zondag 10 juni 2012

Leven in Frankrijk : WEGWEZEN !!!

Vanmiddag in de kroeg afscheid genomen, niemand hield het droog, tot grote tevredenheid van Jean Pierre.
Bernard kwam met een bos uien en een bos prei, 'voor onderweg'.
René had een fles met een bodempje whisky. Drie keer schudden voor gebruk, dacht ik erbij.
De buurvrouw met de nieuwe heupen kwam met een zelf gebreide shawl.
Arlette stopte me een cassettebandje met chansons in de handen en gaf me een knipoog.
Alain had een stapeltje tijdschriften, jaargang  1986, 'voor als 't regent '.
Jeanne bracht een doosje eieren, drie van de vier gekneusd, 'vers van vanochtend '.
Roger, de burgemeester, schopte vol vertrouwen tegen de autobanden, 'bon voyage '.
Dikke Marie huilde dikke tranen en sloeg een kruisje.

Eind van ons landweggetje. In de achteruitkijkspiegel zien we zwaaiende armen.
Linksaf?
Rechtsaf?
We kijken elkaar aan en halen onze schouders op.
't Is vakantie.

dinsdag 5 juni 2012

Leven in Frankrijk : Afstoffen en alles op een rijtje

Gisteren begon het al te broeien. En dat ging ook nog met onrust en wiebelbenen gepaard. Uiteraard volgt daar dan een nagenoeg slapeloze nacht op.
Basta, genoeg d'r van, ben d'r helemaal klaar mee! Al die loze, lege dingen. Weg d'r mee.
Te beginnen met het geheugen van m'n mobiel. Jean Rap et son copain staan er in, en ik doe er geen hol mee. Weet van veel niet eens meer wie het zijn, en als je hen een sms'je stuurt krijgt je nooit wat terug. Hopla, weg d'r mee, dielieten die handel. Trouwens waarom moet ik altijd bellen? Voel ik me eenzaam ofzo, ben ik opzoek naar aandacht. Doei!
Ha, de computer. Alweer zo'n adressenbestand. Jean Rap heeft wel heel veel copains! Bladzij na bladzij, namen en nog eens namen. Ik kijk en ik zie, en al snel, ja hoor, nooit meer wat van gehoord op mijn laatste email. Gloeiende ... zonde van m'n energie.
Ik maak alle bladzijden van het bestand blauw en in een klap: dieliet. BINGO!
Er davert iets door mijn lijf.
Ik kan me nog net inhouden om de telefoon van de muur te rukken en door het raam naar buiten te flikkeren. Voor noodgevallen, besluit ik.
Het deurtje van het wandmeubel staat open, de muziekverzameling! Ik voel een grijns opkomen. De bezem er door! Ook, ja zelfs ook hier!
Eerst op mijn knien, dan op mijn kont, mijn ogen glijden langs de titels. Jezus, wat een oude meuk zit d'r tussen. Jaren zestig bagger. Alhoewel, vorige week, met een borreltje biertje, toch weer oude herinneringen opgehaald. Ik sms'te toen nog een oude vriend ... geen reactie.
Kijk nou, sociale academie muziek, Joan Baez, en meer van die mutsenmuziek, weg d'r mee, hopla.
Ik maak een verdeling, in stapeltjes om me heen. Heel oud: Beatles, Stones, Them, Zombies. Stapeltje flower power van de West Coast, alhoewel, wel vreselijk gedateerd en dat amerikaans joepie de poepie, nou vooruit dan maar, de helft is okay.
Godzijdank is de discotijd aan me voorbij gegaan. Aha! Die was ik kwijt. Aja van Steely Dan, effe hard opzetten.
Alles van Van Morrison, totdat zijn vrouw ging meezingen, en hij wel heel erg commercieel werd. Via de Acid Jazz belanden we in deze tijd. Ik lijk goddomme wel een reisleider van mezelf.
Ik zie dat de prullenmand toch wel wat vol begint te raken, weg met die ouwe zooi.
Indie-music, daar houd ik van. Hoog pinkpop- en lowlandsgehalte. Fleet Foxes, Great Lake Swimmers, Mumford and Sons en die ouwe Seasick Steve.
Wel vermoeiend, zo de bezem er door, de leeftijd speelt op en de plavuizen zijn nu wel heel koud aan mijn kont geworden.
Ik pak mijn huidige favo ceedee, zet de stereo hard en ga ik het atelier naar buiten zitten kijken.
Weg stof.
De eerste klanken van Canto Ostinato van Simeon ten Holt, vullen de ruimte en rollen door de openslaande deuren, de tuin in.

maandag 4 juni 2012

Leven in Frankrijk : Brokken

Na een golf van zomerse temperaturen is het weer nu al weer twee, misschien wel drie dagen totaal mis. Bijkant herfststormen doen de bomen zwiepen en maartse buien kletsen tegen de ramen. Juni, ik heb net al weer aanmaakhoutjes staan hakken.
Chagrijnigheid alom ook bij Jean Pierre. Gisteren had de helft van de geplande eters afgebeld. Hij kijkt er vanmorgen nog boos om. Op de vraag van Alain, of ie nu alles alleen heeft moeten opeten, kunnen wij aan de bar wel glimlachen. Jean Pierre kijkt hem vernietigend aan en sist iets wat mij, in het Nederlands, het meest op het woord 'lul' doet lijken.
Kortom er valt een diepe stilte. André trommelt met zijn nagels zachtjes op de bar, René pakt de krant van zaterdag, Alain is opgestaan en kijkt door het raam naar het verregende plein. Jean Pierre poetst met driftige bewegingen de wijnglazen.
Dan veert André op. Hebben jullie het al gehoord? Eer we kunnen antwoorden, vertelt hij dat Serge gisterenmiddag met zijn tractor tegen een lantaarnpaal is gereden. Dronken natuurlijk, daar kijkt niemand van op.
Maar welke lantaarnpaal, willen we weten, want ons dorp heeft er vijf. En het niet de eerste keerr van Serge. Sinds we lantaarnpalen hebben weet hij ze te vinden.
Net als André zijn nieuwtje uitgebreid wil gaan vertellen, komt de duivel binnen. Serge dus, met zijn staart tussen zijn benen. Hij kijkt nog steeds beteuterd en heeft een blauw oog.
Hij wil alleen maar koffie. Hij wordt geplaagd door de mannen.
Het zal nooit meer gebeuren zegt hij. Daar wordt hartelijk om gelachen en hij krijgt opbeurende klappen op zijn schouders.
Je bent een pilote des brocques, zeg ik tegen hem.
Iedereen valt stil. Serge kijkt me aan en wil er wel weer een.