donderdag 21 april 2011

Leven in Frankrijk : Gewoon weg; nou ja gewoon ?!

Het prikkelt en het kriebelt.
Bloem- en boomknoppen vliegen om je oren.
Het jonge groen frist en verfrist.
De eerste zwaluwen zijn al weer gesignaleerd.
We draaien nog even een brocantetje.
en dan ??
Weg, even weg, vakantieweg.
Veertien dagen krijtrotsen;
ach tis maar een drie kwartier rijden.
Strandlopen, uitwaaien, visje eten.
Calvadosje drinken bij de cafémevrouw die altijd Satie draait;
en kijken naar de zee.
Dag meeuw.

vrijdag 15 april 2011

Beesten zijn beesten

's Morgens heel vroeg begint het al. Getrip en getrappel onder de dakpannen. In de verte oehoe-en de laatste uilen zich naar hun nest.
Vanmorgen was het helemaal te gek, gaat Karel, onze huismerel, om kwart over zes een serenade naast het open raam geven .... de vuilniswagen was nog niet eens geweest ... zo vroeg was het dus.
Even later vielen alle vogels hem bij, alles wat maar twee vleugels heeft neemt deel aan het concert; af en toe een rauwe kreet van een fazant er tussen door.
Wat jammer is dat de buurvrouw een ganzenpaar heeft. Ze blazen en gakken zodra we in de buurt van het scheidingsgaas komen en ze spelen de baas over de kippen die in dezelfde tuin lopen.
Gisteren had de vrouwtjesgans een grote kip te pakken, in haar nek. Ze sloeg met haar vleugels en beet en beet maar.
Als stadsjongen schreeuwde ik naar die k..gans en gooide met kluiten aarde. Mijn schreeuwen verstond ze niet en de kluiten misten doel.
Even later liet ze los en waggelde vol trots naar haar 'mannetje'. De kip bleef een tijd versuft liggen, werd bezocht door haar soortgenoten die meewarig kakelden.
Er wordt hier in de buurt flink gejaagd. Ik zal 's zo'n geweerheld bij de buurvrouw langssturen dacht ik.
Ze is ook nog jong en vrijgezel.

woensdag 6 april 2011

Vincent van Gogh en ik hebben het maar goed

Zat zojuist lekker in het tussen-de-middag-zonnetje met een boekwerkje.
Boekwerkje over Vincent van Gogh, al zijn brieven, de grote uitgaven van 6 dikke luxe delen.

Op zondag 11 maart 1883 schrijft Vincent aan broer Theo.
' Mijns inziens ben ik dikwijls schatrijk, niet in geld - doch (ofschoon nu niet juist alle dagen) rijk daarom omdat ik mijn werk gevonden heb - iets heb waar voor ik met hart en ziel voor leef en dat de bezieling en beteekenis aan het leven geeft. Mijn stemming verieert natuurlijk doch evenwel ken ik een zekere gemiddelde sereniteit. Ik heb een zeeker geloof in de kunst ... en acht ik in elk geval het een zoo groot geluk als een mensch zijn werk heeft gevonden dat ik mijzelf niet onder de ongelukkigen reken.'

Nou, dat is lekker, denk ik dan. Ik heb net twee werkjes af en de nieuwe doeken ga ik morgen ophalen. Ik koop zonder eerst op de bankrekening te kijken, je kan nooit weten, dus dan maar liever niet. Zo blijf je altijd rijk.

Een wat langere brief verdeelde Vincent over twee dagen 29 maart en 1 april 1883 (de 30e was Vincent 30 jaar geworden).
De brief eindigde met: 'Ik zag dat er weer een nieuw deel van Zola uit is: ' au bonheur des dames" als 'k me wel herinner.'
Vincent was een enorme bewonderaar van Zola.
Het betreft hier het in 1883 uitgekomen elfde boek in de serie Les Rougon-Macquart.

Nou, dat is lekker, denk ik dan. Ik heb een boekenkast gevuld met Zola, al zijn in het Nederlands vertaalde werken en nog andere memorabilia.

Die Vincent en ik zijn zo gek nog niet.

dinsdag 5 april 2011

Leven in Frankrijk : Sex a la campage

Het voorjaar is uitgebarsten. Gisteren lieten we de dagelijkse dingen voor wat ze waren en togen met stoelen, flessen en glazen naar de tuin. Koesteren en laten verwennen was ons motto. We keken elkaar eens diep in de ogen en daarna om ons heen.

Buurvrouw links heeft nog al wat gevogelte in haar tuin rondlopen. De twee kalkoenen hebben de kerst overleefd en paraderen parmantig rond, mannetje en vrouwtje.
't Was flink druk in de 'dierentuin'. Er werd gefloten, gekraaid, in de grond gegraven, veertjes verzameld, kippen hanen verdwenen achter houtstapels, eenden duwden elkaar voort.
Heerlijk die bedrijvigheid en zelf zo lekker rozig in de zon zitten ... ogen gingen luiken.

Het kalkoenmannetje en -vrouwtje begonnen om elkaar heen te draaien en elkaar te pikken. Het vrouwtje zakte door haar poten en ging plat op haar buik liggen. Het mannetje klom er bovenop en begon langzaam met zijn grote poten op haar rug te stampen: links, rechts, links, rechts. En dan te bedenken dat hij niet een van de kleinste is.

Onze ogen waren weer geheel open en we keken elkaar verbaasd aan, maar ook weer snel vooruit om maar niets van deze biologieles te missen. Het vrouwtje bewoog niet, sterker ze bleek het in het geheel niet erg te vinden, haar staart ging omhoog. Al doorstampend spreidde het mannetje zijn grote vleugels en liet zich over het vrouwtje heen zakken. Er werd wat gekakeld, met veren geschud, beide stonden op en liepen elk een kant op.

Al die tijd hadden we niet gesproken en dat bleef ook zo. Ik keek naar beneden naar mijn schoenmaat 45 en realiseerde ook dat ik de laatste tijd ietwat ben aangekomen.
Ik voelde me van opzij bekeken en meende ook een zucht te horen.