zondag 29 januari 2012

Leven in Frankrijk : De zondag en de spin

't Is hier sowieso altijd rustig in het dorp. Maar op zondag is het stil, vaak doodstil, zeker aan ons landweggetje. Drie keer per dag luidt de kerkklok in de verte. Om kwart voor tien tuft de buurvrouw in haar autootje naar de kerk.
Dat is het dan meestal.
Nou ja ... de natuur is er natuurlijk nog, maar ook de vogels schijnen iets met zondagsrust te hebben. Zondagen zijn denkdagen ...
Het voelt loom, loom in je hoofd en in je lijf, een alles vertragende loomheid.Ddoor het huis lopen, zien wat er eigenlijk moet gebeuren, maar er langs lopen. Boeken die nog gelezen moeten worden, lege schildersdoeken en halfafgemaakten. Schuurdeuren openen en weer dichtdoen, de tuin is ineens de groot om in rond te lopen.
Muziek opzetten, maar steeds de verkeerde ceedee. De openhaard is dood en zwart.
Langzaam komen ze binnen ... de gedachten.
Dan komt vanonder de schoorsteenmantel een spin naar beneden zakken, blijft halfverwege hangen en zakt dan verder naar het haardstel, klimt weer omhoog en spint opnieuw een draad.
Mijn gedachten volgen de spin, de draden, elke draad is een gedachte denk ik. Elke draad een beeld van vroeger.
"Hé jij, zou je niet eens stoppen?" Ik schrik op ... de spin hangt midden in zijn web en kijkt me strak aan.
"Ja jij ... stoppen met dat gesimp ,,, en met die zwartgallige muziek! Sta op ... ga naar buiten ... kijk en verwonder !"
Werktuiglijk sta ik op uit m'n stoel en open de tuindeuren om de tuin in te stappen.
"En straks ga je douchen", hoorde ik nog als laatst.

woensdag 25 januari 2012

Leven in Frankrijk : Oh ja, ook nog naar een concert geweest (Spinvis)

We voelden ons net twee provinciaaltjes die weer eens in de grote stad kwamen. Rotterdam dus. Spinvis, een van onze nederlandse favo groepen. Kaartjes als kadoo gekregen, van joepie dus.
Auto in een parkeergarage neergezet. Buiten gekomen worden we gelijk gevraagd om twee kwartjes voor een bakkie koffie en twee tellen later nog een keer. Jaja, die kennen we nog wel; prettige avond verder.
Het zeikt van de regen. Kantoren lopen leeg en de warenhuizen aan de Lijnbaan en Coolsingel sluiten hun deuren. 'Men' schiet, hotst en botst naar huis, metro, tram. Auto's kennen geen zebra's. Het toetert, het tingelt, het belt, en ... scheldt.
Restaurant Bazar. Net zo druk als buiten. Bekende nederlanders zoeken net als wij een tafel. Het ratelt en het kakelt. Herhalen drie keer aan de verveelde oberin wat we willen eten.
De Schouwburg. Stoelen en banken er uit, de tent loopt stampie vol. Hoera aan de zijkant nog net een paar plaatsen om te zitten.
De verzamelde menigte praat in kleine groepjes alsof men elkaar al jaren niet gezien heeft, alsof het een schoolreunie is.
Daar komt de band en tsjingeboem daar begint de muziek. Wij verheugd en willen genieten. Willen ... want het gekakel gaat gewoon door. Snerpende vrouwenstemmen voor, te hoge octaven mannenstemmen achter ons. Ze praten niet alleen, ze controleren ook om de twee minuten of ze een sms.je of een tweet hebben ontvangen. Als Spinvis een langzaam een luisterliedje zingt dan wordt er wel een beetje gezwegen. Maar bij andere nummers .... Lachen, men klapt wel als een nummer is afgelopen. Wij verbaasd, ze hebben er geen ruk van meegekregen. Praten, luisteren, mobiel kijken, multi-tasken in je vrije tijd. En dat voor 25 euro voor een kaartje.
Er wordt ook gemopperd, door anderen, en ik ... ik kan heel gemeen kijken, boos ook wel. Ga goddomme naar een buurthuis of je studentenkroeg.
Affijn, het werd toch nog gezellig. Na afloop heb ik die stellen voor ons nog steeds boos en gemeen aangekeken. aansluitend ook zo gekeken naar de zwervers bij de uitgang en ook die bij de parkeergarage.
We keken elkaar aan, wat doen we?
Naar huis, tout de suite et tout droit.

dinsdag 24 januari 2012

Leven in Frankrijk : Zwijgende graven

Natuurlijk heeft ons dorp ook een begraafplaats. Half in het bos, half tegen de heuvel.
't Is er netjes, schoon, recht en aangeharkt.
Het liefst kom ik in V., een kilometer of wat verderop. Klein dorp, kleine begraafplaats. Het kapelletje is ergens uit 1500. Het toegangshek hangt scheef in de scharnieren en piept vervaarlijk. Er zijn niet veel graven, een stuk of vijftig, zestig. Rond het kapelletje de oudste graven, rechts naast de ingang is het jongste graf, uit 2002.

Gisteren was ik er weer.
Grauw grijs weer, een druipende treurwilg, een enkele kraai en ik als enige bezoeker.
De groen bemoste zerken staan scheef alsof ze met de wind meeleunen. IJzeren crucifixen, geroest en gebroken. versleten namen, vervaagde foto's, leeftijden van lang weleer.
Bij het jongste graf staan zwartgeblakerde jampotjes half vol met regenwater, opgebrande kaarsstompjes, verkleurde plasticbloemen.

Opgehoopte herfstbladeren verwaaien.
Tegen het kapelletje schuil ik even voor de regen.
Twee schoolkinderen lopen stoeiend voorbij.

zaterdag 21 januari 2012

Leven in Frankrijk : Verloren dorp

Als er iets een troosteloze bende is, is het wel het dorp F. Het is weliswaar het grootste dorp in de directe omgeving, maar toch. Het is een centrumdorp van maar liefst vijfduizend inwoners en telt de meest noodzakelijke voorzieningen. Drie supermarkten, twee scholen, politie, brandweer, postkantoor, een witgoedwinkel en de wekelijkse markt. Zou ik bijna de kroegen vergeten.
Maar ... het is er altijd grauw. De huizen, de pleinen, de mensen. De mensen sjokken en bekommeren. Gegriefd en gerimpeld. Volle Lidl-karren met de verkeerde etenswaren en kartonnen met de goedkoopste vin du table. Rokende tienermoeders met jengelende kinderen. Tandenloze jong bejaarden.
Pascal woont er ook. Hij is net met pensioen, een karig pensioen. Hij klust nu een beetje zwart. Hij plaatst televisieschotels en verhelpt storingen. Zijn bestelbusjes is bruin van de roest.
Na de reparatie bij ons wilde hij wel een pastis en nam plaats in de keuken. F. is verloren zei hij. Hij noemde een paar leegstaande winkels, en nu gaat de witgoed ook nog dicht. Volgend kwartaal sluit het belastingkantoor, moet je helemaal naar Ch. Ook had hij gehoord dat er een supermarkt dicht gaat, die dure.
Wat wil je, vroeg hij zich af, de helft is werkloos. Er is hier niks in de buurt. Alles wordt duurder. Kinderen maken dat kunnen ze wel. Jonge meiden met kinderen, "ze benne zelluf nog kindere" zei hij smalend.
"Weet je wat het ergste is?" hij kneep zijn ogen half dicht, " de saamhorigheid is verdwenen". Hij knikte toen ik zijn glas weer vol schonk.
"En dan is F. totaal verloren" hij dronk zijn glas in één keer leeg.

vrijdag 20 januari 2012

Leven in Frankrijk : Ronde cirkel, onbegonnen werk

Waar we tien jaar geleden met klussen zijn begonnen is het nu weer aan de beurt. De cirkel is rond zo te zeggen, een vermoeiende constatering. Van de twee linker handen is er nu onderhand wel eentje bijgetrokken, dat dan weer wel.
Het plafond in de woonkamer, de salle de séjour, so to speak. Tientallen balken met daartussen het plankenplafond, die op de bovenetage dus de vloer zijn. Kortom, hout wat de klok slaat. Honderdvijftig jaar oud. Beetje droog, beetje hier en daar vermold, nu vol van bladders en redelijk verkleurd. Geen idee wat er toen jaar geleden opgesmeerd heb.
Vandaag is de dag. Het is goed weer dus ramen en deuren open, meubels naar buiten. Trapje erbij, en ratsen maar met de grote schrapper, daarna nog dunnetjes over met de staalborstel. Roger de burgemeester vraagt of alles wel goed gaat, hij dacht dat er brand was. Oude buurman Bernard vraagt smalend of het wil lukken, Philippe van de hoek oppert dat zijn plafond ook nog gedaan moet worden, wat een geinponum.
Twee dagen ratsen en borstelen; zelfs mij totaal onbekende spieren doen zeer. Het stof is neergedaald en ik ben er bijna toe wedergekeerd.
De verfpotten worden opgetrokken en de eerste kwast wordt op het hout gezet. Slurp, doen de planken en leeg is mijn kwast. Onverdroten ga ik verder. De eerste twee planken zijn klaar. Mijn nek krampt, mijn rug staat hol, de kwast wil bijna niet meer waar ik hem heen stuur, mijn knien hopen zich op met vocht.
Ik kom het trapje af en kijk in het rond: nog veertig vierkante meter te gaan.

maandag 16 januari 2012

Leven in Frankrijk : Drukke dag

Ik kijk op m'n horloge en denk dat het tien over half acht is; mmm, nog even omdraaien, maar het is al licht. Ik wrijf in m'n ogen en zie dat het al tien over half tien is.
Dit wordt een goeie dag en ik sta langzaam op.
In de opening van de keukendeur drink ik mijn koffie. Heerlijk die ochtendzon. Oude buurman Bernard sloft door zijn moestuin en zegt dat het maar niet wil winteren, we halen allebei onze schouders op.
Ik zaag een blokje hout zodat de deur op een kier kan blijven staan.
Tussen de middag eet ik een boterhammetje op de cour voor het huis, de zon is behaaglijk. Overbuurman Pierre sjokt naar de brievenbus, opent het deurtje, kijkt er in en doet het weer dicht. 'Merde' hoor ik hem brommen, niks geen post, voor niks gelopen, denk ik.
Ik heb het boek 'Cider voor armen mensen' van Hella Haasse bijna uit als ik 'klik-klak' hoor. Marie Louise komt achter de kinderwagen aangelopen. Zij heeft een zonnebril op haar hoofd, de baby heeft een speen. "Bonjour" zeggen we allebei en maken geen aanstalte om een praatje te maken. Zij vervolgt haar ommetje en ik mijn boek.
De winterzon zakt langzaam achter de heuvels, een zuchtje wind doet een verdord eikenblad over de cour ratelen.