donderdag 31 mei 2012

Leven in Frankrijk: Rimpelig water

Mijn vader had zo van die prachtige uitdrukkingen of gezegden. Bestaande, ouderwetse, soms zelf verzonnen. Ik mag ze zo bij tijd en wijle ook wel eens gebruiken. Zoals laatst, toen we met, ik weet in het geheel niet meer wie, een gesprek hadden over kabbelende huwelijken, en af en toe een woordenwisseling. Jaja, zou mijn vader zeggen: " Geen vijver zo glad, of er zit wel 's een rimpelingetje in."
Goed, bon.
Vorig jaar, in een hete vakantieweek in de Creuse, een meertje opgezocht. Blauw groen water, bossen er om heen, in de strak blauwe lucht hingen enkele buizerds. Verkoeling om ons heen maar ook in de koelbox. Stoeltje, boekje, rust en stilte. Het water lag een strak bij, zo glad als een spiegel.
Even later verschenen een man en een vrouw, hij duidelijk ouder. De bovenkleding ging uit, er werd gekust en omhelst, liggend op een handdoek werd giebelend en langdurig met zonnenbrandolie gesmeerd. Chris en ik verdiepten ons maar heel erg diep in onze boeken, het was al warm genoeg.
Even later klonk er zacht gekreun vanaf het meer, geluid draagt nu eenmaal ver over water.
Ineen gestrengeld stonden de man en vrouw tot hun borst in het water. Ze bewogen zachtjes. Er kwamen rimpelingen om hen heen, en nog meer, en nog meer.
Zo kan je zo'n gezegde ook uitleggen. Ach, alles heeft een keerzijde.

woensdag 23 mei 2012

leven in Frankrijk : Vraagt u maar !!!

Toen we het huis in Frankrijk eenmaal hadden, en de mensen het wisten kon je je bijna nergens meer vertonen. Of, jawel hoor, daar kwamen de vragen. De ervaring gaf al snel een patroon te zien.
- goh, wat leuk, een huis in Frankrijk
- waar ligt dat dan precies
- is dat dan niet Normandie
- hoe heet het dorp? nee dat ken ik niet
- is het ver rijden
- hoe zijn jullie daar nou aan gekomen
- welke stad ligt er bij jullie in de buurt
- dus niet Bretagne, ja ja, oh nee, toch
- jullie gaan zeker niet elk weekend
- moet je er nog veel aan doen
- jullie zijn zeker altijd aan het klussen
- zeker alle vakanties ernaartoe
- je spreekt zeker al aardig Frans
- hebben jullie contact met de buren
- goh, leuk, want ze zijn zo chauvinistisch he?
- ken je die grap nog: jammer dat er Fransen wonen? Haha, oh..
- gaat dat nou niet vervelen altijd naar hetzelfde
- is dat nou duur, zo'n huis daar, of is dat een brutale vraag
- eigenlijk wonen jullie het liefst daar, ja toch, natuurlijk
- wij zouden dat ook zo graag willen, maar ja, weet je ...
- zit je daar nou niet gevangen
- went die stilte nou eigenlijk
- hoeveel slaapkamers heeft dat huis
- goh, leuk helemaal compleet ingericht
- oh, dus jullie verhuren het niet
- mis je Nederland dan niet ?

dinsdag 22 mei 2012

Leven in Frankrijk: Oerknallen

Middels uitzending gemist naar 'het college over de oerknal' van prof. Robert Dijkgraaf gekeken. Kirrend van genot werd hij door Matthijs DWDD aangekondigd. Matthijs mocht de hele uitzending een sinaasappel vasthouden en stelde daarmee een of ander hemellichaam voor.
De professor ging uitleggen waar de wereld vandaan komt. Diverse soorten fruit van verschillende grootte vlogen over het toneel. Dat waren de universa. Nooit geweten dat er meer waren.
Toen kwamen de afstanden en snelheden. Lichtjaren zei de prof. Het duurt acht minuten van de zon naar de aarde. Ik kijk verbaasd naar het beeldscherm. Acht minuten? Maar ik zie alles nu toch? Ik leef toch niet in het verleden? Matthijs houdt zijn sinaasappel nog steeds in de lucht, heel trots, hij zal de aarde wel spelen.
De professor gooit er een tandje gas bij. Weer een hemellichaam! Van de ene melkweg naar de ander.
Uit mijn ooghoek zie ik oude buurman Bernard de cour op komen lopen. Ik wuif hem weg, ik ben te druk in de wetenschap verdiept. Bernard haalt zijn schouders op.
Verdomme, is in die ene minuut de prof. al weer verder gegaan. De miljarden kilometers vliegen door de huiskamer. We reizen van hot naar her door het heelal. Ik denk aan de zomervakantie, pfff al die kilometers.
Jammer dat de professor al die miljarden niet opschrijft.
Net als bij de eurocrisis. Ook allemaal miljarden, honderden miljarden. Ik heb nog nooit zo veel nullen bij elkaar gezien. Zo'n crisis is eigenlijk ook een oerknal denk ik. Iedereen roept maar wat. Allemaal deskundigen, wetenschappers. Natuurkundigen of economen. Ze lullen maar wat, spreken elkaar tegen. En ik, wij moeten dat allemaal maar geloven. Omdat te bereiken spreken ze in grootheden, dat imponeert.
Ik dwaal helemaal af ..... Dan is het programma bijna afgelopen. Wat was er voor de oerknal? In de zaal kun je een speld horen vallen. Matthijs knijpt zijn sinaasappel bijna fijn. Een kleiner universum zegt onze Robert. De zaal stijgt bijna op, mensen vallen huilend in elkaars armen.
Ik haal, net als Bernard, nu ook mijn schouders op. Ik snap er geen pepernoot van. En dat wil ik graag zo houden.
Ik vind: 'in den beginne was de aarde woest en ledig' uit de Bijbel veel mooier dan al die miljarden knallen.
En wat te denken van: 'Toen de hemelen nog niet genoemd waren, het land beneden nog geen naam had' uit Enuma elisj, het babylonische scheppingsverhaal.
Dat waren nog eens tijden.

maandag 21 mei 2012

Leven in Frankrijk : Afdakmoeders

Ons boodschappendorp telt maar liefst drie supermarkten. Gelukkig niet van die hele grote die je meestal aan de rand van een stad treft en waar het altijd waait.
Nee, deze liggen bijna op loopafstand van elkaar en te midden van de andere dorpswinkels.
Het viel me laatst op dat alle drie een luifel hebben, formaat van een fors afdak.

'Onze' Lidl heeft niet alleen de grootste maar ook de lelijkste.
Ze staan er altijd onder. Ze, dat zijn de moeders met hun volle boodschappenkarren. Dikke moeders, dikke kinderen. Karren vol cholesterol en onverzadigde vetten. Ze kletsen wat af met elkaar. Hun kinderen rennen, jengelen en plukken af en toe iets uit de kar.

'Onze' Carrefour heeft een iets kleiner afdak. Daar staan de tienermoeders. Rokend, altijd rokend. Spitse gezichtjes, spitse figuurtjes. Ook zij kletsen wat af, wiebelen met de kinderwagen en stoppen er af en toe een speen in.

'Onze' Coccinelle heeft een subtiel afdak met een gezellig golfje erin. Een afdakje voor een snelle begroeting. Of zoals gisteren, een oude dame stond er schuilend voor de regen onder. Zij werd met de auto opgehaald door haar dochter: een kus en de boodschappen verdwenen in de kofferbak.

dinsdag 15 mei 2012

Kleinzoon Luuk

Luuk is twee en een beetje. Superblond haar en blauwe ogen. Stapt ons huis binnen, houdt midden in de kamer halt en kijkt in het rond. Paard, hij wijst op een kunstwerk. Meneertje, hij wijst op een schilderij. Loopt naar de muziekboxen, muziekje van opa.
Dan zijn de keukenkastjes aan de beurt. Een voor een gaan ze open, hij kijkt er in, pan, eten koken. Achter het laatste deurtje liggen de snoepjes. Domme vraag of hij die wel lust. Twee, meer, is zijn antwoord. Tja, dan gaat er even later geen boterham meer in.
Het verzamelde speelgoed wordt over de vloer uitgestrooid. Languit op onze buik bouwen we samen een spoorbaan. Tsjoek, tsjoek doet de trein, de wagonnetjes worden met van alles beladen. Wat er uit valt, wordt er met veel geduld door de kleine vingertjes weer ingestopt. Tsjoek, tsjoek gaat het weer.
's Middags even weggeweest. Luuk in zijn stoeltje op de achterbank naast Chris. Hij heeft haar oude zonnenbril op zijn hoofd. Opa kijk. Oma daar. Zijn hoofd draait alle kanten op. Vrachtauto's, motoren, windmolens. Te veel om te zien, te veel om op te noemen.
De andere morgen vroeg hoor ik hem zachtjes praten. Ik loop zijn kamertje binnen. Opa ! grijns van oor tot oor. Ik til hem uit zijn bedje. Hij slaat zijn armen om me heen en geeft me een kus.
Tja, daar verdient ie zomaar honderd punten mee.
Weer languit. Nu op de oprit. Stoepkrijten. Poesjes, vogels, vissen.
Als hij later opgehaald wordt en mijn zoon vraagt wie die tekening gemaakt heeft. Wijst Luuk naar mij en zegt: "Deze."

maandag 14 mei 2012

Leven in Frankrijk : Op visite bij George Sand

En zo trokken we vorig jaar zomer met ons tentje door de departementen Indre en de Creuse, net onder het midden van Frankrijk. Dorpjes, heuvels, uitgesleten rivierdalen. Prachtige streken, veelvuldig bezocht door kunstenaars. Bij het dorpje Croiset kwamen we Monet tegen. In een diep uitgesleten dal van de Creuse schilderde hij de rivier en de beboste heuvels. We kenden elkaar nog van eervorig jaar herfst aan de kust, bij Fécamp en Etretat. We lachten nog een keer, omdat toen bijna zijn ezel wegwaaide in de novemberstorm.
Salut, en wij weer op weg. Naar George Sand. Staan we voor haar kasteel, zijn de poorten dicht. Een bord geeft aan dat de opneing pas om half zes is, dat is nog drie uur wachten. We puffen uit in de schaduw van een grote kastanjeboom, de zon zindert. Op 8 juni 1876 sterft Aurore Dupin zoals ze eigenlijk heet. Daarom is ze natuurlijk niet thuis. Dan heeft wachten niet zo veel zin meer. En om nou een dooie kamer te bezoeken, daar wachten we niet op. In het dorpje verkopen ze ansichtkaarten, gekleurd en verkleurd, laat ook maar zitten.
Uit m'n rugzak haal ik een biografie over George. Een schrijfmonster. 180  banden, artikelen in kranten en tijdschriften, zeer omvangrijke correspondentie. Voorvechster van de ongebonde liefde, tegen de beperkingen van het huwelijk, sociaal kritisch denkster, feministe avant la lettre. In haar mannenpak en sigaren rokend bood ze in haar huis en bed onderdak aan talloze schrijvers, musici. de Balzac, Chopin, List, Flaubert om er maar een paar te noemen.
Een enorme schrijfdiscipline. Elke dag een paar hoofstukken ... en een man. Schrijven en neuken, tja.
We sloffen over het verlaten kasteelplein naar een tegenover liggend theehuisje. De waard ligt in zijn leunstoel zachtjes te snurken. Hij wordt glimlachend wakker. Thee en sapjes heeft hij. Ik kijk beteuterd. Dan knipoogt hij. Thee voor Chris en een biertje voor mij, er is immers toch niemand zegt hij.
Nee, zeg ik, George is er ook niet.
Hij draait zich om en kijkt naar het kasteel, scherp omlijnd tegen de azuren lucht.
Nee, zegt hij, waarschijnlijk aan het schrijven. zal haar laatste wel zijn.
's Avonds voor de tent probeer ik nog wat te schrijven, mijn tweede boek. Wijn en een waxinelichtje, het wil maar niet lukken.
Er zit niks anders op.

donderdag 10 mei 2012

Leven in Frankrijk : Paniek

Het grauwt, het sliert en het regent. Al dagen achter elkaar. De heuvels zijn half verdwenen. Er is geen mens op straat. Af en toe gaat een gordijntje opzij en een hoofd kijkt mistroostig omhoog.
In de kroeg is het niet veel anders. Jean Pierre poetst met en zuur gezicht alle glazen van de tapkast waarbij zijn poetsdoek steeds grijzer wordt. En wij, mannen aan de bar, kijken naar buiten. Grote plassen op het kerkplein. Ook de lunchclub is er. De postbode, twee mannen van het EDF, twee metselaars uit een naburig dorp. Ook meneer pastoor nipt aan zijn wijntje. Xavier de eierboer is er nog niet. Dat kan bij hem nog wel eens uitlopen, hij bedient alle dorpen in de wijde omgeving.
Er wordt wat afgeklaagd. De post is zo nat, dat de adressen eraf spoelen. De electriciteitsmannen hebben al twee keer onder stroom gestaan, bij de metselaars loopt de specie tussen de stenen weg.
Bernard zegt dat het mijn schuld is, omdat ik van die kattengejank-muziek draai, de gewassen dobberen in zijn moestuin. De pastoor heeft het over Noach, maar hij neemt tegelijkertijd een slok zodat niemand hem verstaat
Dan met piepende remmen stopt de bestelwagen van Xavier, eierstruif in zijn nek. Wit weggetrokken stormt hij naar binnen. Het is me wat, het is me wat! hij kan het nauwelijks uitbrengen. Met trillende handen neemt hij een slok bier uit mijn glas.
Er is blauw gezien ! Zijn stem trilt. Heus er is blauw gezien. Ik hoorde het in A. die vrouw had het van de zoon van haar achternicht gehoord, die in B. woont. Echt waar. Xavier keek radeloos om zich heen.
Er was een oorverdovende stilte in de kroeg gevallen, de klok tikte als een machinegeweer. We stormden met z'n allen naar buiten, naar het midden van het plein. We keken omhoog, naar alle windstreken. Vanuit het stadhuis kwam Roger de burgemeester naar buiten, gevolgd door zijn enige ambtenaar. Ook zij keken omhoog.
Verdomd gilde Jean Pierre, daar, daar, daar wordt het lichter. We juichten, petten vlogen in de lucht, we omhelsden elkaar.
Sodeju, zei de pastoor, ik ga de klok luiden. Hij tilde zijn soutane op en waggelde ijlings naar de kerk.
Ik moet naar m'n tuin, zei Bernard. De stroom kan er weer op zeiden de EDF mannen. Het cement is nou toch nog te nat vonden de metselaars.
Met z'n allen liepen we weer naar binnen.
Van binnen nat, en van buiten nat. Dat vonden we wel wat.

woensdag 9 mei 2012

Leven in Frankrijk : Grijzer dan grijs

Vroeger kwam ik vaak in Hongarije. Zowel voor als na de omwenteling. Lieve en gastvrije mensen. Wat ik me verder herinner was die grijze grauwheid daar. Voornamelijk het straatbeeld. Huizen, auto's, kleding, winkels . Alles had een grauwsluier, zeker in de winter als de kachels met turf gestookt werden.
Ben er lang niet meer geweest, het zal er in de grote steden ongetwijfeld anders uit zien.
Nee, dan hier in het vrolijke westen. Hier staan we er gekleurd op. Tot dat.
Tot dat we nieuwe tuinstoelen nodig hebben. De oude zijn tot op de draad versleten. Het zijn van die ruime rotanfauteuils met een formidabel zitcomfort. Ze beginnen ietwat scheef te worden, gebroken rotan steekt vervaarlijk op plekken die niet fijn zijn.
Iets nieuws moet de oplossing zijn. Dat treft. De brievenbus wordt wekelijks overladen met folders van tuincentra. Parasols in allerlei formaten, die slaan we over. Dan is daar ons doel. Tuinstoelen en complete ameubelementen. Met verbazing kijken we er naar. Alles is grijs. Grijsgevlochten kunststof rotan, grijze kussens. Een en al triestheid met dikke, hele dikke prijzen.
Daar wil ik nog niet dood in gevonden worden, mompel ik. Dit komt er niet in, daar zij we het volledig over eens. En bovendien een bankstel in je tuin, het moet niet gekker worden.
En waarom zouden we iets nieuws kopen. Het regent al weken, en als het niet regent is het buiten grijs.
Gisteren heb ik de oude stoelen mee naar de schuur genomen. Touwtje hier, stukje hout daar, beetje trekken en buigen.
Oude buurvrouw Jeanne komt even langs en ziet me zwoegen. Die heb je voorlopig niet nodig zegt ze, voor de komende week wordt het zelfde weer voorspeld.
Inderdaad de toppen van de heuvels zijn al een paar dagen in nevelen gehuld, het miezert en alles is sompig.
Grijzer dan grijs.

maandag 7 mei 2012

Leven in Frankrijk : Arme kinderen

Retourtje Nederland. Vaste prik is een stop halverwege Belgie, in Nazareth. Niet om godsdienstige overwegingen, maar voor het strekken der benen, een broodje, een sigaretje, een plasje.
Oei, wat was het er druk afgelopen weekend. Het parkeerterrein telde veel nederlandse auto's, huiswaarts ging het, einde van een vakantie. Volgepakte auto's. Bagage tot aan het dak, kinderen op de achterbank. Ouders, Bijenkorf-casual. Moeders buigend over de achterbank, vaders controleren een zwarte doos op het dak, schone luiers, benzinestation voor lekkende magnums en verse chips.
We gaan weer zei de moeder. Gejank bij het vasthaken in de kinderstoeltjes, een hard 'nee' bij het: ik zat net daar. Effe wachten, zei de moeder tegen haar nors kijkende man. Welk filmpje willen jullie nu zien?
Met een afstandsbediening in haar hand stond zij buiten de auto. In haar hoofdsteun en die van haar man flitsen kleurrijke beelden voorbij. Aan de ene kant TikTak en aan de andere kant een andere tekenfilm. Die heb ik al gezien klonk het jammerend. Kwasi geduldig werd weer op allerlei knoppen gedrukt. Er viel een ijsje op de achterbank en daarna op de grond. Nou! klonk het hard vanaf de bestuurdersstoel, terwijl de motor werd gestart. Je ziet toch dat ik bezig ben! was snerpende reactie. Ja die, klonk het uit een kinderstemmetje. Het smeltende ijsje werd vergeten, een portier werd iets te hard dicht gegooid.
Daar gingen ze, in één keer door naar huis. De man en de vrouw keken recht vooruit, net als de kinderen, maar die glimlachten een beetje.