maandag 31 oktober 2011

Leven in Frankrijk : Cultureel café (in wording)

Gisteravond maakte ik een ommetje dorp. Of je nou wil of niet je komt altijd langs de kroeg. Gelige lichtbanen schenen vanuit de ramen op het donkere plein. Onwillekeurig keek ik naar binnen. Jean Pierre alleen achter de bar, glazen poetsen. Ik naar binnen, de deurbel klingelde. Bonjour, handje, biertje, niks bijzonders.
Jean Pierre knikte naar de gelagkamer. 't Is een verzameling oude stoelen waar, behalve een verdwaalde toerist, nooit iemand zit. Zowaar, daar zit mijn vriend Roger, de directeur van onze plaatselijke bibliotheek en mij twee onbekende mannen.
Roger wenkt mij en ik word voorgesteld aan Henri en Serge, ook bibliotheekbazen van twee (nog) kleinere dorpen van zo net rond de honderd inwoners.
We willen ons promoten zegt Serge, die een beetje scheel is. Ons op de kaart zetten vult Henri gewichtig aan. Mijn vriend Roger kijkt over zijn lege wijnglas naar buiten en zegt zachtjes "Iets gemeenschappelijks, dat trekt mensen, nieuwe lezers en zo."
Een puzzeltocht met opzoekopdrachten, opper ik.
Ik kreeg geen reactie.
Een thema-avond dan misschien ?
Ik meende een zucht te horen.
Een literair café, peut etre ?
Bij het horen van het woord café, kwam Jean Pierre aan lopen (met een nieuwe fles).
Ik lepelde maar wat op, culturele dingen, een schrijversavond, een gedichten-concours.
"Ah, poëzie !" Henri keek wat vaag en zei dat zijn schoonmoeder mooi kan dichten. Jean Pierre meende dat zijn vrouw nog gedichtenbundeltje uit haar jeugd had bewaard.
Ik voelde dat ik een beetje sturing moest aan brengen. " Kijk mannen, vanmiddag heb ik dit geschreven." Ik nam een forse teug en begon.

- Langs veld en beemd klink hoorngeschal
daar snijdt het mes tot bloedens toe
en komt geen wandelaar tot rust
Postbodes uit Echternach kiezen
weloverwogen zijpaden
En als er aan de deur wordt geklopt
fluiten zij door de gleuf
twee zangeressen in duet.
Nieuwe tijden geven aan dat het niet meer
is zoals het was
Door het tasten in het duister
verliezen de maagden hun reinhied
en meert de kaptein zijn dronken schip af.-

Jean Pierre was inmiddels al opgestaan. Ik zag nog net in de spiegel achter de bar, dat hij met zijn vinger tegen zijn voorhoofd tikte.

dinsdag 25 oktober 2011

Leven in Frankrijk : Kunst gelul ... eh ... geleuter

"Je bent er toch ook hè ?" Naast de schriftelijk uitnodiging ook die vragen. Als ik ergens een hekel aan heb zijn het wel vernissages. Dat geneuzel ! Elitair gelul !
Maar godbetere, ik heb me laten overhalen.
Expositie in de galerie van Eugène, een groepsgeval met onder andere twee doeken van mij. Opening door hoofd kunstzaken van een of ander departement, het onze misschien, weet ik veel.
En ja hoor ! Iedereen is er ! De hippe colbertjes met sjaaltjes, de kekke broeken, hoeden op kale hoofden, de te gebruinde gezichten, de te veel bepoederden, de laatste sieraden, de diepe decolletees met koffiefilters erin. Het kust in de lucht en het schudt slappe klamme handen. Wat een verzameling ellende, opgeleukt door een of ander strijkje in kwasi extravagante outfit.
Er wordt bescheiden tegen een glas getikt, dat betekent dat het hoofd kunstzaken gaat spreken. Tis een lange magere dame, voluit anorexia, met een blouse, vest, jurk over een broek, hoedje met een voile op sluik haar.
Ze heeft het over kleurfacetten, penseeltouches, het diepste van de ziel, natuurtonen.
Net op het stilste moment, komt mijn goede vriend Cyril aanlopen. Die schilderhooligan met zijn kale kop en tatoos, aan zijn arm schommelt zijn junkvriendin.
Hij grijpt een paar volle glazen van een dienblad en komt naar me toe lopen.
Hij haalt grondig zijn neus op en vraagt nogal hard "Wie is die crevette ?"
"Dat heb ik niet bestelt" zeg ik op gelijke luide toon. We klinken net iets te hard met de glazen.
Sjagerijnige koppen draaien zich om, herkennen ons en glimlachen dan meewarig.
Het pratend hoofd valt stil. Het moment voor Cyril en mij om hard in onze handen te klappen. Het hoofd hapt naar adem, maar de goegemeente begint, door ons aangestoken, te applaudiseren.
Einde verhaal, dag hoofd.
Vanachter de voile zag ik later venijnige blikken, maar toen waren Cyril en ik al lang aan een nieuw dienblad wijn begonnen.

zondag 23 oktober 2011

Leven in Frankrijk : Zondag ... wat een drukte.

Het nat droop vanmorgen van de ruiten. Openhaard wordt aangestoken. Rook kringelt tegen een staalblauwe lucht.
De koffie pruttelt. Ganzen vliegen in v-formatie.
De echoos van de schoten uit de jagersgeweren rollen door de vallei.
Philip heeft zijn koeien vanochtend van weide verplaatst, het verkeer moest even wachten, het waren maar liefst twee auto's.

Zondagochtenddrukte bij de bakker, buiten in een rij, handen schudden en zeggen dat het mooi weer is. Het stokbrood knappert en voelt nog warm.
Cyril is op zijn oude Motobécane uit de jaren 50, zo'n mooie vaal grijze kleur, hij snort langzaam slingerend naar huis, twee stokbroden onder zijn arm.

De kerk gaat uit, de pastoor staat in de deuropening en schudt handen. De gezegenden gaan huiswaarts. Arlette en Bruno stappen in hun Renault-4.

Er stopt een auto in de straat, visite voor de buren, welkomst groeten en de bulderende lach van Bernard, de deur sluit met een langzame piep.

Door de openslaande deuren zie ik in de tuin dat de rijp op het gras langzaam verdwijnt, het gras glimt nat.
Huismerel Karel hipt door het gras en kijkt naar mij om.
Ik zie hem wel en zucht.
Een zondagzucht.

woensdag 19 oktober 2011

Leven in Frankrijk : Bijna elke dag

Bruno en Jeanine wonen aan het eind van ons weggetje in een boerenhuisje. Spic en span. In hun siertuin staat geen grasspriet verkeerd en in de moestuin staan de diverse groentes als soldaten keurig in het gelid.
Oud zijn ze al, zeker Bruno met zijn tachtig jaar; Jeanine zit er net onder.
Maar weer eens even buurten. Bruno is een paar keer gevallen en heeft nu een pacemaker. Groot en dik zit hij onderuit gezakt aan de keukentafel. Jeanine laat ons binnen; strakke legging, te klein truitje om haar omvangrijke boezem met diepe decollecte. Haar haar was ooit geblondeerd, zo ook de haren op haar kin.
Na het handen schudden en de diverse kussen gaan we zitten. Geserveerd worden whisky van de Aldi en zoutjes van ver over de houdbaarheidsdatum.
Na de plichtplegingen over het weer en de tuin, komen de verhalen over de ongemakken van Bruno. Zijn valpartijen, de ambulances, de ziekenhuisopnames. Jeanine is nogal breedsprakig, Bruno knikt bevestigend. Het ergste vonden zij de maaltijden in het ziekenhuis. Te weinig, te klef, smakeloos, alle menu's werden opgesomd en er werden vieze gezichten bijgetrokken. Schandalig !
Wij horen het aan en spoelen met de scherpe whisky de smaak van de oude mufsmakende zoutjes weg. We krijgen er geen speld tussen.
Bij een adempauze breken we in: hoe is het nu met de gezondheid?
Het is een uitkomst, die pacemaker krijgen we te horen. Bruno is weer net als ervoor alle dagen in zijn tuin bezig. Beetje schoffelen, onkruidjes, zaadjes, grasmaaien, bladeren opruimen, aardappelen en groentes rooien.
Ondanks tegenspraak wordt een tweede glas ingeschonken en de zoutjes pontificaal voor onze neus gezet.
Bruno is ook nog bezig met de schuur en de garage aan het opruimen tettert Jeanine verder. Hij probeert een aantal keren tevergeefs met mij over een ander onderwerp te beginnen en zucht dan maar diep.
Nee, echt, alles gaat geweldig goed !.
Plompverloren zegt Bruno dat de seks ook geweldig gaat, zelfs nog beter.
De scherpe whisky brandt nu helemaal. Ik voel naast mij hetzelfde gevoel, dit willen we niet horen en weten, onze stoelen schuiven.
Hihi, valt Jeanine bij, bijna elke dag; zij slaat Bruno zachtjes op zijn dijen.
Tijd om op te stappen. Door de moestuin lopen we langzaam naar het hek. Jeanine noemt de namen op van de planten waar we langs lopen, Chris knikt.
Bruno stoot me zachtjes aan. Prima ziekenhuis, zegt hij, wil je de naam van die dokter weten?
Luid ronkend passeert een tractor.

dinsdag 18 oktober 2011

Leven in Frankrijk : Allemaal dingen

't Was me het weekendje wel ! Allemaal blauwe luchten, heleboel zonneschijn. Dus lekker tuintje doen en boekje lezen, de laatste van Murakami. Dat boekje heet 'Slaap', kwam dat effe goed uit.
Zit ik net te lezen komt m'n goede vriend André de tuin in lopen, we kletsen wat. Ik vraag hem naar onze gezamenlijke kennis Pierre. Ziek geweest, geopereerd, maar weer opgeknapt. Nou nee dus. Pierre was soms wel eens wat manisch. Vorige week helemaal doorgeslagen, veel tumult gemaakt, opgepakt door de politie en nu zit hij in de gevangenis. Ik was er helemaal ondersteboven van.
André en zijn vrouw nodigen ons uit om morgen uit eten te gaan; leuk in B. restaurantje aan de zee, langs niet geweest. We klinken op een gezellige avond.
Hij vertrekt en ik lees verder in mijn boek.
Als ik eind van de middag net naar binnen wil gaan komt André weer aan lopen. Grote grijns op zijn gezicht en een krant in zijn handen. "Hier, lees eens" gebiedt hij. Een foto van een afgebrand gebouw. Ik kijk hem verbaasd aan, ik zie wat bekende contouren.
" Afgebrand, helemaal ". Daar ging ons restaurant en ons etentje.  Met een 'komen jullie morgenavond maar bij ons eten' vertrekt hij weer. Ik keek nog steeds verbaasd naar de foto in de krant.
De andere morgen, weer alles blauw en lekker warm. We doen een paar boodschappen in het naburige dorp. Als we terugkomen ligt er een briefje op het tafeltje bij de voordeur. 't Is van de zus van André. Zijn vrouw is vannacht met spoed opgenomen in het ziekenhuis, het etentje gaat dus niet door.
Ik kijk naar de lucht, ik verwacht donkere wolken, maar die zijn er gelukkig niet.
Dan koken we lekker zelf wel een prakje vanavond. Goed gemutst gaan we de keuken in.
Halverwege stopt de gasfles ermee. Geen nood, in de schuur staat een reserve. Niet dus ! Glad vergeten een reservefles te kopen. En de gasboer is nu al gesloten.
Met lange tanden eten we een half rauwe, tja wat is het eigenlijk ?
Op het journaal zegt de weermevrouw dat het weer gaat veranderen: bewolkt en regen.
Tja, vertel mij wat !!

woensdag 12 oktober 2011

Leven in Frankrijk : Bibliotheek schoenen

Ik hoorde alleen de vogels en twee zachte mannenstemmen achter me toen ik van de week in de hoofdstraat liep. Zo'n lekker warm waterig herfstzonnetje op m'n rug.
Wat loopt die raar.
Hij die Simon die Nederlander ?
Moet je kijken hij loopt naast zijn schoenen !
Komt omdat zijn boek is opgenomen in de collectie van een Nederlandse bibliotheek
Je meent 't, wat schrijft ie dan?
Oh allemaal korte verhaaltjes, kollums noemen ze dat in Nederland. Maar 't gaat wel over ons.
??
Ja, over z'n buren, ons uit de kroeg, zelfs over z'n vrienden.
??
't Satire ..
Dat lust ik niet.
Het boek komt in een nieuwe bibliotheek, helemaal van glas, ontworpen door Ben van Berkel.
Zo, dat is slim, zie je dat boek overal staan.
Het boek heet "A la maison"
Is het een intellectueel die ... hij
Ben je gek man la me niet lachen ..... hé Simon biertje.

Dat kwam even goed uit; ik heb ook overal vrienden.

dinsdag 11 oktober 2011

Leven in Frankrijk : De winden waaien om de rotsen

Gisteravond laat begon het al door te waaien. Vannacht harder en harder, het dak kraakte.
Vanmorgen bulderde de wind en gierde rondom het huis. Een zinken emmer was omgewaaid en rolde rammelend over de cour. Het luik van de badkamer was losgeschoten en bonkte tegen de muur. De bomen achterin de tuin zwiepten en schudden hun bladeren af.
Kijk. Bij zulk weer moet je niet thuis blijven zitten. Dat weten we zonder te zeggen.
Douchen, ontbijten, koffie, eerste shaggie, alles in een kwartier en dan hups de auto in.
Krijtrotsen we komen er aan.
Beukende golven, opspattend achuim, sliertende wolken en krijsend hangende meeuwen.
Krom lopen tegen de wind. Nat van de zeespetters, zout op je huid.
Vluchten voor een zwarte kletterbui. De mevrouw van de kroeg ziet ons aankomen en houdt de deur open.
Zoals altijd staat Erik Satie weer op ... tijd voor een calvados.

zaterdag 8 oktober 2011

Leven in Frankrijk : Galerij der lijpen

Sta ik laatst alleen met oude Raymond in de kroeg. Het zal wel half in de middag geweest zijn. Dan is iedereen weer aan het werk of zit thuis. Kroegbaas Jean Pierre rommelt in de keuken, hij doet de afwas van de lunch.
Raymond drinkt soppend aan zijn bier. Zijn pet zakt bijna over zijn oren, ingevallen wangen vol zwarte plooien. Hij vraagt al lang niet meer of hij van mij een shaggie mag draaien, hij pakt, rolt, lebbert het vloeitje dicht en steekt de fik er in. Door zijn zware dialect versta ik hem niet altijd even goed, sois !
"Hé Simon, jij gaat toch met die lijp van een kunstschilder om?"
Ik frons "Je bedoelt Cyril?"
Er volgt een onsamenhangend verhaal over mijn kunstkennis. Vechtersbaas, zuipschuit, achterlijke schilderijen, en nou woont ie nog samen met een hoer. Raymond kijkt me polsend aan, kijkt naar zijn lege glas, hangt over de bar en tapt er zelf maar één.
Ik knik, hij tapt er nog één, en rochelt.
"Hé enneh die boerenknecht, die dagloner, moet je ook voor uit kijken, die is ook een beetje ... begrijp je wel?"
Ik weet zeker dat Raymond de 'regenfilosoof' bedoelt. Hij gaat verder "die kan lullen die vent, de hele wereld an me kaar, geen touw aan vast te knopen, en hij werkt overal en nergens".
Raymond laat een boer, zwaait een beetje op zijn benen en zoekt omstandig in zijn broekzakken naar de tabac die hij niet heeft.
Jean Pierre komt uit de keuken, zijn handen aan een theedoek drogend. Hij geeft mij een knipoog en zegt tegen Raymond dat het tijd wordt om naar huis te gaan.
Raymond draait zich boos om, loopt naar de deur en roept: " 't Zijn twee lijpen en jullie ook."
Hij trekt de deur hard achter zich dicht, de belt klingelt nog even na.

donderdag 6 oktober 2011

Leven in Frankrijk: Allemaal vragen met een visie

Ik had m'n kont nog niet neergezet op de kruk of de mannen staakten hun gesprek en keken me vragend aan.
"Huh?" deed ik en knikte naar Jean Pierre achter de tap.
"Wat weet jij van die Stief Jops?" begon Alain.
"Is de wereld nu verloren?" vulde René aan.
Gloeiende, gloeiende, dacht ik, ben ik net die ellende op de t.v. thuis ontvlucht, beginnen ze er hier ook al over.
" 't Was toch een visionair " opperde Pascal " de man die de wereld heeft veranderd".
Ik gebaarde naar Jean Pierre dat ik ook wel een jenevertje bij mijn bier wilde drinken.
"Heb jij ook van die dingen, die apparaten, die pets ?" Voor ik antwoorden legden de mannen hun mobiele telefoons op de bar, vergeleken de mogelijkheden. Er door kunnen praten, dat was het belangrijkste was hun mening. Toen ging het over de computers thuis, leuk om iets op te zoeken, maar verder ...
"Hij, die Stief, ging wel steeds verder " zei Pascal, de jongste van het spul. "elke twee jaar een ander apparaat met nog meer mogelijkheden " Hij keek er triomfantelijk bij.
"Was die andere dan niet meer goed ?" wilde René weten, "en wat kost dat dan wel niet ?" Bij het horen van de bedragen liet hij bijna zijn glas vallen: "Wat een zotteklap" kon hij nog net uitbrengen en zijn ogen draaiden wild.
"Het zijn gadgets" zei René heel zachtjes, en dat was maar goed ook.
"Een visionair is iemand met een visie" begon Alain (hij heeft gestudeerd).
"Jaaaa", zei oude Bernard, " zoals Ghandi, de Dalai Lama, Nelson Mandela, om er maar een paar te noemen.
Het was doodstil. Bernard kreeg er een kleur van, zijn lip trilde, schoof zijn pet heen en weer, "mensen die nadenken over oplossingen over vrede, honger, het milieu en dat soort dingen".
Het bleef stil. Die ouwe Bernard toch.
De mobiel van Pascal ging, hij wist niet hoe snel hij hem uit moest zetten.

woensdag 5 oktober 2011

Leven in Frankrijk: Film met indruk (Bunuel)

Gierende wind, zwiepende bomen, het regent bladeren. Ik vind dat mijmerweer. Houtkachel aan, glaasje erbij, pantoffels in plaats van teenslippers. Staren en mijmeren.
Schoot mij gisteren ineens een film te binnen. Flarden, zwart wit. Ik  probeerde de beelden uit te diepen, op volgorde te plaatsen. Wat maakte die film toen een indruk. Ik vertelde er vaak over en raakte dan dikwijls verward in mijn uitleg. Wat ik zag en voelde, moeilijk onder woorden te brengen.
't Is een oude film, uit 1962 alweer. Luis Bunuel is de maker. Spaanse film  'El angel exterminator'.
Eind 19e begin 20e eeuw. Een groot gezelschap heeft zojuist een toneelvoorstelling bijgewoond. Allen vertrekken naar een groot landhuis. Marmer, kandelaars, gedekte tafels. Het puissant rijke gezelschap dineert, converseert in overtreffende trap. Zij zwelgen in hun rijkdom en zelfgenoegzaamheid.
Als de avond op haar einde loopt vertrekken de eerste gasten. Echter bij de drempel van de dinerkamer gekomen, keren zij zich om en komen terug. Niets aan de hand, tot dat meerdere gasten de ruimte niet blijken kunnen te verlaten.
Met de nodige alcohol wordt aanvankelijk de situatie geaccepteerd. Later ontstaan er irritaties, de gesprekken, de gekozen taal, het niveau daalt zienderogen. Kledingstukken worden uitgetrokken, men plast in bloemenvazen, handtastelijkheden van sexuele en agressieve aard. Het hele gezelschap verandert naar totale anarchie, in beesten.
Ondanks dat mijn geheugen de film nog aardig weet te reproduceren moet ik de film toch nog maar eens op gaan zoeken.
Aan de andere kant is ie nog zo actueel dat ik het thema nog regelmatig om me heen zie.
Daar hoef ik dan weer niet over te mijmeren.

dinsdag 4 oktober 2011

Leven in Frankrijk : Vette tieten tentoonstelling

Op het grote plein in A. waren alle terrassen vol, bomvol. Ik zat er ook. Met mijn rug tegen de pui van het grandcafè. Koesteren in de zon die ietwat besluierd boven de oude gevels hing.
Heerlijk zo'n ouwe-wijven-zomer, alhoewel er meer heren dan dames op het terras zaten.
Schuin naast mij zaten twee heren, die zo te merken die middag al aardig wat schuimkragen op hadden. Beetje hard praten, iets te hard lachen, ze kakelden over van alles en nog wat. Twee corpulente Belgen van net over de grens.
Ik vond het best. Ik verstopte me achter mijn zonnebril en een zojuist gekocht tijdschrift.
De mannen namen er nog een, en ik eigenlijk ook maar.
Voor het terras drentelde het publiek voorbij. Of zoekend naar een plekje, of om gezien te worden. En dat laatste gold met name voor de dames merkten de mannen op, zij gingen er eens uitgebreid voor zitten. Al nippend aan hun bier stootten zij elkaar aan.
En ja hoor, daar kwam het commentaar. Te klein, te blond, te oud (daar moesten ze het hardst om lachen). Ze wezen op de vetrollen die onder korte truitjes puilden, deinende achterwerken.
" 't Is allemaal te vet hè " meende de één ietwat te luid, de ander knikte en duidde met zijn hoofd naar een naderende groep dames.
Een zestal dames kwam voorbij geslenterd, druk pratend, voorzien van tassen vol pas gekochte kleding, oog voor elkaar, oog voor de lol. Duidelijk een dagje uit. Voloptueuze dames.
" Het lijkt wel een VTT " zei de grappenmaker, zijn mond vertoonde een ingehouden lach. " Een vette tieten tentoonstelling " vulde hij aan.
Ze bulderden het samen uit.
Ik vond zijn invulling van VTT wel aardig gevonden; toch iets heel anders dan Vélo Tout-Terrain.
Lachen die Belgen.

maandag 3 oktober 2011

Leven in Frankrijk : Voorgesmolten

Waar je ook in of in de omgeving van ons dorp bent kom je Laurent wel tegen. Altijd een leren pet met zijflappen op zijn hoofd. Een fel oranje werkmansjack en een gifgroene werkmansbroek aan. Het jack heeft gele strepen en de broek zilverkleurige. Niet te vergeten zijn bril met jampotglazen half op zijn neus.
Hij loopt en hij loopt, kilometers per dag. Maar als hij in de verte een auto of een ander motorvoertuig hoort staat hij stil en kijkt; kijkt tot het weer in de verte is verdwenen. Hij kent iedereen, maar zwaait nooit. Niemand geeft hem een lift, hij wil lopen.
In het naburige dorp zag ik hem gisteren in de supermarkt. Hij stond bij de kassa. In zijn mandje had hij een zak voorgebakken diepgevroren patat en een 2-liter pak wijn.
Hij grismaste tegen de kassiere, telde de euro's uit en stopte zijn boodschappen in een rugzakje.
Een kwartier later reed ik hem met de auto achterop. Stevig doorstappend, zijn rugzakje slingerde heen en weer. Het smeltwater tekende een donkere plek af op zijn jack en sijpelde langs zijn broekspijpen.
Bij het horen van mijn auto hield hij zijn pas in en keek me aan. Ik stak mijn hand op en passeerde hem.
Door de achterruit voelde ik zijn ogen mij volgen.