dinsdag 29 november 2011

Leven in Frankrijk : Daar heb je Claude Monet weer

Het was aardig druk afgelopen zaterdag in en aan de haven van Fécamp. Mooie oude schepen in de haven, veel dampende viskramen. Verse haring, gerookte en gebakken. De rookwolken krioelden langs de krijtrotsen omhoog. Van alles te eten en van alles te drinken. Oude en jonge vissermannen prezen hun waar aan. Nog even stilstaan bij de kraam met oude visserswerktuigen, foto's van de visserij vroeger, herkenbaar van mijn grootvader.
's Nachts was het al aardig gaan waaien. De volgende morgen stormde het. Nog maar weer eens naar Yport en Etretat. Dorpjes met de kleine baaien ingeklemd door hoge witte rotswanden. De golven beukten. Mooi, mooi en nog eens mooi blijft de poort in de krijtrotsen bij Etretat. een poort, een boog, een olifantspoot. Talloze keren gefotografeerd en geschilderd. Op het keienstrand liggen de kleine vissersbootjes hoog opgetrokken. De lucht sliert grijs, witte schuimkoppen, meeuwen scheren krijsend over.
Dan .. in de verte een man met hoed en fladderjas, hij sjouwt iets onder zijn arm.
Het zal toch niet ? En ja hoor. Hij steekt zijn hand omhoog. Claude Monet !! We schudden elkaar de hand, slaan op schouders. "Het moet niet gekker worden" zegt Claude,"komen we elkaar van de zomer tegen in Fresselines in de Creuse en nou hier weer". We lachen erom en hangen tegen de wind.
"Ja jongen de tijd vliegt" zeg ik, de Creuse was 1889 en hier in Etretat 1885".
"Het zal wel door de wind komen" vindt Claude "schilderen is niks met dit weer, wat je op je doek smeert waait er zo weer af. Ik maak nog effe een paar schetjes en dan ga ik weer naar Giverney. Wat doe jij ?"
"Ik ben net klaar". Ik haal mijn schetsboekje te voorschijn, maar de wind rukt het uit mijn handen en 'flats' .. daar gaat het papier, hoog de lucht in.
We lachen allebei.
"Ik kom wel bij jou langs in Pas de Calais, mag je er wel een paar van mij hebben. Au revoir Simon".
"Dat wordt dan wel 2012 denk ik zo, Salut Claude !"
De wind waaide ons uit elkaar.

dinsdag 22 november 2011

Leven in Frankrijk : Weer die krijtrotsen

't Is weer zo ver!! Ze roepen ons van verre. Ze roepen ..., de krijtrotsen. Ze roepen ons. Dat kan ook wel kloppen, we zijn er zeker al weer een paar weken niet geweest. Tja, dan krijg je dat. Maar 't is ook wederzijds. Dat gemis.
En, ze zeggen dat het gaat waaien. Van die gierende wolken en beukende golven. Zo hard, dat je van armoe een kroeg moet binnenvallen. Bij die bardame van Erik Satie. Oh nee, dat is een andere plaats. Even zo goed hebben ze daar ook krijtrotsen. Het is niet anders.
Waar we nu naar toe gaan, daar hebben ze haringfeesten. Patterdepat, ze worden zo aan de havenkade gerookt, gestoomd, gebakken. Het rookt en meurt dat het een aard heeft.
Wat moet je dan als telg uit een oud zeevissersgeslacht? Dan ben je daar. Je loopt wat, je kijkt en snuift wat. Biertje voor de dorst, calvadosje om het weer warm te krijgen en om de vis te begeleiden. Van vet en naar traan smakende haring. Doet u er nog maar één, allez,  twee is ook goed. Bon apetit.
Buiten de haven golft de zee op het keienstrand en breekt aan de voet van de rotsen. Bovenop staat al eeuwen het kapelletje en de vuurtoren; zij waken. Zij waken over het stadje, de schommelende vissersboten, de bemanning.
Ook een beetje over mij, ik zal wel weer misselijk worden.

vrijdag 18 november 2011

Leven in Frankrijk : de kolenboer

Zo bij het begin van de winter staan de streekkrantjes er weer vol mee. Paginagrote advertenties met aanbiedingen van kolen. Geen bloemkolen, geen groene kolen ... maar zwarte kolen. Kolen om de kachel mee te stoken. kolen in allerlei soorten en maten. Eierkolen, briketten, antraciet. En dan ook nog in kwaliteitsklassen. van goedkoop naar duur, af te nemen vanaf duizend kilo, thuisbezorgd, dat dan weer weer wel.

Ik moest aan lang geleden denken, toen in het najaar de kolenboer de ouderlijke woning betrad en driehoogachter op het balcon zijn zwarte goed neer stortte en hoe mijn moeder dan wel zeker twee dagen bezig was het hele huis weer proper te krijgen.
Maar dat is lang geleden; hier is het heden ten dage allemaal nog steeds te koop.
Sinds vorige week rijdt er een oude open vrachtwagen, merk Opel Blitz, door het dorp. Luid pruttelend hoor je hem al van verre aankomen, de kolenboer.

Gisteren reed hij het bospad af, richting Pascal en Sophie, kreunend verdween de auto in het bos. s' Middags trof ik de oude Pascal in de kroeg. Zo te zien was hij er al een tijdje. Zijn grote handen met zwarte rouwranden onder zijn nagels hielden een bierglas vast, zijn voorhoofd vertoonde een zwarte veeg.
"Nou Pascal, jullie zitten en warmpjes bij deze winter".
"Sophie is aan het soppen en ik vond dat ik in de weg liep" verontschuldige hij zich. Vervolgens begon hij een verhaal over de kolen die hij had gekocht, de soorten, het verschil in stoken. Zijn verhaal stokte midden in een hoestbui en een zwarte fluim belandde in zijn zakdoek.
Nee ... elektrieke verwarming vond hij veel te duur, olie en gas ... levensgevaarlijk zo'n tank. Dat ik op hout stook vindt hij maar gek, al dat gesjouw en gehak.
Maar ik heb het wel drie keer warm, zei ik, een keer sjouwen, een keer hakken en een keer stoken.
"Mmmm" klonk het van heel diep. hij keek me fronsend aan, gooide zijn laatste bier naar binnen en vertrok.
"Denk wel dat ze nou klaar is" hoorde ik hem nog net zeggen.

woensdag 16 november 2011

Leven in Frankrijk : Allebei invalide

Zowel de koelkast als de voorraadkast gaven gisteren een echoklank te horen. Alles op, alles leeg. Tijd om flink boodschappen te doen dus. En voor veel gaan we naar de grote supermarché in H.
We parkeerden op het grote parkeerterrein en liepen naar de boodschappenkarretjes. Net op dat moment zoefde er een grote luxe auto het terrein op. De nieuwste Jaguar, donkerblauw, glazend in de herfstzon, dik in de leren bekleding, Engels nummerbord, invalidekaart op het dashbord. De bolide werd op een invalideparkeerplaats gemanouvreerd. Een chique echtpaar stapte uit en liep eveneens op de boodschappenkarretjes af. Niks krom of kreupel. Het kan overal zitten, dacht ik.
Tegelijktijd pruttelde een danig verroest Renaultje-5 achter ons langs en parkeerde naast onze auto. Piepend ging een portier open, dat duurde even. Eerst een stok, dan gehijg en gepuf, een verschrompelde en kromme oude baas stapte uit. Hij gebruikte zijn karretje meer als rollator dan voor de boodschappen bleek al snel.
Later in de winkel zag ik het Engelse echtpaar roetsend door de paden. De kar werd al voller en voller. Grote pakketten vlees, vis, gevogelte vonden hun plaats in de kar; aan de ingeladen flessen bleek dat hun drankvoorraad ook nodig aangevuld moest worden. Wij kwamen niet verder dan de helft.
De oude baas leunde op zijn kar en keek op een briefje, een heel klein briefje. Later bij de kassa zag ik een halve kip, een zak wortelen en aardappelen en een plastic jerrycan rode wijn. Hij keek nog een keer op zijn briefje, rommelde in zijn portemonnee en snoot luidruchtig zijn neus.
Buiten drukte de Engelsman op een knopje en de achterbak ging vanzelf open, de oude baas propte alles in een plastic zak.
Het pruttelde en het zoefde, elk zijns weegs. Invalide of niet.

vrijdag 11 november 2011

Leven in Frankrijk : Vincent van Gogh en ik in de winterklei.

Zon, mist, grauwe luchten. De akkers liggen hier tot bonken omgeploegd land op de winter te wachten.
Dat is een mooi moment om de zes dikke pillen van van Gogh's brieven er eens bij te pakken.
Het is september 1883 en Vincent vertrekt van Den Haag naar Drente. Enkele dagen na zijn aankomst schrijft hij aan Theo.
Ik heb veel in verschillende rigtingen rondgelopen. Ik voeg hierbij een krabbeltje naar mijn eerste studie, eene hut op de heide. Een hut geheel uit plaggen en stokken slechts gemaakt.
Om U een staaltje te geven van het echte van deze streek. Terwijl ik die hut zat te schilderen kwamen er twee schapen en een geit die op het dak van dit woonhuis klommen en begonnen te grazen. De geit klom op den nok en keek den schoorsteen in.
De vrouw die iets op het dak hoorde, schoot naar buiten en slingerde haar bezem naar de geit voornoemd, welke als een gems naar beneden sprong.
Ik zag superbe figuren buiten, treffend door een expressie van soberheid. Een vrouwenborst bijvoorbeeld heeft die beweging van zwoegen die lijnregt het tegenovergestelde van volupté is en soms, als het schepsel oud of ziekelijk is, deernis opwekt en zeker respect.
Gelukkig dragen de mannen hier korte broeken, wat den vorm van 't been doet uitkomen, de bewegingen expressief maakt.

Je moet het zien; en Vincent zag het. Ik ga zometeen hier ook eens een rondje langs de velden maken, zo richting het gehucht B.
Ruim een eeuw later ... ik zal het zien.

woensdag 9 november 2011

Leven in Frankrijk : Uil op de vlucht

Toen ik afgelopen zondagochtend brood ging kopen zag ik al kleine groepjes mannen bij elkaar staan. Leger groen, hond aan de lijn, geweer over de schouder.
Ze doen alsof ze rustig staan te praten, maar je ruikt de opwinding. Even later waren ze ingestapt in flink bemodderde terreinwagens, maar ook wel rammelende Renault-4's. Ronkend opweg naar de jachtvelden.
In de loop van de ochtend gingen wij op pad, prachtig weer, even met de auto naar de andere kant van het bos voor een luie wandeling; 't is per slot van rekening een Indian summer.
Halverwege stond een hele rij auto's geparkeerd, lege auto's. Aan het geknal kon je horen waar het jagersvolk zich bevond.
Op het open veld liepen ze in een lange rij, de honden blaften zenuwachtig. Bam, bam, ging het uit de geweren. Een opgejaagde fazant met nauwelijks hoogte werd uit de lucht geschoten, veren dwarrelden hem na. De helden hadden zelf over hun legerkleding een fel roze of geel vestje aangetrokken, stel je voor, dat bam bam je collega ineens neer ploft.
Chris stootte me aan. In een omtrekkende beweging kwam een uil uit het bos aangevlogen. Die was slim en was mooi de dodendans ontsprongen.
We stonden doodstil, de grote uil vloog geruisloos over ons heen naar die kant van het bos waar ook wij heen wilden gaan.
Stil, rustig, waar je zonder zo'n achterlijk vestje kunt lopen.

maandag 7 november 2011

Leven in Frankrijk : Tom Waits en de schoorsteenveger.

Ik was al bijna vergeten dat we een afspraak met de schoorsteenveger hadden. Nog maar net gedouched en aan de tweede koffie, stopt een bestelbusje: Ramonage Martin. We schudden elkaar de hand, ça va, u woont hier leuk, mooi weer, straks groeien er nog aardbeien, vous etes hollandais.
Ik help hem sjouwen met een loei van een stofzuiger, plastic buizen, diverse borstels en plastic afdekplaten, ik toon hem de openhaard. Monsieur Martin knielt voor de kachel, schroeft de plastic buizen aan elkaar, borstel er bovenop en stopt hem in een zwart gat en begint behoedzaam te raggen. Roets, rag, plof doet het.
Ik zet de nieuwe aanwinst van Tom Waits op.
Even later kijkt Martin om, "is die meneer ziek? zingen alle Nederlanders zo?" vraagt hij ietwat spottend en duwt de plasticbuis dieper de schoorsteen in.
De ceedee draait vrolijk verder.
"t Is een Amerikaan" zeg ik onnozel.
Martin zet de stofzuiger aan die het geluid van zijn borstels en de stem van Tom Waits fors doet overtreffen.
Even later is hij klaar, de ceedee nog niet.
"Met zo'n roestige stem valt het roet van zelf naar beneden", hij schiet onbedaarlijk in de lach, en ik eigenlijk ook wel.
Ik betaal hem en help de spullen in zijn busje te leggen.
Als ik binnen kom is de ceedee afgelopen.

woensdag 2 november 2011

Leven in Frankrijk : Stilte a.u.b. hier wordt gezwijmeld

Van alles is er in huis: eten, drinken, van het ochtendeten tot en met het avondeten. Oh ja de bakker moet nog komen, vooruit dan maar.
Volgens mij is er gisteren nog gestofzuigd en gedweild en kunnen we nog prima door de ramen naar buiten kijken.
Er is voldoende hout voor de haard en de schilderijen hangen recht aan de muren.
Telefoneren en mailen doen we niet, 't is toch meestal kwasigeleuter, retorische vragen of nog erger, lege vragen. Kleindochter Sara van 9 uitgezonderd, naturellement.
Er staan nieuwe kaarsen in de houders en een leeg doek op de ezel.
De nieuw te lezen of nog een keer te lezen boeken zijn in twee stapels verdeeld, als luxe hebben we er onderzetters naastgelegd, voor eh... de koffiekopjes.

De mond van de ceedeespeler staat afwachtend open.
Kijk, daar gaat het om: er is nieuwe muziek binnen !!!
De nieuwste van Tom Waits, vergezeld door de nieuwste van Seasick Steve en de laatste van Ben l'Oncle Soul.
Chris komt binnen met de koffie; ik pak zekerheidshalve nog twee extra onderzetters.
Genieten zullen we.

dinsdag 1 november 2011

Leven in Frankrijk : Dikke bakken

Er wonen best wel meer Nederlanders in deze omgeving. Alleen geen idee waar, en dat willen we graag zo houden. Anders hadden we net zo goed ... juist!
Soms vragen Franse buren of vrienden of wij die Nederlandse mensen kennen in ... en dan volgt er een naam van een naburig gehucht. Beleefd halen we dan onze schouders op.
Sta ik vorige week op het parkeerterrein van de Carrefour m'n karretje leeg en m'n auto vol te laden. In de tussentijd gein ik wat met de zus van mijn vriend Serge die naast mij geparkeerd staat.
"Hé Hollander" hoor ik achter mij. Er komt een man, wijzend op mijn nummerbord, op mij aflopen. Hij grijnst, draagt een blauwe trui, daar onder een polo met opstaand kraagje, rode bodywarmer, beige ribbroek en een zonnebril op zijn hoofd.
Ik ril al een beetje. En God halleluja, ja hoor, daar begint het. Woon je hier al lang, moest je er veel aan doen, je spreekt zeker al aardig Frans. Ik grom wat in het Frans en de zus van Serge stapt lachend in haar auto: "A plus Simon", ze steekt haar duim op.
"Tja, af en toe lekker even boodschappen doen. Kijk ik sta daar, die Volvo, die station. Zo'n bak heb je hier wel nodig, toch ? Ik ken wel meer Nederlanders hier met zo'n bak."
Ik zal het me wel verbeeld hebben dat hij meewarig naar mijn auto keek, mijn verfgevlekte werkbroek, misschein zag ie ook wel de rouwrandjes onder m'n nagels.
Er stopt een auto voor me. "Salut Simon" en de bestuurder stapt uit. Het is de burgemeester, slaat zijn arm om me heen en duwt me naar het midden van het parkeerterrein en begint een uitvoerig gesprek. Hij keurt bralmans geen blik waardig.
Aan het eind van het gesprek vraagt hij: "Die woont toch niet in ons dorp ?"
Tot 's avonds laat heb ik daarom moeten lachen.