dinsdag 18 september 2012

Leven in Frankrijk : Op visite bij Marcel Proust

Ik wist eigenlijk nooit waar Proust uit zou kunnen hangen. Parijs, Cabourg, of Combray.
Ik koos voor de eerste stad en belde aan bij zijn residentie, het was al ver in de middag.
Dat boek over die 'zwaan', ik had geprobeerd het te lezen, maar wat vermoeiend. En omdat ik de neef van zijn achterbuurjongen kende, dacht ik, kom ! Ik bedoel er lag daardoor toch iets van een relatie. Bovendien had ik hem wel eens aan de hand zien lopen van een gouvernante, dat was toen hij bij of die neef was, of bij die buurjongen. Hij had zo'n leuk lokje haar op zijn voorhoofd, en ik ook, dus nog meer band. We knikten toen en knipoogden, als ware het een verstandhouding.
Zijn huishoudster Celeste deed argwanend open en keep met haar ogen tegen het felle zonlicht achter mij. Ik introduceerde mij als die schrijver uit Holland, nu zijn woonstede in Frankrijk hebbende.
Even later mocht ik plaatsnemen op een zwart ebbenhouten bank ik de vestibule. Doodstil en koud was het er. De dienstmeid schreed geruisloos voort en verdween achter een deur.
Ik meende het geluid van een bel te horen. Iel, als een glazen bel uit een kerstboom. De deur ging weer open en Celeste kwam naar buiten met een zilveren dienblad, daarop een zilveren koffiekan, een zilveren schotel met één croissantje er op.
Komt u maar mee, maar zachtjes doen, zei ze fluisterend. Dit is meneer's ontbijt. We liepen een aantal donkere gangen door en stopten bij bij een zware eikenhouten deur.
Zij hield haar wijsvinger voor haar getuitte lippen en ging naar binnen. Even later stak zij haar hoofd om de deur en gebaarde van: komt U maar.
Een zwaar gordijn werd opzij geschoven en ik stond in een donkere kamer die vol met rook hing. Ik had wel eens gehoord dat Marcel in verband met zijn astma rookpoeder aanstak. Maar dit leek meer op een ontspoorde vulkaan.
In zijn zwakke schijnsel van een klein lampje zag ik een eenpersoonsledikant, dikke dekens en kussens en daarin een vorm die op een hoofd leek. De rest was ingestopt in de wollen vesten en een sjaal.
Celeste zette het dienblad neer. De ogen van Marcel gingen van mij naar het croissantje. Hij koos voor het laatste. Hij nam er een hap van; een kruimeletje schoot in zijn verkeerde keelgat en er ontstond een gierende proestbui.
Zijn hand die net naar mij een beweging probeerde te maken van kom maar dichterbij, deed nu een van; weg, weg.
Dat deed ik dan maar.
Buiten in de zon, haalde ik diep adem. Op mijn horloge zag ik dat ik toch zeker een uur binnen was geweest.
Wat een verloren tijd; op zoek naar nieuwe.

4 opmerkingen:

elly schuurman zei

Had ik nou maar mijn school afgemaakt.Dan had ik geweten waar je t over had. Nou ja, ik heb gelukkig wel andere kwaliteiten.

kuifjesimon zei

Zit je nu al aan de pillen ;-))) Proost ;-)))

DagEnDauw zei

Moed houden Simon.
Maar zes meer te gaan
na die "Zwaan"...

=)

kuifjesimon zei

Dat wordt worstelen ....