een radio-studio(tje). We klimmen omhoog naar het kasteel. Kasteel ? Drie restanten van muren staan wankel tegen een azuurblauwe lucht. Het is snikheet. Een overval van horzels en ander vliegend steekspul. Snel naar beneden het dorpje weer in.
Op een, het pleintje, de schaduw van een boom opgezocht, een flesje koud water, alleen krekels.
In gedachten zie ik ze lopen, de Clerque's, Guillaume Buscailh, de Benet's en Beatrice de Planissoles, de kasteelvrouw, de geile pastoor Pierre Clerque.
Op last van bisschop Fournier vond er in 1311 een razzia plaats. Nagenoeg het hele dorp werd weggevoerd. Hoog de bergen door, richting Pamiers, tientallen kilometers verder. Verhoord en gestraft, gevangenis of brandstapel.
Oei, wat is het heet. Maar de auto heeft airco en verderop is vast wel een koud pilsje te krijgen.
De auto klimt een hoge col op. Altitude 1628 meter staat er op een bord. We stoppen en kijken naar die eindeloze bergenrij.
Dagenlang lopen, bloedhitte, de dood tegemoet.
We zuchten en proberen het te snappen.
Morgen Montségur.