maandag 23 april 2012

Leven in Frankrijk : Gelijk hebben

Zondagochtend is het altijd drukker in de kroeg van Jean Pierre. Tussen de middag wordt er warm gegeten. Altijd volle bak. Boerse mannen met gestreken overhemd en de vrouwen met rood geboende konen. Niet te vergeten de bloementjesjurken.
De vrouw van JP dekt de tafels, schoonzus rommelt in de keuken, JP hangt achter de bar en luistert naar de verhalen. Ook aan de bar is het drukker. De mannen hebben gestemd. Stemmen in het stadhuis recht tegenover de kroeg. Ze nemen er een en zwijgen. Ik neem er ook een. En dan beginnen ze. Ze hebben een alibi. Hé Simon, bij jou in Nederland is de boel geklapt he? Door die blonde? Ik zet met een boze klap mijn glas neer. Jullie hebben hier toch ook zo'n blonde, die van Le Pen? Daar klapt de boel ook mee, als die gaat regeren.
Oei, linke soep. Beetje dom. Het Front national is hier best wel populair. Ik word uitgemaakt voor 'rooie communist'. Maar Alain is het helemaal met mij eens. Nog meer grote woorden gaan van links naar rechts over de tap. Crisis, werklozen, buitenlanders, zwarten, opvreters, bonussen, de banken, Europa, de Grieken.
Jean Pierre grijnst, houdt wijselijk zijn mond, knikt af en toen, maar tapt vooral door.
Roger smijt weer een nieuwe mening op tafel en sluit met: dat is zo.
Nee, zegt Alain zachtjes. je moet niet zeggen dat is zo, je moet zeggen, dat is mijn mening.
Roger loopt rood aan en vloekt. Wat nou? Ik vind dat toch zeker! Precies, zegt Alain, jij vind dat, maar daarom is het nog niet zo.
Er valt een dodelijke stilte. Het bier verdampt spontaan in Roger's glas en de stoom komt uit zijn oren, hij gromt er ook nog bij. Met een 'ach jullie' stapt hij van zijn kruk en beent de deur uit.
Ik vind dat je dat mooi hebt gezegd Alain, zegt René.
Dat is zo, zegt Jean Pierre.
We gieren het uit van de lach.


donderdag 19 april 2012

Leven in Frankrijk: Krom gedrukt

Het schijnt er een beetje bij te horen. Ietwat afgelegen wonen, grote tuin, een hek, stapels hout, boerenland. Kortom, daar mag geen hond ontbreken. Hier in de omgeving dus ook niet. Alhoewel het zijn hier meer de echte boeren zie zo'n beest hebben, en vergeet de jagers niet. Die honden hebben dan een functie, althans dat vind ik. Ze hebben ook een navenant leven. Altijd buiten, als het mee zit in een hok, en dikwijls aan de ketting. Ik noem dat erfhonden. boerderijbewakers.
En ja, huisdieren hier, die hebben het anders dan in Nederland. Niks geen takje peterselie als garnering op je peperdure blikvoeding, niks niet nageltjes vijlen of tandsteen verwijderen, een mand met en kleedje, speeltjes en kluifjes. Werken met je donder is het hier, en anders donder je maar op. Hard? Nee dat is het boerenleven en verder geen gemuts.
Er wordt hier ten huize, voor dehelft, wat genuanceerder over gedacht en soms subtiel ter sprake gebracht. Kortom er moet er hier ook één komen. Zo lief, zo gezellig, lekker wandelen in de bossen, zo'n heerlijke trouwe makker. Op een kennelijk onbewaakt moment, of verzwakking van aandacht, heb ik kennelijk 'hmm' laten horen.
Ping, pong, doet outlook en de mailtjes stromen binnen. Varierend van fokkers, tot familie, kinderen en kennissen die een felicitatie sturen.
Vannacht droomde ik dat ik met zo'n frikandel op wielen op weg was naar de kroeg en met een schok werd ik vanmorgen wakker bij het beeld dat ik op het dorpsplein naar 'mijn' poepende hond stond te kijken en net als hij ook mijn rug kromde.

maandag 16 april 2012

Leven in Frankrijk: Blauwe plekken

Verwonderen. Ik mag dat graag doen. Sterker nog, ik kan niet zonder. Alles verwondert, zeker als je er de tijd voor neemt en goed om je heen kijkt. Zo kan kunst bijvoorbeeld verwonderen ... En je kunt dan gelijk oordelen, mooi of niet mooi.
Dan heb ik het maar niet over mensen. Vaak merk ik dat er niet eens wordt gekeken, verwonderd, maar hupla gelijk geoordeeld en veelal veroordeeld.
Niet doen ... daar krijg je blauwe plekken van. Blauwe plekken op je ziel.
De verwondering in de natuur, daar houd ik van. Gisteren zag ik een vogel met een lang takje dwars in zijn snavel. Hij vliegt naar de boom waar hij een nest aan het bouwen is. Bwam, tegen de boom, takje te breed. Takje valt, hij pikt het weer op een kijkt nog eens naar de boom. Hij verwondert ook, net als ik. Alleen heeft hij nu blauwe plekken.
Wolken die fascineren mij enorm. Zeker de Hollandse en de NoordFranse wolken. Van die grote witte bloemkolen, of van die vegen als langs een lineaal getrokken, kleuren die mijn palet soms niet kan bedenken. En wat te denken van de vormen, reuzen, bergen, torens, koppen met grote neuzen, dreigende onweerswolken. Alles is gewoon mooi, hier valt niks te veroordelen.
Las ik in de Volkskrant dat er een Cloud Appreciation Society bestaat ! Wolkenstaarders verenigt u !
Mooi toch ?! Alleen, ik heb me eigen club. Want ik vind verwonderen is het mooiste alleen.
Om: kijk nou 's, tegen jezelf te zeggen en niet tegen een ander. Dat laatste kan later altijd nog.
Oude buurman Bernard maakt af en toe wel eens een spottende opmerking als ik weer eens omhoog loop te kijken: Hé, zie je ze weer eens vliegen ?
Wolken kijken doe ik liever niet op straat, vanwege de lantaarnpalen, verkeersborden enzo.
Mijn eigen tuin is beter, daar weet ik precies de weg. Alhoewel gisteren was ik vergeten de droogmolen weg te halen.
Blauwe plek en een gierende Bernard in zijn moestuin.

vrijdag 13 april 2012

Leven in Frankrijk: Wat een onzin

Hoesten, proesten, koude rillingen, klappertanden. Voila, de griep heeft ons overvallen. En dan ook nog bij ons beiden, in één keer, tegelijkertijd. Dat is liefde waar je niet op zit te wachten.
Dan blijkt ook de voorraadkast leeg, de neusdruppels en de papieren zakdoeken op. Het noodlot heeft werkelijk toegeslagen. En het wordt nog erger omdat ik aan de beurt ben om boodschappen te doen.
Ietwat duizelig, zweverig en zweterig rijd ik langzaam, net als alle oude boeren, naar F.
Eerst maar even naar de apotheek voor neusdruppels. Ja, die hebben ze wel, maar het flesje is vernieuwd. Een nieuw spuitsysteem voor de diepere holtes, zegt de mevrouw. Ik zat daar niet op te wachten, word dan altijd heel wantrouwig. Ha, natuurlijk, 't is wel wat duurder geworden.
In de supermarkt is het een herrie. Er wordt verbouwd. Weer zoiets, ben je net gewend waar alles staat, nee hoor, moet het weer anders. Alles voor de klant, zegt de manager, deze keer zonder microfoon.Ammehoela, denk ik, verkoopcijfers zal je bedoelen. Er worden schappen uitgebreid, dus nog meer producten, zegt de man en hij wijst naar de afdeling yoghurt. Maar je hebt al 3000 soorten en smaken, flap ik er verbaasd uit. Hij kijkt me een beetje zuur aan, zeker als ik vraag waar de normale yoghurt staat.
Thee staat als laatste op mijn briefje. Niet voor mij, maar voor Chris, ik mot geen thee.
Op de terugweg denk ik aan vroeger. Als ik als kind ziek was kreeg ik wel eens Bulgaarse yoghurt, met van die dikke rode sap erop. Wat een frivoliteit tijd was dat toen. Maar ook met een lieve moeder, ik zucht bij de herinnering.
Thuisgekomen pak ik de nieuwe neusspuitfles. De druk is zo hard, dat mijn fontanellen bijna weer open barsten. Het knarst en het piept in mijn kop. Jij ook nog, vraag ik met tranen in mijn ogen.
Moet je nou eens kijken hoor ik even later in de keuken. Uit het nieuwe theepakje heeft Chris een builtje gepakt, het heeft de vorm van een theepotje. Het wordt nog gekker, er zitten twee touwtjes aan met elk een klein kartonnetje. Als je het buideltje uit je kopje haalt moet je aan beide touwtjes trekken en het buideltje perst zich dan van zelf uit.
Ik weet niet of het van de toenemende koorts komt, maar tranen schieten bijna in onze ogen. Wat een geweldige uitvinding. Hier zat de mensheid op te wachten. Van schrik neem ik ook maar thee. Ik wil dit hele proces nog een keer meemaken.
Soms denk ik wel eens dat de wereld compleet gek geworden is, vandaag weet ik het zeker.