donderdag 10 mei 2012

Leven in Frankrijk : Paniek

Het grauwt, het sliert en het regent. Al dagen achter elkaar. De heuvels zijn half verdwenen. Er is geen mens op straat. Af en toe gaat een gordijntje opzij en een hoofd kijkt mistroostig omhoog.
In de kroeg is het niet veel anders. Jean Pierre poetst met en zuur gezicht alle glazen van de tapkast waarbij zijn poetsdoek steeds grijzer wordt. En wij, mannen aan de bar, kijken naar buiten. Grote plassen op het kerkplein. Ook de lunchclub is er. De postbode, twee mannen van het EDF, twee metselaars uit een naburig dorp. Ook meneer pastoor nipt aan zijn wijntje. Xavier de eierboer is er nog niet. Dat kan bij hem nog wel eens uitlopen, hij bedient alle dorpen in de wijde omgeving.
Er wordt wat afgeklaagd. De post is zo nat, dat de adressen eraf spoelen. De electriciteitsmannen hebben al twee keer onder stroom gestaan, bij de metselaars loopt de specie tussen de stenen weg.
Bernard zegt dat het mijn schuld is, omdat ik van die kattengejank-muziek draai, de gewassen dobberen in zijn moestuin. De pastoor heeft het over Noach, maar hij neemt tegelijkertijd een slok zodat niemand hem verstaat
Dan met piepende remmen stopt de bestelwagen van Xavier, eierstruif in zijn nek. Wit weggetrokken stormt hij naar binnen. Het is me wat, het is me wat! hij kan het nauwelijks uitbrengen. Met trillende handen neemt hij een slok bier uit mijn glas.
Er is blauw gezien ! Zijn stem trilt. Heus er is blauw gezien. Ik hoorde het in A. die vrouw had het van de zoon van haar achternicht gehoord, die in B. woont. Echt waar. Xavier keek radeloos om zich heen.
Er was een oorverdovende stilte in de kroeg gevallen, de klok tikte als een machinegeweer. We stormden met z'n allen naar buiten, naar het midden van het plein. We keken omhoog, naar alle windstreken. Vanuit het stadhuis kwam Roger de burgemeester naar buiten, gevolgd door zijn enige ambtenaar. Ook zij keken omhoog.
Verdomd gilde Jean Pierre, daar, daar, daar wordt het lichter. We juichten, petten vlogen in de lucht, we omhelsden elkaar.
Sodeju, zei de pastoor, ik ga de klok luiden. Hij tilde zijn soutane op en waggelde ijlings naar de kerk.
Ik moet naar m'n tuin, zei Bernard. De stroom kan er weer op zeiden de EDF mannen. Het cement is nou toch nog te nat vonden de metselaars.
Met z'n allen liepen we weer naar binnen.
Van binnen nat, en van buiten nat. Dat vonden we wel wat.

14 opmerkingen:

Anoniem zei

voelbaar, simon

gr hennie

kuifjesimon zei

hennie: bijna geen doorkomen aan ;-)

Ragfijn zei

Há Simon. Machtig mooi gemopper! Laat de klok maar luiden :))

Groet van Rag

kuifjesimon zei

Ha die Rag: goed je weer te lezen!

lebonton zei

't is toch wat, eerst krijg je de schuld door je muziek en dan toch blauw. blues?

kuifjesimon zei

Ton: al die barbaren hier ook ;-))

fulps zei

Kortom...weer of geen weer.

marjelleblogt zei

Het lijkt wel Rotterdam, daar regen je ook weg in mei.
Blauw* tussen de wolken dat wil ik ook.

*Heel veel. ;)

kuifjesimon zei

Fulps: we luiden de klokken ;-))

kuifjesimon zei

Marjelle: geen blauw boven de euromast ;-))) ???

blutch1 zei

Je hebt een geweldig microklimaat uitgezocht. Hoe is het nu met jouw opperdouchers in Bernard zijn tuin?

kuifjesimon zei

Blutch: het zijn meer vochtvreters geworden;-)))

Paul Nijbakker zei

Of het nu druilt of schijnt, in het dorp valt er altijd wel wat te lachen. Bedankt!

kuifjesimon zei

Paul: een waterig zonnetje is doorgebroken ;-))