donderdag 26 mei 2011

Leven in Frankrijk : Droge regen

De winter heeft oude buurman Bernard veel te lang geduurd. Dolgelukkig was hij toen eindelijk het voorjaar begon. Er werd gewied, geschoffeld, geplant en gepoot; dagenlang de kont omhoog. Praatjes voor tien en zijn gulle lach daverde weer door het dal.

De eerste groene puntjes kwamen al snel uit de grond. Met weidse gebaren werd verteld wat er zo allemaal zou moeten gaan groeien; om de drie soorten kwam de vraag of wij dat in dat verre Holland ook hebben.
"In de winkel wel" zei ik, "maar op het land zou ik het zo gauw niet weten."
Dat vindt Bernard nou humor, er wordt flink gelachen.

Vorige week verscheen er opeens een vogelverschrikker, meer een houten kruis met een blauwe kiel eromheen, een paar dagen later nog een; de helft van de moestuin gaat nu ook al schuil onder groene netten.
"Zijn dat je twee broers Bernard?"
Een beetje meesmuilend slofte hij  verder. "De vogels vreten alles op."
Gisteren en eergisteren is het een beetje bij het schoffelen gebleven, de wind deed de droge aarde tot stof opwaaien.
"Beetje droog hè?" Bernard trok zijn wenkbrauwen op en kwam al schoffelend mijn kant op. Ik vertelde hem dat ik gehoord had dat dit het droogste voorjaar sinds een eeuw is.
"Het lijkt zo zonder regen ook wel een eeuwigheid. De grote boeren sproeien, ik niet, ik vertrouw op de natuur". Hij veegde zwarte stofstrepen op zijn voorhoofd en samen keken we hoopvol omhoog naar de donker wordende lucht.
De eerste druppels vielen en maakten kleine plofjes op de stoffige voren en rolden naar beneden.
"Heb je niks an ... dat is droge regen" zei Bernard met een zucht. We knikten en gingen elk naar huis.

Even later zag ik Bernard voor het raam staan, hij keek naar boven en schudde zijn hoofd.

dinsdag 24 mei 2011

Leven In Frankrijk : De weg kwijt.

Het wekelijkse regio-sufferdje viel op de mat. "Kijk nou's" werd er geroepen. De middenpagina was aan weerszijden gevuld met wandelroutes.
Die in de buurt kennen we zo langzamerhand wel. Er werden nieuw mogelijkheden geboden. Ik zucht, Chris blij. Een kilometer of wat verderop, nog nooit geweest, wordt een route gevonden 'over heuvels en door dalen', slechts 5,5 kilometer wordt er troostend bijgezegd.
Vanuit een onooglijk dorp vertrokken we. Anderhalf uur de rode route volgen is te doen, dus ik zeur niet. Het is werkelijk prachtig, mooie vergezichten. koolzaadvelden, nog lege voren en het wit van de moerbei. Klik doet het fototoestel.
Een bordje in de berm van ons pad geeft aan dat de route is verlegd: OK !
Zo'n half uur later hebben we toch een gevoel van: er klopt iets niet. Maar niemand te zien om iets te vragen.
Aha, daar in de verte een tractor en hij komt ook nog naar ons toe.
"Eh .... bonjour, kunt u ons de weg vertellen naar .... "hoe heet dat dorp ook al weer? Ah oui, tis een dorp met twee namen". Gepeins op de tractor, dan noemt de brave borst iets wat een beetje bekend voorkomt. Hij wijst naar rechts en mompelt iets van: "slechts 6 kilometer, bon courage" en ronkt verder.
Wij ronkten inmiddels ook, maar volgden trouw de aanwijzingen. Aha, een boerderij met boer. Hij zwaait vriendelijk en komt naar ons toe.
"Ca va?"
"NON, het cavaat helemaal niet, perdu la route, zeg maar"
We begrijpen al snel dat we de eerdere boer niet goed verstaan hebben. Het hele end weer terug, dan de grote campagne oversteken, dan komen we bij een dorp, non !!! niet jullie dorp, dat komt 6 kilometer daarna.
Hij kneep eens in m'n kuiten en gaf met een klap op m'n schouders en een bon courage met knipoog voor Chris.
Het begon te waaien, er waren geen dalen meer, alleen maar heuvels, de zon ging langzaam onder, die ene banaan en die ene appel waren allang op en de waterfles klotste ook al niet zo hard meer.
Niet zitten, niet rusten, doorlopen, anders word je moe had ik ooit eens gelezen. Moe waren we allang, alleen we wilden het niet weten, laat staan voelen.
En toen, en toen .... daar stond het bord van die wereldstad waar onze auto stond.
En toen, en ja ... daar stond ie ... de auto.
Een rondedansje zat er niet meer in.

zondag 22 mei 2011

Leven in Frankrijk: Dalende boekenverkoop

Zie ik daar ineens op de televisie, in het journaal, een uiterst bezorgde en benepen boekenverkoper.
Nee, ja, er moet zeker 10 % personeel uit. Winkels sluiten nog net niet.
En dan komt het:
Tis de schuld van de schrijvers, er komen te veel boeken uit.
Ik dacht even doof en dyslectisch tegelijk te zijn geworden, of is hij analfabeet.
Mij een beetje de schuld geven. Omdat ik een boek heb geschreven.
Hij moet gewoon mijn boek goed verkopen.
Okay ... nog één keer dan:

" A la maison "
een verhalenbundel
geschreven door Simon Korving
ISBN 978-90-484-1540-3

zaterdag 21 mei 2011

Leven in Frankrijk : Verhalen van zwaluwen

De zwaluwen zijn er! Eerst  een paar, daarna iets meer en nu bijna een heleboel.
Van de zomer zijn ze er weer in tientallen.
Zo tegen zonsondergang landen ze op de telefoon- en andere kabels aan de voorkant van het huis. Hun zwarte pandjesjas wijkt uiteen, witte borst, oranje bef.
En dan begint het gekwettter. Een genot om naar te luisteren. Ze vertellen wat ze gezien, hebben meegemaakt.

De eerste, zeg maar de voorjaarszwaluwen, hebben het meest te vertellen en hebben het interessantste nieuws. Ze vertellen over Zuid-Afrika, over het ANC en de oude Mandela. Hoe zwart blank is geworden, of soms nog zwarter dan zwart.
Ze vertellen over Darfur, waar alles en iedereen vergeten is, ook de honger en de dood.
Over de plaatsen waar multinationals hun giftig afval dumpen en hun schouders ophalen. Over de lekke bootjes met gelukzoekers die niet kunnen zwemmen. Mensonterende dictaturen die het rijke Westen in vakanties bezoekt en bewondert.
Helwitte zeilen van luxe jachten in een onbekommerde Middellandse Zee.
Over Noord-Europeanen boven hun volle barbecues en volle glazen, mopperend over dalende beurskoersen, beperkte bonussen en neergaande indexen.

Dan vliegen ze weer op ... de muggen dansen.
Er valt een oorverdovende stilte.

woensdag 18 mei 2011

Leven in Frankrijk : Allemaal aardappels

Oude buurman Bernard is al weer enkele weken druk in zijn moestuin bezig. Spitten, planten, poten en dat soort dingen. Hij geniet, dat is duidelijk te zien, grijns van oor tot oor.
De winter duurde hem veel te lang en stil zitten dat is niets voor hem, ook al is ie 83.
Prachtige voren heeft hij aangelegd. Iets voor de uien en de prei geloof ik. Vlak naast onze tuin heeft hij een perceeltje voor de aardappels ingericht.
Niks te zien. Tot vorige week. Over een lengte van twee meter steken groene punten uit de aarde.
" Hé Bernard, je aardappels komen op" riep ik enthousiast. Hij slofte naar me toe, met de kat Zoè achter hem aan.
Hij zette zijn pet op zijn achterhoofd, kneep een oog dicht: "Dat zijn jouw aardappels".
"Huh?"
"Jij hebt me vorig jaar van die Nederlandse aardappels gegeven, en nou heb ik er een paar van in de grond gezet", hij hield zijn hoofd een beetje schuin en wachtte mijn reactie af.
" Oh je bedoelt die opperdoezers?"
Hij haalde zijn schouders op.
"Goed spul he die nederlandse dingen. Smaken ze niet alleen lekker, groeien ze ook nog als de beste!" ik moest er zelf hartelijk om lachen.
Hij keek me aan, zette zijn pet weer recht, mompelde iets en draaide zich om.
Je kon de aardappels bijna horen groeien.

dinsdag 17 mei 2011

Leven in Frankrijk : Dood eten

De uitnodiging stond al een tijdje. Gaat van de week de telefoon: ik zit in een kookblad te kijken, het is aspergetijd. Vraag ik me af, lust jij eigenlijk wel asperges ?
Ik mompel dat dat nou niet bepaald mijn favoriete groente is. Chris kijkt mij vernietigend aan, tis haar smulpartij, en zucht diep.
Oh ja das waar, ik maak wel wat anders.
Kijk zoiets geeft weer hoop. Ik krijg ineens een enorme trek in nassi goreng.
Gezellig bijkletsen, voortafelen noem ik dat, hapjes en drankjes, oude herinneringen.
Er wordt gerommeld in de keuken, potten, pannen, geuren.
Niks nassi zegt mijn neus. Wel een rijstlucht, ook goed.
Er waait een vreemde lucht de huiskamer binnen. Gadverdamme venkel, denk ik.
Ik schenk me zelf nog maar eens een flinke bel in en neem zekerheidshalve nog maar een flinke hand nootjes.
Dan, dan, een weëe lucht ! De schrik slaat me om het hart. Ze zijn toch niet vergeten dat ik geen kip lust. De opgewarmde lijkenlucht vult het huis, doet de ramen bollen, mijn keel, mond en alle slijmvliezen maken overuren, droog dus. Mijn god, ik ruik ook nog kerrie.
Ik ontvang een blik van: waag er iets over te zeggen.
Ik schep spaarzaam op, heerlijk die rijst. Ik zie vreemde groene slierten, bonken wit vlees, groengele dampen stijgen op.
De tafel keuvelt, schept en smakt.
De glazen worden weer gevuld.
Hap, slok, hap, slok, hap, slok.
De volgende keer bij ons.
Ik zal ze krijgen.

maandag 16 mei 2011

Leven in Frankrijk: Misschien overmorgen

Nog steeds moe van gisteren. U weet wel waaromvan
Twordt misschien wel overmorgen
Excuses voor de eventuele overlast.

zondag 15 mei 2011

Leven in Frankrijk : Misschien morgen weer

Jees wat een luie dag. Gammel, loom, meer slow motion maar dan erger.
Oh ja gedouched heb ik uiteindelijk wel. Nou ja.
Krant van gisteren, dat schiet ook niet op.
Gebakken eieren, geen journaal gekeken.
Gehangen in m'n stoel, op de bank.
Oh ja gestofzuigd en gedweild, zoals dat laatste zo voelde ik me ook.
God, God wat opgeruimd.
Plop zei de kurk.
Uit ballorigheid oude ceedees opgeruimd. Ouwe meuk, ouwe jazzmeuk uit de jaren 90.
Zo'n driedaags festival in Den Haag, je weet wel.
Gloep zei het glas; oh nee het tweede.
Giro d'Italia op de Etna vandaag: bon giorno.
Blijven hangen in die ouwe muziek; helemaal gedateerd meneer mevrouw
Kut, volgende fles heeft schroefdop.
Wie zei er nou ook al weer gloep.
Witlof ham/kaas, aardappels, en een .... oh ja tartaartje.
Kortom een prakkie.
Poingk ....
Hè ?
Koolmees tegen het raam.
Tenminste er ligt zo'n geval op het terras.
Da's dooie meuk, gloep.
Plastic zakje, kliko.
Welterusten.
Misschien morgen weer.

woensdag 11 mei 2011

Leven in Frankrijk : De regenfilosoof

Ik heb al eerder in het VK-blog over hem geschreven. Hem, de regenfilosoof. Hij die lifte en mij vroeg hem af te zetten waar hij wilde. Hij de landarbeider die zich laat inhuren. Hij met zijn wijsgerige uitspraken. Na een vluchtige ontmoeting vorig jaar ergens op een terras verdween hij zwaaiend in de verte, terwijl de zon boven hem doorbrak.
Daarna niets meer.
Tot eerste Paasdag.
Ik maakte een doelloze wandeling. Ik vind dat dat ook zo hoort. De heuvel op, bos door, langs het riviertje, langs de nog lege velden. Ik liep in loze gedachten verzonken.
Het eerste huisje van een volgend dorp, ernstig vervallen. Daar stond hij in een wild begroeide tuin.
Hij had mij eerder gezien, Hij stond bij een scheefhangend hek en zocht mijn ogen op.
" Dat is lang geleden" opperde ik. "Zo gaat de tijd beste vriend, niet te vangen, niet te voorspellen" antwoordde hij.
"Woon je hier tegenwoordig?". Hij haalde zijn schouders op.
"In een jaar tijd kun je wereld rond lopen" en hij wees op mijn rugzak.
Ik glimlachte en zei dat ik dat niet van plan was en dat ik juist hem met een rugzak herinnerde.
"Het land is groot, beste vriend, groot om te bewerken en daar was ik".
"Lijkt dit op een langer verblijf" en ik knikte met mijn hoofd naar het huisje achter hem.
Weer die schouders.
"Weet je beste vriend, wellicht, zolang de grond en de boer het mij vraagt".
"Het is vandaag Pasen" zei ik, ik wist even niets anders.
"Ik heb de klokken gehoord vanmorgen, tijd voor een vuur, zou ik zeggen".
"Om eieren te bakken" onnozelde ik. Hij kon er wel om lachen.
We zwegen beiden.
"Ik heb veel gelezen" zei hij, "lezen in stilte".
"Ik houd ook veel de stilte" zei ik, daarom woon ik hier, daarom wandel ik hier. Ik vind stilte de afwezigheid van geluid".
"Stilte is het mooiste geluid" zei hij en keek langs mij heen. Hij draaide zich om en liep weg naar het huisje.
Zelfs het riviertje ruiste niet meer.

maandag 9 mei 2011

Leven in Frankrijk: De verdwenen grasspriet

Dat waren dan veertien dagen. Zonnig, lang en goed. De krijtrotsen waren en zijn er nog steeds. De kleuren ervan veranderen met de minuut als zon en wolken hun spel spelen.
De meeuwen verwelkomden ons als van ouds. De zee nog ietwat te koud.
De kroegmevrouw draaide nog steeds Satie en schonk de glazen weer lekker vol.
Over de gebakken vis zwijg ik liever (anders krijg ik weer trek).
En nu.
Nu zijn weer thuis.
Ook lekker.

Ik zit op het terrasje bij de openslaande deuren en kijk naar kleinzoon Issa. Hij is net één jaar en mijn kleinste vreindje.
Hij zit in het gras, met een paar speeltjes om hem heen. Hij stopt blokjes in een auto en kiept ze er weer uit, stopt ze er weer in ... enzovoorts.
Hij brabbelt wat.
Hij hoort een vogel, kijkt even op en gaat weer verder met laden en lossen.
Dan hoort hij de wind door de bomen ruisen, kijkt even op en lacht.
Er blijft een grassprietje aan zijn handje plakken. Met zijn andere hand probeert hij het te pakken. Het grassprietje valt in het gras. Hij zoekt, geeft het op, kijkt in het rond, schommelt heen en weer en neuriet op zijn manier een liedje.
Het leven is goed.